Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBGEL:2026:4128

Huurzaak. Uitspraak huurcommissie vervallen. Vordering huurvermindering en herstel gebreken afgewezen. Eiser heeft gestelde gebreken aan WTW-installatie onvoldoende onderbouwd.

Rechtbank Gelderland 27 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBGEL:2026:4128 text/xml public 2026-05-27T09:00:29 2026-05-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-20 12001640 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zutphen Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:4128 text/html public 2026-05-26T14:49:51 2026-05-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:4128 Rechtbank Gelderland , 20-05-2026 / 12001640
Huurzaak. Uitspraak huurcommissie vervallen. Vordering huurvermindering en herstel gebreken afgewezen. Eiser heeft gestelde gebreken aan WTW-installatie onvoldoende onderbouwd.

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: 12001640 CV EXPL 25-3333

Vonnis van 20 mei 2026

in de zaak van
<nr>1</nr> [naam eiser] ,
te [woonplaats] ,2. [naam eiseres],

te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [de eiser] (in mannelijk enkelvoud),

gemachtigde: mr. M.H. Hogeman,

procederend krachtens toevoeging met kenmerk 2HA3858,

tegen

WONINGSTICHTING VELUWONEN,

te Eerbeek,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Veluwonen,

gemachtigde: mr. W.B. te Woerd.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 februari 2026,

- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door beide partijen overgelegde aanvullende producties,

- de mondelinge behandeling van 9 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
Veluwonen verhuurt met ingang van 22 mei 2019 aan [de eiser] de woning gelegen aan [adres] te [woonplaats] (hierna: het gehuurde) voor een door [de eiser] bij vooruitbetaling te betalen huurprijs van laatstelijk € 816,01 per maand.
2.2.
Het gehuurde betreft een energiezuinige nieuwbouwwoning en is voorzien van hoge isolatie, isolerende beglazing een slimme zonoriëntatie. De ventilatie van het gehuurde komt tot stand door middel van een warmte-terugwin-installatie (hierna: de WTW-installatie), inclusief een elektrische luchtverwarmer.
2.3.
[de eiser] heeft bij aanvang van de huurovereenkomst een informatiebrochure van Veluwonen ontvangen waarin onder meer is vermeld dat de huurder de filters elke twee weken moet schoonhouden met een stofzuiger en dat de ventielen regelmatig moeten worden afgenomen met een doek of stofzuiger.
2.4.
[de eiser] heeft herhaaldelijk geklaagd bij Veluwonen over onder meer het zijns inziens gebrek aan ventilatie, het niet functioneren van de verwarming, de hoge temperaturen in het gehuurde tijdens warme periodes en diverse gebreken aan de buitendeur.
2.5.
Op 18 november 2024 heeft [de eiser] zich tot de Huurcommissie gewend met het verzoek om een lagere huurprijs vast te stellen vanwege de door hem gestelde gebreken aan het gehuurde.
2.6.
Veluwonen heeft ook van diverse andere huurders van soortgelijke woningen gelegen aan [adres] te [woonplaats] klachten over de klimaatbeheersing ontvangen. Naar aanleiding daarvan heeft Veluwonen een onderzoek door Nieman Raadgevende Ingenieurs B.V. (hierna: Nieman) laten uitvoeren naar de WTW-installaties in deze woningen. Nieman heeft op 27 januari 2025 en op 17 april 2025 opnames/metingen uitgevoerd in de woningen, waaronder het gehuurde. In de rapportage van 2 juni 2025 van Nieman is, voor zover thans van belang, het volgende vermeld:

“(…)

Woning nummer 5:

Klachten

Klacht van de bewoner dat de luchtverwarmer niet ventileert en niet goed verwarmd.

En dat in de zomer de woning veel te warm wordt. Binnentemperaturen van 40°C en hoger. De bewoner had zelf een airco geplaatst (zonder toestemming van Veluwonen). waarmee hij de woning in de winter in no time op temperatuur krijgt en de woning kan koelen in de zomerperiode (en bij koelvraag).

Oplossingen / advies / meting

De instelling van de Elan E luchtverwarmer op zolder stonden goed ingesteld echter er kwam bij het rooster in de woonkamer en de hal kwam er nauwelijks lucht uit.

