Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBGEL:2026:6165

Beroep ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de medische belastbaarheid van eiser juist is vastgesteld. Er bestaat geen aanleiding voor een urenbeperking van maximaal vier uur per dag en twintig uur per week. De door eiser aangehaalde rechtspraak leidt niet tot een ander oordeel, omdat geen sprake is van een vergelijkbare situatie.

Rechtbank Gelderland 3 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBGEL:2026:6165 text/xml public 2026-08-03T09:00:21 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-07-31 ARN 24/8953 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6165 text/html public 2026-07-30T15:35:58 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:6165 Rechtbank Gelderland , 31-07-2026 / ARN 24/8953
Beroep ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de medische belastbaarheid van eiser juist is vastgesteld. Er bestaat geen aanleiding voor een urenbeperking van maximaal vier uur per dag en twintig uur per week. De door eiser aangehaalde rechtspraak leidt niet tot een ander oordeel, omdat geen sprake is van een vergelijkbare situatie.
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 24/8953
uitspraak van de enkelvoudige kamer vanin de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. D. Dekker),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de toekenning van een WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 42,66%. Eiser is het niet eens met de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist heeft vastgesteld.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het primaire besluit van 5 maart 2024 heeft het UWV de aanvraag van eiser voor een WIA-uitkering per 3 november 2022 (datum in geding) afgewezen. Met het bestreden besluit van 1 november 2024 op het bezwaar van eiser heeft het UWV het bezwaar van eiser gegrond verklaard en beslist dat eiser per datum in geding recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering, naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 42,66 %.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift, onder overlegging van een tweetal rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b).
2.2.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Het UWV heeft daarmee ingestemd. Eiser heeft eveneens ingestemd met het achterwege laten van zitting, maar daarbij nog gereageerd op het verweerschrift en de aanvullende rapporten van verzekeringsarts b&b. Het UWV heeft daarop een aanvullend verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en uitspraak gedaan zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiser werkte als bewindvoerder bij Stichting Prosperitas. Omdat de stichting failliet is gegaan, is de arbeidsovereenkomst met eiser door de curator per 5 november 2020 opgezegd. Op 25 april 2022 heeft eiser zich met terugwerkende kracht ziekgemeld met ingang van de datum waarop de arbeidsovereenkomst is opgezegd. Het UWV heeft geweigerd ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) toe te kennen, omdat eiser volgens het UWV niet verzekerd was voor de werknemersverzekeringen. Daarnaast heeft het UWV vastgesteld dat eiser geen recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van het ziekengeld is ongegrond verklaard. Tegen dit besluit op bezwaar heeft eiser beroep ingesteld. Het UWV heeft vervolgens vastgesteld dat eiser per 5 november 2020 toch verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Daarna heeft het UWV de rechtbank verzocht alsnog een medisch onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid van eiser in het kader van de ZW te mogen verrichten, waarmee de rechtbank heeft ingestemd. In dat kader heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit onderzoek is eiser hangende de beroepsprocedure per 5 november 2022 alsnog in aanmerking gebracht voor ziekengeld. Hierop heeft eiser het beroep ingetrokken.
3.1.
Op 20 november 2023 heeft eiser per datum in geding een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft deze aanvraag met het primaire besluit afgewezen, omdat eiser per datum in geding minder dan 35%, te weten 24,51% arbeidsongeschikt werd geacht. Naar aanleiding van het bezwaar van eiser, heeft verzekeringsarts b&b een medisch onderzoek verricht, waarbij de primaire Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) is aangepast door aanvullende beperkingen. Aan de hand van deze aangepaste FML heeft arbeidsdeskundige b&b nieuwe functies geduid. Op basis van deze functies is het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser vastgesteld op 42,66. Hierna is het bestreden besluit genomen.

