Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBGEL:2026:2201

Opvang voor ontheemden uit Oekraïne; gebrek aan opvangplaatsen; besluit in de zin van artikel 1:3 Awb; verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen; voorzieningenrechter draagt het college op verzoeker toe te laten tot de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne, dan hem wel passende alternatieve opvang te bieden.

Rechtbank Gelderland 9 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBGEL:2026:2201 text/xml public 2026-07-09T09:04:32 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-03-09 AWB 26/1134 Uitspraak Proces-verbaal NL Arnhem Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2201 text/html public 2026-07-09T09:02:59 2026-07-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2201 Rechtbank Gelderland , 09-03-2026 / AWB 26/1134
Opvang voor ontheemden uit Oekraïne; gebrek aan opvangplaatsen; besluit in de zin van artikel 1:3 Awb; verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen; voorzieningenrechter draagt het college op verzoeker toe te laten tot de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne, dan hem wel passende alternatieve opvang te bieden.
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/1134

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 maart 2026
in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede
(gemachtigden: N. Hoos en M. Beumer).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van het college om verzoeker niet op te vangen in de opvang voor ontheemden uit Oekraïne Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening te treffen en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om een voorlopige voorziening te treffen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe en draagt het college op verzoeker opvang bij een gemeentelijke opvanglocatie aan te bieden, dan wel alternatieve opvang te regelen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. Per e-mail van 4 maart 2026 heeft de gemachtigde van verzoeker aan het college gevraagd verzoeker toe te laten tot de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne. Op dezelfde dag heeft het college hier per e-mail op gereageerd en aangegeven dat verzoeker niet eerder in de gemeentelijke opvang in Ede heeft verbleven en dat het goed lijkt dat hij verhaal ophaalt in Ter Apel om duidelijk te krijgen waar hij weer zou moeten instromen. 2.1. Tegen deze e-mail heeft verzoeker bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, [persoon A] als tolk en de gemachtigden van het college.
2.3.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter direct mondeling uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Het college betwist dat sprake is van een appellabel besluit. De voorzieningenrechter volgt dit niet. Het is vaste rechtspraak dat een e-mail kan kwalificeren als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Awb. De e-mail is een reactie op het verzoek om verzoeker tot de gemeentelijke opvang toe te laten en uit de reactie van het college blijkt dat hij geen reden ziet om dat te doen. De e-mail heeft dus een publiekrechtelijk rechtsgevolg, namelijk de weigering om verzoeker tot de gemeentelijke opvang toe te laten. Het verstrekken van die opvang is op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne een taak en bevoegdheid van het college. Daarmee kwalificeert de e-mail als een besluit in de zin van artikel 1:3, van de Awb en is verzoeker ontvankelijk in zijn bezwaarschrift.

4. Niet in geschil is dat een ontheemde recht heeft op opvang. Uit openbare informatie van de Rijksoverheid blijkt dat als een ontheemde een opvangplek heeft, de betreffende gemeente hem moet inschrijven in de BRP. De vluchteling maakt vervolgens binnen 4 weken een afspraak bij de IND stickerlocatie, waar getoetst wordt of hij aan de voorwaarden van de Richtlijn tijdelijke bescherming voldoet. Uit deze informatie volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat de betreffende vluchteling ook in afwachting van het onderzoek naar de vraag of hij aan de voorwaarden voor opvang voldoet, recht heeft op opvang in een gemeentelijke opvanglocatie.
4.1.
Sinds de beëindiging van het landelijke registratiepunt in Utrecht moet een ontheemde zich melden bij een gemeente in Nederland voor opvang. De gemeente moet opvang bieden als er plek beschikbaar is. Als er geen opvangplek beschikbaar is in de gemeente, dan neemt de gemeente contact op met het Regionaal Coördinatiecentrum Vluchtelingen Spreiding (RCVS). Mochten er geen opvangplekken in de regio beschikbaar zijn dan dient het RCVS via een geautomatiseerde aanvraag een verzoek in te dienen bij het Knooppunt Coördinatie Informatie Oekraïne (KCIO)/ Landelijk Centrum Vluchtelingen Spreiding (LCVS).
4.2.
De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat het college van de gemeente waar een ontheemde zich meldt, zorg draagt voor opvang. Omdat verzoeker zich gemeld heeft bij het college van de gemeente Ede, moet dit college beslissen over de opvang. Het college stelt dat de gemeente Groningen verantwoordelijk is voor de opvang van verzoeker omdat hij zich daar als eerste heeft gemeld. De voorzieningenrechter stelt vast dat de gemeente Groningen verzoeker naar de gemeente Ede heeft gestuurd omdat de gemeente Groningen meende dat Ede verantwoordelijk was en zelfs zijn treinreis heeft betaald. Vooralsnog is het onduidelijk of Groningen dat terecht heeft gedaan. Die onduidelijkheid mag evenwel niet voor risico van verzoeker komen. Hij heeft immers in ieder geval recht op opvang en nadat hij al door de gemeente Groningen naar Ede was gestuurd, kon niet van hem verlangd worden dat hij vervolgens weer naar Ter Apel of een andere gemeente reist, zonder duidelijkheid dat die gemeente een plek voor hem heeft. In de bezwaarfase kan nader onderzocht worden welke gemeente verantwoordelijk is, maar de voorzieningenrechter gaat er – ook bij gebrek aan stukken op dit punt – voor nu vanuit dat het aan de gemeente Ede is om hier duidelijkheid over te verschaffen en tot dat moment een vorm van opvang te bieden.
6.4.
Het college heeft verzoeker naar het RCVS in Westervoort gestuurd, maar het RCVS heeft verzoeker geen opvang kunnen bieden en hem naar de nachtopvang De Duif in Arnhem verwezen. Niet in geschil is echter dat dit ook geen deugdelijke oplossing is, reeds omdat De Duif ook heeft aangegeven geen plek meer voor verzoeker te hebben. Het is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook aan het college om een voorziening te treffen tot verzoeker tot een opvang wordt toegelaten en dat mag ook van het college verlangd worden. Het college heeft dat op de zitting ook erkend.
Conclusie en gevolgen
7. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en het college op te dragen verzoeker toe te laten tot de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne, dan hem wel passende alternatieve opvang te bieden.8. Omdat het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen zal de voorzieningenrechter bepalen dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht à € 200,- aan hem dient te vergoeden.Ook krijgt verzoeker een vergoeding voor zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend en aan de zitting van de voorzieningenrechter heeft deelgenomen (2 punten x € 934,-).

9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel open staat.
Beslissing
De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

- draagt het college op verzoeker toe te laten tot de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne, dan hem wel passende alternatieve opvang te bieden;

- bepaalt dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht à € 200,- aan hem vergoedt;

- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.H.Y Snoeren-Bos, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2026.

De griffier is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Onder besluit wordt ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Aankomst, registratie en verblijf van vluchtelingen uit Oekraïne | Opvang vluchtelingen uit Oekraïne | Rijksoverheid.nl

Artikel delen