Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zodat het beroep mag worden afgewacht in Nederland. Het verzoek wordt afgewezen, omdat al op het beroep is beslist.
Rechtbank Den Haag 30 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:27999
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-09-2026
Datum publicatie
30-09-2026
Zaaknummer
NL26.27144
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:27999text/xmlpublic2026-09-30T12:00:282026-09-24Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-09-23NL26.27144UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLZwolleBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27999text/htmlpublic2026-09-24T14:04:402026-09-30Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:27999 Rechtbank Den Haag , 23-09-2026 / NL26.27144 Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zodat het beroep mag worden afgewacht in Nederland. Het verzoek wordt afgewezen, omdat al op het beroep is beslist.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.27144
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker, (gemachtigde: mr. B. de Haan), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop Met het bestreden besluit van 13 mei 2026 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.27143, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.I. Legendal-Moesker, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Algemene wet bestuursrecht.