De inhoudelijke medische beoordeling 4. Eiser stelt dat zijn medische beperkingen zijn onderschat. Volgens hem had een urenbeperking van maximaal vier uur per dag en twintig uur per week moeten worden aangenomen. Hij voert aan dat de verzekeringsarts b&b zelf heeft overwogen dat hij vanwege een verhoogde recuperatiebehoefte na vier uur werken niet in staat is diezelfde dag opnieuw vier uur te werken. Volgens eiser is onvoldoende gemotiveerd waarom geen ruimere urenbeperking is aangenomen. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst eiser naar de uitspraken van de rechtbank Rotterdam en de rechtbank Midden-Nederland, waarin bij tinnitus (en hyperacusis) een urenbeperking van vier uur per dag is aangenomen.
4.1.
Eiser voert verder aan dat in de FML ten onrechte is aangenomen dat hij gehoorbescherming kan dragen. Hij verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), waarin is overwogen dat gehoorbescherming bij tinnitus en hyperacusis juist contra-geïndiceerd kunnen zijn en dat onvoldoende rekening was gehouden met psychische klachten van betrokkene. Daarnaast stelt eiser dat uit het rapport van de in die zaak benoemde deskundige volgt dat verdergaande beperkingen moeten worden aangenomen ten aanzien van zowel horen als geluidsbelasting. Volgens eiser moet het aspect horen als beperkt worden aangemerkt, vanwege hoge tonen-perceptieverlies aan het linkeroor, tinnitus en hyperacusis, gepaard gaande met overgevoeligheid voor geluiden van uiteenlopende frequentie en intensiteit. Ook het aspect geluidsbelasting moet volgens eiser als beperkt worden gescoord, waarbij het dragen van gehoorbescherming niet mogelijk is en eiser is aangewezen op een geluidloze dan wel extreem geluidsarme werkomgeving. In dat verband verwijst eiser naar de uitspraak van de CRvB, waarin is overwogen dat betrokkene vanuit psychologisch oogpunt niet dient te worden blootgesteld aan lawaaiige werkruimtes of drukke kantoortuinen.
4.2.
Eiser voert verder aan dat in bezwaar ten onrechte geen rekening is gehouden met de eerder vastgestelde schouderklachten. In de primaire fase werd namelijk nog vermeld dat reiken moeizaam was, met abductie tot 45 graden, terwijl deze klachten in bezwaar geheel buiten beschouwing zijn gelaten. Volgens eiser moet daarom ook in de rubriek ‘dynamische handelingen’ een beperking worden opgenomen.
4.3.
In reactie op de aanvullende rapporten van de verzekeringsarts b&b van 7 januari 2025 en 10 april 2025 voert eiser aan dat de oorspronkelijke rapportage alleen een medische onderbouwing van de urenbeperking lijkt te bevatten. Volgens eiser wordt daarin in het geheel niet gesproken over een belastbaarheid van zes uur per dag, dertig uur per week of een marge van twee uur. Deze elementen verschijnen volgens hem pas in de latere rapporten. In de visie van eiser blijkt daaruit dat de oorspronkelijke medische motivering onvoldoende inzichtelijk maakt hoe uit de vastgestelde recuperatiebehoefte na vier uur werken wordt gekomen tot een belastbaarheid van zes uur per dag en dertig uur per week. Volgens eiser bevatten de latere rapporten daarom meer dan een nadere toelichting op de oorspronkelijke motivering. Verder voert eiser aan dat de verzekeringsarts b&b verwijst naar de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid (Standaard), inclusief aanvullingen van 4 december 2024, zonder inzichtelijk te maken welke aanvullingen zijn toegepast. Daardoor is namelijk niet controleerbaar aan welke criteria zijn situatie is getoetst, zodat de medische beoordeling onvoldoende transparant, verifieerbaar en toetsbaar is. Tot slot stelt eiser dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door hem aangehaalde rechtspraak van de CRvB niet op zijn situatie van toepassing is. Niet is gemotiveerd welke relevante feiten of omstandigheden maken dat zijn situatie wezenlijk afwijkt van de situatie waarop die rechtspraak betrekking heeft. Hij stelt zich daarom op het standpunt dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

5. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts b&b op overtuigende wijze heeft toegelicht in hoeverre eiser op de datum in geding belast kan worden met werk. Ten aanzien van de urenbeperking heeft de verzekeringsarts b&b gerapporteerd dat een urenbeperking conform de geldende Standaard vastgesteld is in marges van twee uur per dag, omdat energieverlies niet exact meetbaar is. In het geval van eiser is daarom uitgegaan van een belastbaarheid van gemiddeld ongeveer zes uur per dag en maximaal dertig uur per week. Daarbij heeft de verzekeringsarts b&b toegelicht dat de omstandigheid dat eiser na vier uur werken niet nogmaals vier uur kan werken op dezelfde dag, niet betekent dat na vier uur een volledige recuperatienoodzaak bestaat. Volgens de verzekeringsarts b&b kan eiser na vier uur nog wel arbeid verrichten, zij het niet nog circa vier uur aansluitend. Een urenbeperking van gemiddeld vier uur per dag zou volgens de verzekeringsarts b&b pas aan de orde zijn, indien na ongeveer vier uur werken zodanige recuperatie noodzakelijk is dat op dezelfde dag in het geheel geen arbeidsprestatie meer mogelijk is. Daarvan is volgens de verzekeringsarts b&b geen sprake. In reactie op de aanvullende beroepsgronden van eiser heeft het UWV in het verweerschrift toegelicht dat weliswaar juist is dat de urenbeperking van maximaal zes uur per dag en dertig uur per week niet expliciet in de oorspronkelijke rapportage is vermeld, maar dat deze urenbeperking wel is opgenomen in de FML van 16 augustus 2024, die onlosmakelijk met die rapportage is verbonden. Volgens het UWV bevatten de latere rapporten slechts een nadere motivering van de reeds vastgestelde urenbeperking. Verder heeft het UWV toegelicht dat de Standaard, inclusief de aanvullingen, openbaar beschikbaar is via de website van het UWV. Daarbij heeft het UWV uiteengezet dat deze Standaard verzekeringsartsen handvatten biedt voor de beoordeling van de duurbelastbaarheid. Daarnaast heeft het UWV onder verwijzing naar de Basisinformatie CBBS nader toegelicht hoe een urenbeperking wordt beoordeeld en waarom daarbij wordt uitgegaan van urenklassen in stappen van twee uur per dag. Daarmee heeft het UWV nader toegelicht waarom de verzekeringsarts b&b de duurbelastbaarheid van eiser heeft vastgesteld op zes uur per dag en dertig uur per week. Ook is erop gewezen dat een urenbeperking van vier uur per dag slechts aan de orde is indien betrokkene niet langer dan vier uur per dag belastbaar is, waarvan bij eiser geen sprake is. De rechtbank is van oordeel dat hiermee voldoende is gemotiveerd waarom bij eiser is uitgegaan van een urenbeperking van maximaal zes uur per dag en dertig uur per week. Van een motiveringsgebrek als bedoeld in artikel 7:12 van de Awb is daarom geen sprake.
5.1.
Met betrekking tot de rechterschouderklachten heeft de verzekeringsarts b&b gerapporteerd dat deze eerst medio december 2023 acuut zijn ontstaan, terwijl de datum in geding 3 november 2022 is, zodat met deze klachten geen rekening hoefde te worden gehouden. Ten aanzien van tinnitus klachten is gerapporteerd dat eiser op de datum in geding reeds beperkt is geacht voor geluidsbelasting boven 80dB (A). Daarbij wordt verwezen naar de Arbeidsomstandighedenwet, op grond waarvan beneden 80dB (A) geen verhoogd risico op gehoorschade bestaat. Volgens de verzekeringsarts b&b zijn bij hogere geluidsbelasting arbomaatregelen aangewezen, waaronder persoonlijke gehoorbescherming en beperking van de blootstellingsduur. De verzekeringsarts b&b wijst er daarbij op dat eiser reeds een aanzienlijke urenbeperking heeft. Voor zover eiser stelt [gemachtigde] niet mogelijk is, merkt de verzekeringsarts b&b dat eiser dergelijke bescherming in de praktijk wel met succes toepast, zoals hij tijdens het spreekuur op 26 juni 2023 heeft aangegeven. Daarom ziet de verzekeringsarts b&b geen aanleiding om aan te nemen dat eiser op de datum in geding geen persoonlijke gehoorbescherming zou kunnen gebruiken of dat dit onvoldoende effectief zou zijn.