Middels de luchtstroom meter (flowfinder) meting werd er inderdaad nauwelijks een luchtstroom gemeten. Daarnaast maakte roosters ook veel geluid. De bovenste rooster is open gemaakt en wat voelen (graaien) in het kanaal werd er een plastic oranje boodschappentas uit het kanaal / plenum gehaald. De boodschappentas blokkeerde de gehele ventilatie en daarmee de verwarming. Nadat de boodschappen tas eruit was gehaald functioneerde de installatie weer zo als het ingesteld was. De bewoner kon de boodschappentas in kanaalwerk niet verklaren en vond dit ook erg vreemd. De bewoner had alleen geklaagd over dat de installatie niet functioneerde waarom dit niet eerder is ontdekt in al die jaren is ook eigenaardig.

De Woning was stoffig en er zat schimmel in de WTW unit. Filters werden niet heel vaak schoongemaakt / vervangen en door de blokkade in het toevoerkanaal naar de woonkamer kon de WTW unit ook niet meer optimaal functioneren. Volgens de bewoner zat er ook schimmel in de WTW unit. Deze schimmel is afkomstig van het slecht ventileren en filters schoonmaken. Deze schimmel is ook aangetroffen in de woning nummer 18. Ook de grote WTW wisselaar van de WTW kan men gewoon schoonmaken maken in de douche met een doek.

Er is ernstige vuilophoping in de kanalen gevonden dat moet schoongemaakt worden. Hierdoor loopt het verwarmingsvermogen iets terug.

Het is onduidelijk waarom de onderhoudspartij dit niet had kunnen oplossen vervuiling en blokkades in het systeem. Er is kennelijk wel geklaagd dat de installatie niet functioneerde.

Conclusie : Blokkade door boodschappentas – vuilophoping door niet of nauwelijks vervangen van filters. De installatie draait weer zoals het bedoeld is.

(…)
5.1.
Oververhitting woning in de zomerperiode.

De woningen zijn voorzien van hoge isolatie waarden vergelijkbaar met een passieve woningen. De woningen zijn niet voorzien van koeling (actief) dit betekent dat de woningen opwarmen in de zomerperiode. De woningen hebben wel een normale massa die opgewarmd of afgekoeld wordt. Door het toepassen van nachtventilatie en zonwering kan de opwarming enigszins afgeremd worden. Maar naar een aantal dagen met hoge buitentemperaturen is het uiteraard wel warm in de woning en deze warmte is niet zo weg te koelen met nachtkoeling of buitenzonwering.

Uit de indicatie berekeningen blijken de woningen te voldoen aan de gestelde Beng berekeningen. Dat wil zeggen dat de kans op oververhitting aanwezig is maar binnen de gestelde grenzen ligt.

(…)

Dit betekent niet dat er door extra warme zomers het binnen comfort als prettig of acceptabel wordt ervaren. Integendeel men klaagt echt over de oververhitting in de zomer en middels de huidige voorzieningen kan men hier beperkt wat aan doen. (…)

De woningen zijn middels passieve maatregelen te koelen zoals: Nachtkoeling via de WTW en het toepassen van buitenzonwering. En de nachtkoeling heeft alleen zin als de buitentemperatuur lager is dan de ruimtetemperatuur maar dat is in de zomer sterk afhankelijk van het buitenklimaat.

Om echt inzicht te krijgen of een woning niet te veel wordt oververhit zouden er wat temperatuuroverschrijdingsberekeningen gemaakt moeten worden of een duurmeting plaatsvinden.

(…)
6.1
Onderhoud & Beheer

Er worden filters vervangen en de nodige onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd.

Tijdens de opnames kwam naar voren dat de kennis en kunde van deze firma te wensen overlaat. (…)
7.1
Conclusies.

