Bewaring; vervolgberoep; Algerije; eiser is gepresenteerd en de minister moet de tijd worden gegund om reactie af te wachten; ongegrond;
Rechtbank Den Haag 14 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26721
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-09-2026
Datum publicatie
14-09-2026
Zaaknummer
NL26.36935
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:26721text/xmlpublic2026-09-14T11:59:162026-09-14Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-07-13NL26.36935UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLUtrechtBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26721text/htmlpublic2026-09-14T11:59:042026-09-14Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:26721 Rechtbank Den Haag , 13-07-2026 / NL26.36935 Bewaring; vervolgberoep; Algerije; eiser is gepresenteerd en de minister moet de tijd worden gegund om reactie af te wachten; ongegrond;
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.36935
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars), en de minister van Asiel en Migratie.Procesverloop De minister heeft op 17 april 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. De rechtbank heeft de rechtmatigheid van deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Uit de uitspraak van deze zittingsplaats van 30 april 2026 (in de zaak NL26.22247) volgt dat de bewaring tot het moment van sluiten van dat onderzoek op 28 april 2026 rechtmatig was. De minister heeft de rechtbank door middel van een kennisgeving van de voortduring van de maatregel in kennis gesteld en een voortgangsrapportage overgelegd.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Eiser heeft op de kennisgeving een reactie gegeven.
De minister heeft desgevraagd niet binnen de gestelde termijn een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het vooronderzoek op 9 juli 2026 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. Overwegingen 1. Eiser voert aan dat er geen zicht op uitzetting is en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. Na eisers inbewaringstelling heeft de minister een verzoek om afgifte van een laissez passer (LP) ingediend en vervolgens is vier keer gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten. Het lijkt er niet op dat binnen afzienbare termijn een reactie van de deze autoriteiten zal volgen. Eiser verzoekt daarom de maatregel van bewaring te doen opheffen. 2. De rechtbank overweegt als volgt. Zicht op uitzetting en het voortvarendheidsvereiste 3. De minister heeft op 19 mei 2026, 16 juni 2026 en 7 juli 2026 vertrekgesprekken gevoerd met eiser. Verder blijkt uit de voortgangsgegevens dat het onderzoek bij de Algerijnse autoriteiten met betrekking tot de afgifte van een LP loopt. Op 8 juli 2026 is eiser gepresenteerd bij de Algerijnse autoriteiten. Er zijn geen indicaties dat voor eiser geen LP zal worden afgegeven. Het traject om een LP te verkrijgen ten behoeve van de uitzetting van eiser loopt en verweerder moet tijd worden gegund om dit traject te doorlopen, waarbij hij afhankelijk is van de Algerijnse autoriteiten. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er in dit geval zicht op uitzetting is naar Algerije en dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. De beroepsgronden slagen daarom niet. Ambtshalve toetsing 4. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was Conclusie 5. Het beroep is ongegrond. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 13 juli 2026 Documentcode: [Documentcode]Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.