ECLI:NL:RBDHA:2026:26972
Plakvovo
Rechtbank Den Haag 16 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:26972
text/xml
public
2026-09-16T16:28:09
2026-09-16
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-09-16
NL26.39240
Uitspraak
Voorlopige voorziening
NL
Groningen
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26972
text/html
public
2026-09-16T16:27:47
2026-09-16
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:26972 Rechtbank Den Haag , 16-09-2026 / NL26.39240
Plakvovo
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.39240
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] V-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. L.O. Augustinus).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 juli 2026 deze aanvraag in de versnelde asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (NL26.39239) en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak NL26.39239, op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, bijgestaan door een tolk, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.39239, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.