Alle verwarming en ventilatie woningen behalve woningen nummer 14 en nummer 16 voldoen aan de gestelde uitgangspunten en berekeningen. Behalve nummer 14 & 16 warmen met name de woonkamer deze onvoldoende snel op doordat mogelijk de inmenging van de luchtverwarming in de woonkamer onvoldoende tot stand komt. Er wordt alleen op plafond hoogte in de woonkamer ingeblazen en deze lucht is warm en gaat kleven aan het plafond en de lucht in de ruimte wordt daardoor te weinig gemengd. En daarnaast wordt ook de lucht aan het plafond direct afgezogen zodat de warmte ook gelijk weer verdwijnt en de kamerthermostaat gaat niet of veel te langzaam de gewenste kamerthermostaat temperatuur halen zodat het extra energie kost. (…) Het onderhoud en beheer kan ons inziens veel beter dan wat nu het geval is. De bewoners moeten de filters vervangen maar dat blijkt onvoldoende te gebeuren. Het advies is om een andere onderhoudspartij bij te betrekken die ook gelijk de bewoners begeleid en de installatie beter gaat onderhouden. (…)”
2.7.
De Huurcommissie heeft de klachten van [de eiser] onderzocht. In het door haar opgestelde Rapport van onderzoek d.d. 29 april 2025 is onder meer het volgende vermeld:

“(…)

Klacht 1: Gebrek aan ventilatie in warme periodes

- De huurder geeft aan dat, naar zijn mening, er onvoldoende geventileerd kan worden in de warme periodes.

Tijdens het onderzoek is het volgende geconstateerd:

- De onderzoeker is samen met de huurder de woning doorgelopen om de algehele situatie te beoordelen met betrekking tot de ventilatiemogelijkheden in de woning.

- Op de 1e verdieping alsook op de begane grond zijn voldoende ramen en/of deuren om gewenst te kunnen ventileren (foto 1).

(…)

De conclusie van de onderzoeker is dat de mate waarin wel- of juist niet voldoende geventileerd wordt, te relateren is aan de manier waarop deze woning wordt gebruikt. Gezien het karakter van de woning met betrekking tot onder andere het inbrengen van warmte, en het gebruiken van de middelen om de lucht in de woning te verversen, aan bewonersgedrag valt te relateren.

Op basis van de beschikbare informatie verstrekt door de (ver-)huurder, het portaal van de Huurcommissie en de waargenomen situatie ten tijde van het onderzoek, is de conclusie van de onderzoeker dat de klacht, of de mate van de ernst ervan, niet gerelateerd kan worden aan een gebrek zoals gehanteerd wordt in het gebrekenboek van de Huurcommissie.

Klacht 2: Verwarming werkt niet naar behoren

- De huurder geeft aan het vermoeden te hebben dat de verwarmingsinstallatie onvoldoende capaciteit heeft om de woning voldoende te kunnen verwarmen in koude tijden.

Tijdens het onderzoek is het volgende geconstateerd:

(…)

De conclusie van de onderzoeker is, dat er géén aanwijsbare en/of toetsbare mankementen aan de installatie waar te nemen zijn. De installatie op de 2e / zolderverdieping is optisch in goede staat en zijn er géén onderdelen die mogelijk als verontrustend overkomen. (…)

Op basis van de beschikbare informatie verstrekt door (ver-)huurder, het portaal van de Huurcommissie en de waargenomen situatie ten tijde van het onderzoek, is de conclusie van de onderzoeker dat de klacht, of de mate van de ernst daarvan, niet gerelateerd kan worden aan een gebrek zoals gehanteerd wordt in het gebrekenboek van de Huurcommissie. (…)”
2.8.
Op 30 juli 2025 heeft de zitting bij de Huurcommissie plaatsgevonden. De Huurcommissie heeft beslist dat het gehuurde geen gebreken heeft die ernstig genoeg zijn om de huurprijs tijdelijk te verlagen. Op 25 september 2025 heeft de Huurcommissie haar uitspraak aan partijen verzonden.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
[de eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. Veluwonen zal veroordelen om binnen veertien dagen na de datum van het vonnis aan te vangen met het herstel van de gebreken aan het gehuurde op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag of gedeelte daarvan dat Veluwonen daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 10.000,00,

