Dublin buiten zitting, kennelijk niet-ontvankelijk. Geen gronden van beroep ingediend.
Rechtbank Den Haag 6 March 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:4561
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-03-2026
Datum publicatie
06-03-2026
Zaaknummer
NL26.2186
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:4561text/xmlpublic2026-03-06T17:02:342026-03-06Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-03-06NL26.2186UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLGroningenBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4561text/htmlpublic2026-03-06T17:02:092026-03-06Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:4561 Rechtbank Den Haag , 06-03-2026 / NL26.2186 Dublin buiten zitting, kennelijk niet-ontvankelijk. Geen gronden van beroep ingediend.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.2186
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiser, V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler), en de minister van Asiel en Migratie, de minister.Inleiding 1. De minister heeft op 6 januari 2026 de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen deze beslissing. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiser de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: aangeven op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Heeft eiser de gronden tijdig vermeld?
4. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van 14 januari 2026 verzocht om binnen één week dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen deze termijn geen gronden ingediend. Is het niet tijdig vermelden van de gronden verschoonbaar?
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verschoonbare reden voor dit verzuim gebleken. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.