Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBGEL:2026:6081

Opposant is niet-ontvankelijk in zijn verzet o.g.v. art. 143, leden 1 en 2 Rv in verbinding met art. 720 Rv jo. art. 475i Rv. Het exploot van overbetekening van het derdenbeslag is op 1 sept. 2025 in persoon betekend aan opposant. De deurwaarder heeft in dat exploot verklaard dat hij het beslagexploot heeft meebetekend en dit heeft opposant niet betwist. Uit het beslagexploot blijkt de inhoud v...

Rechtbank Gelderland 30 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBGEL:2026:6081 text/xml public 2026-07-30T15:00:25 2026-07-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-07-15 K/5001/11963336 Uitspraak Bodemzaak NL Arnhem Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6081 text/html public 2026-07-30T14:59:57 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:6081 Rechtbank Gelderland , 15-07-2026 / K/5001/11963336
Opposant is niet-ontvankelijk in zijn verzet o.g.v. art. 143, leden 1 en 2 Rv in verbinding met art. 720 Rv jo. art. 475i Rv. Het exploot van overbetekening van het derdenbeslag is op 1 sept. 2025 in persoon betekend aan opposant. De deurwaarder heeft in dat exploot verklaard dat hij het beslagexploot heeft meebetekend en dit heeft opposant niet betwist. Uit het beslagexploot blijkt de inhoud van het verstekvonnis. Opposant heeft op 1 september 2025 dan ook in voldoende mate kennis kunnen nemen van het verstekvonnis en de inhoud daarvan, zodat hij de nodige maatregelen had kunnen nemen om tijdig in verzet te komen. Het exploot levert dwingend bewijs op en opposant heeft daartegenover onvoldoende gesteld.
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11963336 CV EXPL 25-9074

Vonnis van 15 juli 2026

in de zaak van

[naam eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [de eiser] ,

procederend in persoon,

tegen

AUTOSCHADE SERVICE ENSCHEDE B.V.,

gevestigd te Enschede,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ASN,

gemachtigde: Hafkamp Groenewegen.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 december 2025

- de akte van ASN met producties 1 tot en met 3

- de e-mail van 19 mei 2026 van de kant van ASN met het exploot van 26 augustus 2025

- de mondelinge behandeling van 22 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
1.3.
Het verzet richt zich tegen het door de kantonrechter op 22 januari 2025 bij verstek uitgesproken vonnis onder zaaknummer 11463167 CV EXPL 24-10332, tussen ASN als eisende partij en [de eiser] als gedaagde partij.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
Hafkamp Groenewegen (hierna: de deurwaarder) heeft in opdracht van ASN het verstekvonnis van 22 januari 2025 betekend aan [de eiser] , door achterlating van een afschrift van de grosse van het vonnis in een gesloten envelop aan het adres van [de eiser] .
2.2.
Bij exploot van 26 augustus 2025 heeft ASN op grond van het verstekvonnis van 22 januari 2025 executoriaal beslag laten leggen onder Knab N.V. ten laste van [de eiser] .
2.3.
Op 1 september 2025 heeft de deurwaarder het exploot van 26 augustus 2025 in persoon betekend aan [de eiser] .
2.4.
Op 30 september 2025 heeft [de eiser] een verzetdagvaarding laten betekenen aan ASN, om te verschijnen op de rolzitting van 15 oktober 2025. Omdat de verzetdagvaarding niet op tijd was aangebracht bij de rechtbank Gelderland, kamer voor kantonzaken, locatie Arnhem, heeft [de eiser] op 27 oktober 2025 een herstelexploot laten betekenen aan ASN, om te verschijnen op de rolzitting van 12 november 2025.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
ASN heeft in de oorspronkelijke dagvaarding gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [de eiser] veroordeelt tot betaling van € 21.386,13 aan hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en rente, te vermeerderen met de rente over € 17.414,09 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling en met de veroordeling van [de eiser] in de proceskosten.
3.2.
De vordering van ASN is bij verstekvonnis van 22 januari 2025 toegewezen.
3.3.
Bij verzetdagvaarding van 30 september 2025 en herstelexploot van 27 oktober 2025 heeft [de eiser] verzet ingesteld tegen het verstekvonnis.
3.4.
Op 22 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen de heer [vertegenwoordiger ASN] namens ASN, bijgestaan door de heer [vertegenwoordiger Hafkamp Groenewegen] van Hafkamp Groenewegen, alsmede [de eiser] in persoon.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
In geschil is of [de eiser] tijdig in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis van 22 januari 2025. Die vraag dient dan ook als eerste beantwoord te worden.
4.2.
Op grond van artikel 143, leden 1 en 2 Rv is het recht van verzet onder meer gekoppeld aan een termijn van vier weken nadat het verstekvonnis, dan wel een uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte, in persoon is betekend aan de veroordeelde.