2. de kale huurprijs zal verminderen met 40%, althans 30%, althans 20%, althans met een door de kantonrechter te bepalen percentage en wel vanaf 23 mei 2024, althans vanaf 18 november 2024 tot aan de dag dat alle gebreken onder 1. zijn hersteld,alsmede Veluwonen zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Veluwonen voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de eiser] in de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
[de eiser] stelt zich op het standpunt dat het gehuurde diverse gebreken heeft en vordert in deze procedure zowel herstel van die gebreken als een vermindering van de huurprijs tot het moment dat de gebreken door Veluwonen zijn verholpen.
4.2.
Op grond van artikel 7:206 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de verhuurder verplicht op verlangen van de huurder gebreken te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van de verhuurder zijn te vergen. Daarnaast kan een huurder op grond van artikel 7:207 BW in geval van vermindering van huurgenot ten gevolg van een gebrek een daaraan evenredige tijdelijke vermindering van de huurprijs vorderen.
4.3.
Uit de hiervoor uiteengezette feiten blijkt dat [de eiser] op 18 november 2024 een verzoek heeft gedaan bij de Huurcommissie om de huurprijs tijdelijk te verlagen vanwege de door hem gestelde vermindering van het woongenot door de gebreken. De Huurcommissie heeft daarop geoordeeld dat het gehuurde op 30 juli 2025 geen gebreken heeft die ernstig genoeg zijn om de huurprijs tijdelijk te verlagen.
4.4.
Op grond van artikel 7:262 lid 1 BW worden de verhuurder en de huurder geacht te zijn overeengekomen wat in de uitspraak van de Huurcommissie is vastgesteld, tenzij één van hen binnen acht weken na verzending van die uitspraak een beslissing van de kantonrechter heeft gevorderd over het punt waarover de huurcommissie om een uitspraak was verzocht. [de eiser] heeft zich tijdig tot de kantonrechter gewend. Dit brengt met zich dat de uitspraak van de Huurcommissie is komen te vervallen en dat de kantonrechter het geschil in deze procedure in volle omvang dient te beoordelen. Er zal derhalve een nieuwe beslissing moeten worden gegeven over de punten waarover [de eiser] de Huurcommissie om een uitspraak heeft verzocht.
4.5.
Allereerst moet worden beoordeeld of sprake is van één of meerdere gebreken aan het gehuurde.
4.6.
In artikel 7:204 lid 2 BW is een gebrek omschreven als een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft. Of sprake is van een gebrek moet aan de hand van objectieve verifieerbare feitelijke gegevens worden vastgesteld.
4.7.
[de eiser] heeft bij de Huurcommissie een aantal gebreken gemeld. Dit komt samengevat neer op de volgende gebreken:

- een gebrek aan ventilatie,

- de verwarming werkt niet naar behoren,

- het niet kunnen koelen van het gehuurde in de warme periodes,

- gebreken aan de buitendeur.

Deze gebreken zullen hierna afzonderlijk aan de orde komen.

