Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBLIM:2026:4252

Verstek. Vordering ex art. 3:300 lid 2 BW. Tussenvonnis. Eiser wordt in de gelegenheid gesteld een concept van de notatiële akte van levering over te leggen. Wil de rechtelijke uitspraak de gehele akte kunnen vervangen, dan zal het vonnis immers moeten inhouden wat normaliter in de tot levering bestemde notariële akte moet zijn opgenomen. Het is niet aan de rechtbank - die overigens ook niet ov...

Rechtbank Limburg 4 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBLIM:2026:4252 text/xml public 2026-06-04T14:56:37 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-29 348429 Uitspraak Verstek NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4252 text/html public 2026-06-04T14:56:10 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:4252 Rechtbank Limburg , 29-04-2026 / 348429
Verstek. Vordering ex art. 3:300 lid 2 BW. Tussenvonnis. Eiser wordt in de gelegenheid gesteld een concept van de notatiële akte van levering over te leggen. Wil de rechtelijke uitspraak de gehele akte kunnen vervangen, dan zal het vonnis immers moeten inhouden wat normaliter in de tot levering bestemde notariële akte moet zijn opgenomen. Het is niet aan de rechtbank - die overigens ook niet over de daarvoor vereiste gegevens beschikt - die inhoud van de akte te formuleren.
RECHTBANK Limburg
Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/348429 / HA ZA 26-11

Vonnis van 29 april 2026

in de zaak van

[de man] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. T.G.M. Scheers,

tegen

[de vrouw] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de vrouw,

niet verschenen.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 4 december 2025, met de producties 1 t/m 7,

- de publicatie van het exploot in de Staatscourant van 16 december 2025, nr. 43853,

- het tegen de vrouw verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De vordering 2.1.
De man vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

bepaalt dat de woning gelegen te [adres] te naam wordt gesteld van de man;

bepaalt dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de door de notaris op te stellen akte van levering;

Subsidiair

de verdeling van de tussen partijen bestaan hebbende gemeenschap van goederen vaststelt, zodanig als door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

primair en subsidiair

de vrouw veroordeelt in de kosten van dit geding aan de man, waaronder het salaris van de advocaat van de man, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;
<nr>3</nr>De feiten 3.1.
Partijen zijn op [datum 1] 1995 met elkaar gehuwd, zonder het maken van huwelijkse voorwaarden. Bij beschikking van deze rechtbank van [datum 2] 2017 is de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld. De echtscheidingsbeschikking is op [datum 3] 2017 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.2.
Bij voornoemde beschikking is aan de man toegedeeld het winkel-woonhuis met tuin, ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [adres] (hierna: het registergoed), onder de verplichting dat de man de hypothecaire lening bij ING Bank N.V. als eigen schuld voldoet en de vrouw daarvoor vrijwaart.
3.3.
De man wenst de toedeling van het registergoed aan hem te effectueren. Mr. Zuidervaart, kandidaat-notaris (hierna: de notaris), heeft ter uitvoering van de beschikking getracht de toedeling op 18 april 2025 in te schrijven. De bewaarder van het Kadaster heeft de notaris bij brief van 25 april 2025 bericht dat het aangeboden stuk weliswaar is ingeschreven, maar dat dit bij nader inzien ten onrechte is gebeurd, omdat het niet aan de inschrijvingsvereisten voldoet. Om deze reden is de Basisregistratie Kadaster niet bijgewerkt op grond van het ingeschreven stuk.
3.4.
De notaris heeft bij brief van 28 april 2025 aan deze rechtbank verzocht de beschikking van [datum 3] 2017 te rectificeren, dan wel aan te vullen, in die zin dat de rechter bepaalt dat de beschikking in de plaats treedt van de tot transport bestemde notariële akte, zodat de beschikking alsnog correct kan worden ingeschreven in het Kadaster.
3.5.
De rechtbank heeft de notaris bij brief van 17 juni 2025 bericht niet over te gaan tot herstel of aanvulling van de beschikking, omdat de verzochte aanvulling geen onderdeel vormt van hetgeen destijds is verzocht, terwijl evenmin sprake is van een voor eenvoudig herstel vatbare verbetering.
<nr>4</nr>De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op hetgeen de man heeft aangevoerd, voldoende aannemelijk dat partijen bij de start van deze procedure geen gemeenschappelijke verblijfplaats hebben en dat de laatste gewone verblijfplaats van partijen, waar de man nog steeds verblijft, zich in Nederland bevindt. Gelet daarop is de rechtbank internationaal bevoegd op grond van artikel 6 onder b van de Huwelijksvermogensrechtverordening.
4.2.
Het toepasselijke recht moet worden bepaald aan de hand van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978, nu het huwelijk van partijen is gesloten na 1 september 1992 en voor 29 januari 2019. Aangezien partijen blijkens de stellingen van de man geen rechtskeuze hebben gemaakt, wordt, op grond van de hoofdregel van artikel 4 van dit verdrag hun huwelijksvermogensregime beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied zij hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk hebben gevestigd. Dat is, gelet op de stellingen van de man, Nederland, zodat in dit geval Nederlands recht van toepassing is.