Het stuk dat betekend wordt hoeft dus niet per definitie het verstekvonnis zelf te zijn. Het moet in elk geval aan de veroordeelde duidelijk maken wie wat van hem heeft gevorderd en waartoe en door welk gerecht hij is veroordeeld, zodat hij aan de hand van die gegevens de nodige maatregelen kan nemen om desgewenst tijdig in verzet te komen. Een akte die strekt ter uitvoering van het vonnis is bijvoorbeeld een exploot met bevel tot voldoening aan het verstekvonnis (artikel 439 lid 1 Rv), een beslagexploot (artikel 440 Rv) of een exploot van overbetekening van een derdenbeslag (artikel 720 Rv jo. Artikel 475i Rv), zoals het exploot van 1 september 2025.
4.3.
[de eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling betwist dat het exploot van overbetekening van 1 september 2025 in persoon aan hem is betekend. Volgens [de eiser] heeft hij het exploot pas een dag later in zijn brievenbus aangetroffen.
4.4.
De kantonrechter verwerpt dit verweer van [de eiser] . Als uitgangspunt geldt dat een door een deurwaarder uitgebracht exploot een authentieke akte is, die op grond van artikel 157 lid 1 Rv dwingend bewijs oplevert van hetgeen de deurwaarder daarin binnen de kringen van zijn bevoegdheid omtrent zijn waarnemingen en verrichtingen heeft verklaard (vgl. Hof Amsterdam, 24 juni 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1560).

Dwingend bewijs houdt in dat de rechter verplicht is de inhoud van bepaalde bewijsmiddelen als waar aan te nemen, dan wel verplicht is de bewijskracht te erkennen die de wet aan bepaalde gegevens verbindt. Tegen dwingend bewijs staat ingevolge artikel 151 lid 2 Rv tegenbewijs vrij, tenzij de wet dit uitsluit. Om toegelaten te worden tot het leveren van tegenbewijs, dient de partij tegen wie het dwingend bewijs geldt in het kader van zijn verweer wel voldoende feiten en omstandigheden te stellen en een bewijsaanbod te doen.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [de eiser] niet voldaan aan zijn stelplicht en hij heeft ook geen bewijsaanbod gedaan. Dit betekent dat de kantonrechter bewezen acht dat het exploot van 1 september 2025 in persoon is betekend aan [de eiser] .
4.5.
De deurwaarder heeft in het exploot van 1 september 2025 verklaard dat hij het exploot van 26 augustus 2025 heeft meebetekend. [de eiser] heeft dit ook niet betwist.

Uit het exploot van 26 augustus 2025 blijkt dat [de eiser] bij vonnis van 22 januari 2025 van de rechtbank Gelderland, kamer voor kantonzaken, locatie Arnhem is veroordeeld tot betaling van € 21.386,13, vermeerderd met rente en kosten. [de eiser] heeft op 1 september 2025 dan ook in voldoende mate kennis kunnen nemen van het verstekvonnis van 22 januari 2025 en de inhoud daarvan, zodat hij de nodige maatregelen had kunnen nemen om tijdig in verzet te komen.
4.6.
De verzettermijn van vier weken is ingegaan op 2 september 2025, de dag volgend op de dag van betekening in persoon. Om tijdig in verzet te komen, had [de eiser] de verzetdagvaarding moeten laten betekenen uiterlijk op 29 september 2025. Deze is in eerste instantie betekend op 30 september 2025. Daarmee is [de eiser] niet tijdig in verzet gekomen tegen het verstekvonnis. [de eiser] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet. Dit leidt ertoe dat aan de inhoudelijke bespreking van de vordering en het verweer niet wordt toegekomen en dat het verstekvonnis in stand blijft.
4.7.
[de eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ASN worden begroot op:

- salaris gemachtigde



217,00

(1 punt × € 217,00)

- nakosten



108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



325,50
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart [de eiser] niet-ontvankelijk in zijn verzet tegen het op 22 januari 2025 tegen hem gewezen verstekvonnis,
5.2.
bekrachtigt het op 22 januari 2025 tussen partijen gewezen verstekvonnis onder zaaknummer 11463167 CV EXPL 24-10332,
5.3.
veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van € 325,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

858 / 53854

Artikel delen