Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBGEL:2026:6922

Verzoeker verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Het verzoekschrift van verzoeker is echter niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskoste...

Rechtbank Gelderland 14 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBGEL:2026:6922 text/xml public 2026-09-14T09:00:13 2026-09-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-09-10 ARN 26/3441 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6922 text/html public 2026-09-10T14:37:40 2026-09-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:6922 Rechtbank Gelderland , 10-09-2026 / ARN 26/3441
Verzoeker verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Het verzoekschrift van verzoeker is echter niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding daarom af.

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/3441
<?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 september 2026<?linebreak?>
in de zaak tussen
<?linebreak?> [verzoeker] uit [woonplaats] , verzoeker
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn, het college.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van 1 juni 2026, waarbij de maximale capaciteit van de vuurwerkbunkers van verzoeker werd teruggebracht van 2000 kg per bunker naar 500 kg per bunker. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 juni 2026.
1.1.
Hij heeft het verzoek ingetrokken omdat het college op 30 juli 2026 de begunstigingstermijn heeft verlengd totdat op het bezwaar is beslist.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
1.3.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Moet het college de proceskosten van verzoeker vergoeden?

3. In artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht is een opsomming van proceshandelingen waarvoor een vergoeding van kosten kan worden toegewezen opgenomen. Andere kosten kunnen niet worden vergoed. Een van de vereisten is dat de kosten moeten zijn gemaakt in verband met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. In dit geval is het verzoekschrift niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3.1.
Er bestaat alleen daarom al geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Conclusie en gevolgen
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Omdat het college de werking van het besluit van 1 juni 2026 heeft opgeschort totdat op het bezwaar is beslist, betaalt de griffier het griffierecht aan verzoeker terug.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. Sahli, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 september 2026

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel delen