Inhoudelijke beoordeling
4.3.
Bij de echtscheidingsbeschikking van [datum 2] 2017 heeft de rechtbank op verzoek van de man – de vrouw was in die procedure ook niet verschenen – de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld. Daarbij is het registergoed aan de man toegedeeld, onder de verplichting dat de man de hypothecaire lening bij ING Bank N.V. als eigen schuld voldoet en de vrouw daarvoor vrijwaart (zie rov. 3.2). Met die toedeling is de verdeling echter nog niet voltooid: voor de daadwerkelijke overgang naar het vermogen van de man is een leveringshandeling vereist (artikel 3:186 Burgerlijk Wetboek (BW)). Voor onroerende zaken betekent dit dat een notariële akte moet worden opgemaakt, die vervolgens wordt ingeschreven in de openbare registers (artikel 3:89 BW).

Als partijen gehouden zijn samen een akte op te maken kan de rechter op grond van artikel 3:300 lid 2 BW bepalen dat zijn uitspraak in de plaats van de akte of een deel daarvan zal treden. De rechter dient echter terughoudend gebruik te maken van deze mogelijkheid. In dit geval vordert de man dat de uitspraak in de plaats van de gehele akte zal treden.
4.4.
De rechtbank stelt voorop dat bij de huidige stand van zaken voldoende is gebleken dat de vrouw, op grond van de door de rechtbank bij beschikking van [datum 2] 2017 vastgestelde verdeling, is gehouden mee te werken aan de levering van voornoemde onroerende zaak aan de man. Daarbij geldt dat de vrouw al jaren onvindbaar is voor de man en tot op heden niet bekend is waar zij zich ophoudt. Gelet hierop bestaat naar het oordeel van de rechtbank in beginsel voldoende grond voor toewijzing van de primaire vordering, in die zin dat het vonnis in de plaats treedt van de akte (artikel 3:300 lid 2 BW).
4.5.
Echter, wil de rechterlijke uitspraak de gehele akte kunnen vervangen, dan zal het vonnis alles moeten inhouden wat normaliter in de tot levering bestemde notariële akte moet zijn opgenomen, zoals de aard van het goed, de plaatselijke aanduiding (zo die er is) en de kadastrale aanduiding. Daarnaast moet de titel van overdracht en eventuele andere bijzonderheden worden vermeld. Het is niet aan de rechtbank – die overigens ook niet over de daarvoor vereiste gegevens beschikt – die inhoud van de akte te formuleren. De rechtbank zal de man daarom in de gelegenheid stellen een concept over te leggen van de notariële akte van levering waarvan het vonnis in de plaats zou moeten treden.
<nr>5</nr>De beslissing
De rechtbank
5.1.
verwijst de zaak naar de rol van 13 mei 2026 voor het overleggen door de man van een concept van de notariële akte van levering,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Hurkens en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.

Verordening (EU) 2016/1103 van de Raad van 24 juni 2016 tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van huwelijksvermogensstelsels, PbEU 2016, L 183.

Vgl. Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2021/308; GS Vermogensrecht, art. 3:300 BW, aant. 10.

Artikel delen