Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBGEL:2026:6394

Beroep ongegrond. De medische belastbaarheid van eiseres is juist vastgesteld. De leeftijd van eiseres en het gestelde excessieve ziekteverzuim leiden niet tot aanvullende beperkingen. Ook de geselecteerde functies zijn geschikt. De beperkingen in de prikkelverwerking geven geen aanleiding voor een ander oordeel. De signaleringen bij de functies zijn voldoende gemotiveerd. Het overleg tussen de...

Rechtbank Gelderland 17 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBGEL:2026:6394 text/xml public 2026-08-17T09:00:27 2026-08-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-08-13 ARN 25/4134 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6394 text/html public 2026-08-12T16:02:41 2026-08-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:6394 Rechtbank Gelderland , 13-08-2026 / ARN 25/4134
Beroep ongegrond. De medische belastbaarheid van eiseres is juist vastgesteld. De leeftijd van eiseres en het gestelde excessieve ziekteverzuim leiden niet tot aanvullende beperkingen. Ook de geselecteerde functies zijn geschikt. De beperkingen in de prikkelverwerking geven geen aanleiding voor een ander oordeel. De signaleringen bij de functies zijn voldoende gemotiveerd. Het overleg tussen de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep was voldoende. Geen aanleiding om te oordelen dat het overleg verder had moeten strekken.
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht

Zittingsplaats: Arnhem

zaaknummer: ARN 25/4134
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. S.J. Heijtlager),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beslissing van het UWV om eiseres met ingang van 23 september 2023 (de datum in geding) een uitkering toe te kennen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 47,23%. Eiseres is het niet eens met de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist heeft vastgesteld.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Het UWV heeft in het besluit van 23 oktober 2024 (primaire besluit) beslist dat eiseres per de datum in geding opnieuw in aanmerking komt voor een WIA-uitkering en dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres 47,23% is. Met het bestreden besluit van 6 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en heeft daarbij een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van 17 november 2025 ingebracht. Eiseres heeft daarop gereageerd met een medisch arbeidsdeskundig rapport van 15 juli 2026.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 5 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres werkte als docent biologie voor gemiddeld 29,39 uur per week. Op 24 januari 2014 heeft eiseres zich (gedeeltelijk) ziekgemeld vanwege gezondheidsklachten. Na het doorlopen van de wettelijke wachttijd heeft het UWV aan eiseres met ingang van 22 januari 2016 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 44,46%. Na toekenning van de WGA-uitkering is eiseres binnen het onderwijs blijven werken voor gemiddeld 18,39 uur per week. De WGA-uitkering van eiseres is met ingang van 20 mei 2020 beëindigd, omdat eiseres met praktische verdiensten meer dan 65% van het maatmaninkomen verdiende.
3.1.
Binnen 5 jaar na de beëindiging van de WGA-uitkering, heeft eiseres zich per 22 september 2023 toegenomen arbeidsongeschikt gemeld. Het UWV heeft deze ziekmelding opgevat als een aanvraag voor een (herleving van de) WIA-uitkering. Naar aanleiding hiervan heeft er een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in een medisch rapport. De belastbaarheid van eiseres is opgenomen in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige heeft vervolgens een arbeidsdeskundige beoordeling verricht en in dat kader vastgesteld dat eiseres op de datum in geding voor 47,23% arbeidsongeschikt is. Hierna heeft het UWV het primaire besluit genomen.
3.2.
Naar aanleiding van het bezwaar van eiseres heeft de verzekeringsarts b&b eiseres op het spreekuur gezien en medisch onderzocht. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport. De verzekeringsarts b&b heeft in de FML aanvullende beperkingen aangenomen. Daarna heeft een arbeidsdeskundige beoordeling plaatsgevonden. De arbeidsdeskundige b&b heeft, rekening houdend met de aangescherpte FML, geconcludeerd, dat alle eerder voor eiseres geselecteerde functies onveranderd voor haar geschikt zijn. De mate van arbeidsongeschiktheid is ongewijzigd 47,23% gebleven. Hierna heeft het UWV het bestreden besluit genomen.
Beoordeling door de rechtbank<?linebreak?>Volledige heroverweging in bezwaar<?linebreak?>4.In haar beroepschrift betoogt eiseres dat in bezwaar geen sprake is geweest van een volledige heroverweging<footnote-ref linkend="_1ae398a7-ccae-4b92-918b-2ce694442028" />, omdat niet op alle door haar aangevoerde bezwaargronden is ingegaan en de verzekeringsarts b&b zich heeft beperkt tot een beoordeling van het (rapport van het) medisch onderzoek door de verzekeringsarts. De rechtbank volgt haar daarin niet. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b blijkt dat dossieronderzoek is verricht, eiseres tijdens een fysiek spreekuur is gesproken en onderzocht en de beschikbare medische informatie bij de beoordeling is betrokken. De verzekeringsarts b&b heeft daarmee een eigen beoordeling verricht en zijn bevindingen en conclusies daarop gebaseerd. Dat niet op ieder afzonderlijk argument is ingegaan, betekent niet dat geen sprake is geweest van een volledige heroverweging. Deze beroepsgrond slaagt niet. <?linebreak?> 4.1.
Bovenstaande beroepsgrond is op de zitting overigens niet meer herhaald. Daar is bovendien vastgesteld dat niet in geschil is dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is geweest. Partijen verschillen uitsluitend van mening of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres terecht heeft vastgesteld op 47,23% in het kader van de zogenaamde Amberbeoordeling per datum in geding. Meer in het bijzonder ligt de vraag voor of het UWV de belastbaarheid van eiseres, zoals neergelegd in de FML, juist heeft vastgesteld en of de geselecteerde functies, gelet op die belastbaarheid, aan de schatting ten grondslag konden worden gelegd.