Ventilatie
4.7.1.
[de eiser] stelt dat sprake is van een ventilatiegebrek. [de eiser] voert daartoe aan dat het gehuurde voldoende zou moeten worden geventileerd door de WTW-installatie maar dat dit onvoldoende gebeurt. In de slaapvertrekken zijn volgens [de eiser] geen afzuig- dan wel ventilatieventielen geplaatst en de ventilatiebuis hangt los. Het gebrek aan ventilatie in het gehuurde wordt door Nieman onderschreven in de rapportage van 2 juni 2025. Nieman stuitte tijdens het onderzoek immers op een boodschappentas in één van de kanalen en na de verwijdering daarvan zou de installatie weer naar behoren werken. Nieman verbaast zich voorts over de vuilophoping in de kanalen. Veluwonen heeft vanaf 2019 nagelaten onderhoud aan de WTW-installatie te verrichten en hierdoor zijn de gebreken ontstaan, aldus [de eiser]
4.7.2.
Waar het [de eiser] is die stelt dat de WTW-installatie het gehuurde onvoldoende ventileert als gevolg van een niet aan hem toe rekenen omstandigheid, lag het, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door Veluwonen, op zijn weg die stelling te onderbouwen. [de eiser] heeft dat onvoldoende gedaan. Het verwijzen naar de rapportage van Nieman is daarvoor in elk geval niet genoeg. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.7.3.
Uit de rapportage van Nieman blijkt dat zij in een kanaal van de WTW-installatie een boodschappentas heeft aangetroffen en dat die tas de gehele ventilatie blokkeerde. Daarmee staat vast dat WTW-installatie gedurende de periode waarin zich de betreffende tas in het kanaal van de WTW-installatie bevond, niet deugdelijk functioneerde terwijl in de woning gelet op de werking van de WTW-installatie de ramen en deuren maar kort geopend mochten worden. Het gehuurde kon dus in deze betreffende periode onvoldoende worden geventileerd. Van een gebrek is evenwel geen sprake. Het gebrek aan ventilatie werd namelijk veroorzaakt door een omstandigheid (een boodschappentas in een kanaal van de WTW-installatie) die aan [de eiser] moet worden toegerekend. De boodschappentas kon enkel via de binnenzijde van het gehuurde in de WTW-installatie terecht zijn gekomen terwijl vast staat dat [de eiser] de eerste bewoner is van het gehuurde en niet (gemotiveerd) gesteld of gebleken is dat de tas door of namens Veluwonen in het gehuurde is gebracht. Dit maakt dat geen sprake is van een gebrek als bedoeld in artikel 7:204 BW.
4.7.4.
Uit de rapportage van Nieman blijkt, anders dan [de eiser] lijkt te stellen, niet dat de WTW-installatie buiten de periode waarin zich een boodschappentas in het kanaal van de WTW-installatie bevond, ook niet deugdelijk functioneert en het gehuurde daarom onvoldoende ventileert. Weliswaar kan uit deze rapportage worden afgeleid dat het onderhoud en beheer aan de WTW-installatie in de afgelopen jaren niet goed is geweest, overigens ook op de onderdelen die [de eiser] ook volgens de eigen stellingen zelf moest doen, maar niet dat daardoor gebreken aan de WTW-installatie zijn ontstaan en de installatie ondeugdelijk is gaan functioneren. Integendeel, uit de rapportage blijkt juist dat de WTW-installatie na de verwijdering van de boodschappentas weer draait zoals dat de bedoeling is. Ook uit de inspectie van de huurcommissie volgt dat de WTW-installatie voldoet en dat er geen aanwijsbare en/of toetsbare mankementen aan de installatie zijn waar te nemen.
4.7.5.
[de eiser] heeft ook anderszins niet onderbouwd dat de WTW-installatie niet deugdelijk functioneert en daarom het gehuurde onvoldoende ventileert. Daarmee heeft [de eiser] zijn stellingen op dit punt onvoldoende onderbouwd, zodat aan bewijslevering niet wordt toegekomen. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat sprake is van onvoldoende ventilatie in het gehuurde.

