plakvovo, uitspraak gedaan op het beroep, verzoek afgewezen.
Rechtbank Den Haag 4 June 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:9307
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-04-2026
Datum publicatie
04-06-2026
Zaaknummer
NL26.16469
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9307text/xmlpublic2026-06-04T12:04:362026-04-17Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-04-14NL26.16469UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLMiddelburgBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9307text/htmlpublic2026-04-17T10:36:072026-06-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:9307 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.16469 plakvovo, uitspraak gedaan op het beroep, verzoek afgewezen.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL26.16469
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren) en de minister van Asiel en Migratie, verweerder.Procesverloop Bij besluit van 24 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft op 24 maart 2026 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.16468, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De
voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan op 14 april 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid
van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde
publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Algemene wet bestuursrecht.