Is de medische belastbaarheid juist vastgesteld? 5. Eiseres voert, onder verwijzing naar het medisch-arbeidskundige rapport van 9 oktober 2025, aan dat het UWV haar beperkingen als gevolg van haar ASS, ADHD en psychische klachten heeft onderschat. Volgens haar is onvoldoende rekening gehouden met haar behoefte aan een sterk gestructureerde en prikkelarme werkomgeving, haar beperkte energetische belastbaarheid en daarmee de noodzaak van een urenbeperking en haar eerdere excessieve ziekteverzuim, waaruit volgens haar blijkt dat zij op arbeidsdeskundige gronden niet duurzaam arbeid kan verrichten.
5.1.
De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de door de verzekeringsarts b&b vastgestelde belastbaarheid in de FML van 31 mei 2025. De verzekeringsarts b&b heeft naar het oordeel van de rechtbank inzichtelijk gemotiveerd waarom aanleiding bestond de FML op enkele onderdelen aan te passen, maar niet om verdergaande beperkingen, waaronder een urenbeperking aan te nemen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de door eiseres ingeschakelde medisch adviseur eiseres niet heeft onderzocht en zijn bevindingen heeft gebaseerd op het dossieronderzoek, terwijl de beoordeling van de verzekeringsarts b&b mede gebaseerd is op eigen onderzoek van de gezondheidstoestand van eiseres. Anders dan de door eiseres ingeschakelde medisch adviseur, die blijkens het verhandelde ter zitting geen verzekeringsarts is maar een bedrijfsarts, heeft de verzekeringsarts b&b naar het oordeel van de rechtbank wel gemotiveerd waarom hij bepaalde extra beperkingen heeft toegevoegd en andere geclaimde beperkingen niet. De door eiseres ingeschakelde medisch adviseur stelt dat eiseres gezien haar aandoeningen, die overigens tussen partijen niet in geschil zijn, beperkingen kent met betrekking tot prikkelverwerking, contextduiding en stressregulatie en dat zij een verhoogde behoefte heeft aan structuur en voorspelbaarheid. Dat en hoe de verzekeringsarts b&b hieraan onvoldoende tegemoet gekomen is met de vastgestelde FML, heeft de medisch adviseur niet onderbouwd. De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat in de FML rekening is gehouden met de ASS en ADHD en de daaruit voortvloeiende beperkingen. Zo is eiseres onder meer beperkt geacht ten aanzien van afleiding, samenwerken en sociaal functioneren en is zij aangewezen op een voorspelbare werksituatie, een duidelijke taakstructuur en een afgebakend takenpakket. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende rekening gehouden met haar prikkelgevoeligheid en behoefte aan structuur. De rechtbank volgt de verzekeringsarts b&b ook in het standpunt dat rekening houdend met de reeds aangenomen beperkingen, geen medische noodzaak bestaat voor een aanvullende urenbeperking. Eiseres heeft ter onderbouwing van een volgens haar noodzakelijke urenbeperking bovendien gewezen op haar ervaringen; zo kan ze haar dagelijkse verplichtingen uitvoeren maar is zij aan het einde van de dag op en is er nog maar weinig ruimte voor sociale activiteiten. Ook heeft zij haar vrijwilligerswerk (werk achter de bar) niet kunnen volhouden. Wat hier ook van zij, deze activiteiten zijn niet beoordeeld op hun passendheid voor eiseres. Daarom kan hier niet zonder meer de conclusie aan verbonden worden dat eiseres niet ongeveer 40 uur per week, acht uur per dag worden belast met arbeid die binnen haar mogelijkheden en belastbaarheid valt.
5.2.
Voor zover eiseres heeft gewezen op haar leeftijd, volgt de rechtbank de verzekeringsarts b&b in het standpunt dat de rigiditeit als gevolg van autisme met het ouder worden meer uitgesproken kan worden. De normale afname van flexibiliteit die met het ouder worden gepaard gaat, vormt echter geen ziekte of gebrek en blijft daarom buiten beschouwing. Ook de stelling van eiseres dat sprake is van excessief ziekteverzuim, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de gedingstukken blijken geen aanknopingspunten voor die stelling. Eiseres heeft die stelling ook niet met objectieve gegevens onderbouwd. De rechtbank betrekt hier overigens ten overvloede bij dat een arbeidsdeskundige van het UWV in 2015 al heeft geconcludeerd dat het werk binnen het onderwijs voor eiseres ongeschikt was. Deze beroepsgrond slaagt niet.
5.3
De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de medische onderbouwing van het bestreden besluit. Eiseres moet vanaf de datum in geding in staat worden geacht arbeid te verrichten die in overeenstemming is met de voor haar vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML van 31 mei 2025.
5.4.
Tot slot heeft eiseres de rechtbank verzocht om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De rechtbank ziet daarvoor geen aanleiding, omdat zij – zoals hiervoor is geoordeeld – geen twijfel heeft aan de juistheid van de medische beoordeling.