Verwarming
4.7.6.
[de eiser] stelt dat sprake is van gebreken aan het verwarmingssysteem van de WTW-installatie. Dit systeem heeft, zo stelt [de eiser] , onvoldoende capaciteit. Met name in de woonkamer kan de gewenste thermosstaattemperatuur volgens [de eiser] niet, althans veel te langzaam, worden bereikt. Er is daardoor sprake van onvoldoende warmteafgifte in het gehuurde, aldus [de eiser]
4.7.7.
[de eiser] verwijst ter onderbouwing van zijn stellingen naar de rapportage van Nieman. De kantonrechter is echter van oordeel dat uit deze rapportage niet blijkt dat het verwarmingssysteem van de WTW-installatie onvoldoende capaciteit heeft en zorgt voor onvoldoende warmteafgifte. Hooguit kan uit de rapportage worden afgeleid dat het verwarmingsvermogen iets terugloopt omdat het gehuurde tijdens de opname door Nieman stoffig was, er schimmel in de WTW-unit zat en de filters niet heel vaak werden schoongemaakt/vervangen. Nog daargelaten dat het regelmatig schoonmaken van de filters binnen de invloedsfeer van [de eiser] ligt, betekent de enkele aanwezigheid van schimmel in de WTW-unit op zichzelf nog niet dat sprake is van een gebrek aan het gehuurde. Uit de rapportage van Nieman blijkt niet dat de aanwezigheid van schimmel de werking van het verwarmingssysteem zodanig beïnvloedt dat het gehuurde daardoor onvoldoende kan worden verwarmd. Anders dan [de eiser] meent, blijkt evenmin uit de rapportage van Nieman dat de woonkamer van het gehuurde onvoldoende snel opwarmt. Deze conclusie van Nieman (pagina van 22 van de rapportage) ziet niet op het gehuurde maar enkel op de woningen gelegen aan [buuradressen] . Volgens de toelichting van Nieman wordt in deze twee woningen alleen op plafondhoogte lucht in de woonkamer ingeblazen en niet ook – zoals in het gehuurde wel het geval is – op grondniveau. Als gevolg daarvan wordt de lucht in de woonkamer van de woningen aan [buuradressen] te weinig gemengd en wordt de lucht aan het plafond ook direct weer afgezogen. Dit gebrek doet zich dus niet in het gehuurde voor omdat in het gehuurde de warmtelucht ook op grondniveau wordt ingeblazen.
4.7.8.
[de eiser] heeft voor het overige ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat het verwarmingssysteem van de WTW-installatie ondeugdelijk is en daardoor onvoldoende warmte afgeeft. [de eiser] heeft daarmee zijn stellingen op dit punt onvoldoende onderbouwd. Van een gebrek als bedoeld in artikel 7:204 BW op dit punt is derhalve niet gebleken.

Gehuurde wordt te warm bij warme buitentemperaturen
4.7.9.
[de eiser] stelt dat er te weinig afkoeling in het gehuurde mogelijk is en dat het gehuurde bij warme zomers te veel opwarmt. [de eiser] heeft deze stelling, hoewel dit op zijn weg had gelegen, na de gemotiveerde betwisting daarvan door Veluwonen niet onderbouwd. Uit niets blijkt dat het in het gehuurde te warm wordt bij hoge buitentemperaturen. Uit de rapportage van Nieman blijkt juist dat de woningen aan [adres] aan de gestelde Beng-berekeningen voldoen. Dit houdt volgens Nieman in dat de kans op oververhitting aanwezig is maar dat dit binnen de gestelde grenzen ligt. Om echt inzicht te krijgen of een woning niet te veel wordt oververhit zou er, zo stelt Nieman, nader onderzoek moeten plaatsvinden. [de eiser] heeft dit nader onderzoek echter niet laten uitvoeren. De enkele subjectieve beleving van [de eiser] dat het zijns inziens te warm wordt in het gehuurde bij warme buitentemperaturen, is onvoldoende om aan de hand daarvan vast te stellen dat sprake is van oververhitting. [de eiser] heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd. Van een gebrek op dit punt is dan ook niet gebleken.

Buitendeur
4.7.10.
In de procedure bij de Huurcommissie heeft [de eiser] ook een vermeend gebrek aan de buitendeur naar voren gebracht. Volgens [de eiser] sluit de buitendeur niet, tocht de buitendeur en veroorzaakt de buitendeur geluidsoverlast. Omdat de gehele uitspraak van de Huurcommissie is komen te vervallen, moet in onderhavige procedure ook hierover worden beslist. De Huurcommissie heeft op dit onderdeel beslist dat geen sprake is van een gebrek dat ernstig genoeg is om de huurprijs tijdelijk te verlagen. [de eiser] heeft hiertegen in onderhavige procedure geen bezwaren aangevoerd. De kantonrechter neemt daarom aan dat van gebreken aan de buitendeur geen sprake is.

Conclusie
4.8.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [de eiser] zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd om tot het oordeel te komen dat sprake is van gebreken die door Veluwonen moeten worden hersteld en/of tot een huurprijsvermindering moeten leiden. De kantonrechter wijst deze vorderingen van [de eiser] daarom af.
4.9.
[de eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Veluwonen worden vastgesteld en begroot op:

- salaris gemachtigde



434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten



144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



578,00
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [de eiser] af,
5.2.
veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van € 578,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [de eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

lt

Artikel delen