Asiel, plakvovo afgewezen. Vanwege de uitkomst van de bodemzaak wel proceskostenvergoeding.
Rechtbank Den Haag 7 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:25988
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-09-2026
Datum publicatie
07-09-2026
Zaaknummer
NL26.13513
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
ECLI:NL:RBDHA:2026:25988text/xmlpublic2026-09-07T16:58:172026-09-07Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-09-07NL26.13513UitspraakVoorlopige voorzieningNLGroningenBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25988text/htmlpublic2026-09-07T16:57:452026-09-07Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:25988 Rechtbank Den Haag , 07-09-2026 / NL26.13513 Asiel, plakvovo afgewezen. Vanwege de uitkomst van de bodemzaak wel proceskostenvergoeding.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.13513
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker, geboren op [geboortedatum],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Rasul), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. B.H. Wezeman). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft verzocht om de voorziening niet te worden uitgezet gedurende zijn beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. 1.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 augustus 2026 op zitting behandeld, samen met de behandeling van het beroep. Eiser en zijn gemachtigde zijn met kennisgeving niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep van verzoeker gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,00 (één punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,00, wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van€ 934,00. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Zaaknummer: NL26.13512.