5.2.
De motivering die de verzekeringsarts b&b hiervoor heeft gegeven kan de rechtbank volgen. Dat hiervoor, en in andere rubrieken, wel of een zwaardere beperking aangenomen moet worden is door eiser ook niet met medische informatie onderbouwd. Dat de verzekeringsarts b&b onvoldoende rekening heeft gehouden met de mate van pijnklachten en beperkingen van eiser kan de rechtbank dus niet afleiden uit medische informatie en volgt ook niet uit de stukken. De enkele stelling van eiser dat dit zo is, is hiertoe onvoldoende. De rechtbank heeft dan ook geen aanleiding om aan de medische conclusies te twijfelen.
5.3.
Voor zover eiser verwijst naar andere rechterlijke uitspraken, overweegt de rechtbank dat deze uitspraken betrekking hebben op andere feitelijke en medische situaties en daarom niet zonder meer met de situatie van eiser kunnen worden gelijkgesteld. Ook het beroep van eiser op de door hem aangehaalde rechtspraak van de CRvB, leidt niet tot een ander oordeel. De uitspraak van 16 december 2015 ziet op een uitzonderlijke combinatie van tinnitus en hyperacusis, waarbij het dragen van gehoorbescherming vanwege die specifieke medische situatie niet mogelijk werd geacht. Daaruit kan niet worden afgeleid dat gehoorbescherming bij iedere vorm van tinnitus niet mogelijk is. De uitspraak van 31 oktober 2024 betreft verder een situatie waarin de beperking ten aanzien van een drukke werkomgeving mede was gebaseerd op psychische klachten. Van dergelijke psychische klachten is bij eiser niet gesteld of gebleken. Deze uitspraken geven daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de beoordeling van de verzekeringsarts b&b. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Arbeidsdeskundige beoordeling 6. Eiser voert aan dat de arbeidsdeskundige beoordeling uitgaat van een onjuiste belastbaarheid. De arbeidsdeskundige b&b heeft de geselecteerde functies beoordeeld op basis van een belastbaarheid van zes uur per dag en dertig uur per week. Volgens eiser is dat in strijd met de bevindingen van de verzekeringsarts b&b. Daardoor is volgens hem zowel de passendheid van de geselecteerde functies als de berekening van de resterende verdiencapaciteit onjuist.
6.1.
Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat het UWV de medische belastbaarheid van eiser op goede gronden heeft vastgesteld, ziet zij geen aanleiding voor het oordeel dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van schadecorrespondent (sbc-code: 516080), medewerker postverzorging (intern) (sbc-code: 315140) en huishoudelijk medewerker gebouwen (sbc-code: 111334) niet passend zijn. De arbeidsdeskundige b&b heeft de signaleringen afdoende toegelicht en overtuigend gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van eiser vallen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen<?linebreak?>7.Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser per datum in geding juist heeft vastgesteld. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.<?linebreak?>
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in aanwezigheid van

mr. J. Mamedova, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.

De rapporten van 7 januari 2025 en 10 april 2025.

Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Het besluit van 3 mei 2022.

Het besluit van 9 mei 2022.

Het besluit van 24 oktober 2022.

Het rapport van 26 juni 2023.

Het besluit van 16 oktober 2023.

Aan dit besluit ligt het verzekeringsgeneeskundig rapport van 15 februari 2024 en arbeidsdeskundig rapport van 4 maart 2024 ten grondslag.

FML van 16 augustus 2024.

Het rapport van 30 oktober 2024.

De uitspraken van 14 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5860 en van 12 april 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2147.

De uitspraak van 16 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4692.

De uitspraak van 31 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2067.

Artikel delen