Is de arbeidskundige beoordeling juist? 6. Eiseres voert aan dat haar beperkingen onjuist zijn vertaald naar de geselecteerde functies. Volgens haar heeft het overleg tussen de verzekeringsarts b&b en arbeidsdeskundige b&b zich beperkt tot de relatie tussen de FML en de geselecteerde functies. Daarbij is volgens eiseres onvoldoende aandacht besteed aan de gevolgen van de ASS en haar persoonsprofiel voor de geschiktheid van de functies. Om die reden zijn de geselecteerde functies niet passend. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat niet de taakinhoud, maar de prikkelverwerking vanwege ASS maakt, dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn. Daarnaast overschrijden de geselecteerde functies haar belastbaarheid, aldus eiseres.
6.1.
Nu de rechtbank geen aanleiding ziet te twijfelen aan de juistheid van de FML, mocht de arbeidsdeskundige b&b daarvan uitgaan bij de functieduiding. Anders dan eiseres betoogt, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat het overleg tussen de verzekeringsarts b&b en arbeidsdeskundige b&b onvoldoende is geweest. Uit het onderdeel C (Arbeidskundige onderbouwing) van het rapport van de arbeidsdeskundige b&b volgt dat er een overleg heeft plaatsgevonden. Daarbij zijn de in de FML opgenomen beperkingen betrokken bij de beoordeling van de geschiktheid van de geselecteerde functies en is toelichting gegeven op de signaleringen en het resultaat van de functiebeoordeling. Anders dan eiseres stelt ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat dit overleg verder had moeten strekken. Voor zover eiseres stelt dat niet de taakinhoud, maar de prikkelverwerking maakt dat de geselecteerde functies voor haar niet geschikt zijn, volgt de rechtbank haar daarin niet. De rechtbank verwijst naar hetgeen wat onder 5.1. is overwogen over de vastgestelde belastbaarheid. Ook de signaleringen bij de geselecteerde functies zijn naar het oordeel voldoende gemotiveerd. De rechtbank ziet geen aanleiding aan die motivering te twijfelen. De beroepsgrond slaagt niet.

Slot 7. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat zij zich door het UWV niet serieus genomen voelt, volgt de rechtbank haar daarin niet. Uit de gedingstukken blijkt dat eiseres zowel in primaire, als in de bezwaarfase door een verzekeringsarts (b&b) is onderzocht, dat de beschikbare medische informatie bij de beoordeling is betrokken en dat op haar bezwaren is gereageerd. Dat het UWV niet tot het door eiseres gewenste oordeel is gekomen, betekent niet dat haar klachten of standpunten niet serieus zijn genomen.
Conclusie en gevolgen<?linebreak?>8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres juist heeft vastgesteld en haar terecht met ingang van de datum in geding een loonaanvullingsuitkering WGA heeft toegekend. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.<?linebreak?>
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Mamedova, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Toegekend is een loonaanvullingsuitkering Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA).

Per 22 september 2019 is deze loongerelateerde uitkering omgezet naar een loonaanvullingsuitkering.

Het rapport van 2 september 2024.

FML van 2 september 2024.

Het rapport van 18 oktober 2024.

Het rapport van 31 mei 2025.

FML van 31 mei 2025.

Het rapport van 31 juli 2025.

De volgende functies zijn geselecteerd: archiefmedewerker (sbc-code: 315132), schadecorrespondent (sbc-code: 516080), administratief medewerker, notaris, advocaat, rechtbank (sbc-code: 532040) en twee reservefuncties: administratief medewerker afhandelingen (sbc-code: 515080) en productiemedewerker industrie (sbc-code: 111180).

Zoals bedoeld in artikel 7:11 va de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Opgesteld door [medisch adviseur] en [arbeidsdeskundige] .

ASS = autismespectrumstoornis

ADHD = Attention Deficit Hyperactivity Disorder.

De geduide functies zijn: archiefmedewerker (sbc-code: 315132), schadecorrespondent (sbc-code: 516080), administratief medewerker, notaris, advocaat, rechtbank (sbc-code: 532040) en twee reservefuncties van: administratief medewerker afhandelingen (sbc-code: 515080) en productiemedewerker industrie (sbc-code: 111180).

Artikel delen