Veroordeling wegens het in vereniging aanwezig hebben van harddrugs en het in vereniging plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs. Oplegging van een gevangenisstraf.
Rechtbank Limburg 6 July 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:6518
Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-07-2026
Datum publicatie
06-07-2026
Zaaknummer
03.268186.23
Rechtsgebied
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBLIM:2026:6518text/xmlpublic2026-07-06T15:00:192026-07-06Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Limburg2026-07-0603.268186.23UitspraakEerste aanleg - meervoudigNLMaastrichtStrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6518text/htmlpublic2026-07-06T11:14:472026-07-06Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBLIM:2026:6518 Rechtbank Limburg , 06-07-2026 / 03.268186.23 Veroordeling wegens het in vereniging aanwezig hebben van harddrugs en het in vereniging plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs. Oplegging van een gevangenisstraf.
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03.268186.23 Tegenspraak (gemachtigde raadsman) Vonnis van de meervoudige kamer van 6 juli 2026 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1976,
domicilie kiezende te [adres 1] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. H.G. Koopman, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juni 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.277358.23 en de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.142029.24. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte (al dan niet samen met anderen):
Feit 1: op 12 oktober 2023 opzettelijk (ongeveer) 32,87 gram heroïne, 4,54 gram cocaïne en 120,43 gram metamfetamine aanwezig heeft gehad;
Feit 2: op 12 oktober 2023 de productie van heroïne, cocaïne, metamfetamine of in ieder geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I heeft voorbereid en bevorderd. 3De beoordeling van het bewijs3.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht beide feiten bewezen. De politie heeft op 12 oktober 2023 in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] drugs en allerlei goederen voor de productie van drugs aangetroffen. De verdachte heeft verklaard uit die woning te zijn gekomen en betrokken te zijn bij de productie van drugs in die woning. 3.2 Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de voorbereidingshandelingen concludeert de verdediging tot vrijspraak. De verdachte heeft de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen niet aangeschaft. Niet in te zien is wat de bijdrage van de verdachte is geweest aan de voorbereidingshandelingen. De uiting van de voorbereidingshandelingen ligt niet op of omstreeks 12 oktober 2023, maar in de periode erna. 3.3 Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, heeft de rechtbank de bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in bijlage II. De overwegingen van de rechtbank
Op grond van die bewijsmiddelen acht de rechtbank het aanwezig hebben van de harddrugs (feit 1) en de voorbereiding/bevordering van de productie van synthetische drugs (feit 2) bewezen. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder als volgt. De verdachte is op 12 oktober 2023 door de politie aangetroffen onder het balkon van de woning aan de [adres 2] nummer [huisnummer] te Heerlen. De verdachte hing – voordat de politie ter plekke kwam – aan dat balkon en hij is van dit balkon naar beneden gevallen, nadat een andere man heeft geprobeerd hem omhoog te trekken. Bij controle van de telefoon van de verdachte kreeg de politie het vermoeden dat de verdachte zich bezighield met (de productie van) verdovende middelen. De politie is daarop voornoemde woning binnengetreden en trof daar een hoeveelheid drugs aan en de tenlastegelegde voorwerpen en stoffen. Die voorwerpen en stoffen kunnen gebruikt worden voor de productie van synthetische drugs. De huurder van de voornoemde woning is de medeverdachte [medeverdachte 1] . In de woning is op een dressoir in de woonkamer een gasmasker aangetroffen met daarop het DNA van de medeverdachte [medeverdachte 2] en op het tv-meubel een gasmasker met daarop het DNA van de verdachte. Het voorgaande levert redengevende feiten en omstandigheden op dat de verdachte het aan hem tenlastegelegde samen met anderen heeft gepleegd: naast medeverdachte [medeverdachte 2] is dat medeverdachte [medeverdachte 1] , de huurder van de bedoelde woning. En in een geval als dit, mag van de verdachte een aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring worden verwacht. Die is door de verdachte op geen enkel moment gegeven. De rechtbank concludeert, op grond van het voorgaande, dat de verdachte samen met anderen zich schuldig gemaakt geeft aan het hem tenlastegelegde. Uit de bewijsmiddelen volgt overigens niet specifiek welke drugs geproduceerd zouden gaan worden, nu daarin enkel wordt gesproken over substanties voor de productie van synthetische drugs. De rechtbank acht daarmee niet bewezen dat de voorbereidingshandelingen specifiek gericht waren op de productie van heroïne, cocaïne en/of metamfetamine, maar wel op een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. 3.4 De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte ten aanzien van feit 1:
op 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:
- ongeveer 32,87 gram heroïne, en
- ongeveer 4,54 gram cocaïne, en
- ongeveer 120,43 gram metamfetamine,
zijnde heroïne, cocaïne en metamfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; ten aanzien van feit 2:
op 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van een (of meer) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen,
- twee gasmaskers (met filter), en
- een paar rubberen handschoenen, en
- een weegschaal, en
- een speciekuip, en
- een maatbeker, en
- een mes, en
- een (of meer) spatel(s), en
- een (of meer) jerrycan(s), en
- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en
- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en
- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg’,
zijnde voorwerpen en stoffen waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op: ten aanzien van feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 2:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf6.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest. 6.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt een straf op te leggen overeenkomstig de duur van de voorlopige hechtenis, te weten 244 dagen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat dat in de LOVS-oriëntatiepunten voor feit 1 een gevangenisstraf van 6 weken staat en dat de redelijke termijn is overschreden. 6.3 Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs en het bezit van een hoeveelheid harddrugs. De verdachte is daardoor medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van harddrugs veroorzaakt voor de volksgezondheid en de criminaliteit die met harddrugs gepaard gaat. Ook brengt de opslag van grondstoffen die worden gebruikt bij het vervaardigen en bewerken van harddrugs grote risico’s met zich mee, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige dampen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de productiemiddelen zijn aangetroffen in een appartement in een woonwijk. Van de mogelijke gevolgen voor de omwonenden heeft de verdachte zich kennelijk niets aangetrokken. Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend is. Daarbij heeft de rechtbank voor wat betreft het aanwezig hebben van de harddrugs gelet op de daarvoor geldende LOVS-oriëntatiepunten en voor wat betreft de voorbereidingshandelingen voor de productie van harddrugs op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank stelt daarbij vast dat de verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd, geen volledige openheid van zaken heeft willen geven en geen (volledige) verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. In dit geval is de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn aangevangen op 13 oktober 2023, de datum waarop de verdachte in verzekering is gesteld. Dit betekent dat de redelijke termijn van twee jaren met bijna negen maanden is overschreden. Van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken. Daarom zal de rechtbank de op te leggen gevangenisstraf verminderen en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 243 dagen opleggen, overeenkomstig de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten en hoeft de verdachte niet terug naar de gevangenis. 7Het beslag Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal de inbeslaggenomen verdovende middelen en de verpakking daarvan onttrekken aan het verkeer. Ten aanzien van de verdovende middelen overweegt de rechtbank dat de feiten met betrekking tot deze voorwerpen zijn begaan en deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De onttrekking aan het verkeer van een voorwerp omvat mede de verpakking, zodat ook deze zal worden onttrokken. Teruggave
De rechtbank beslist daarnaast tot teruggave van de simkaart. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet. 9De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte voor beide feiten tot een gevangenisstraf van 243 dagen; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Beslag
- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:
1. STK Verdovende Middelen (G1646867);
1. STK Verdovende Middelen (G1646111);
1. STK Verdovende Middelen (G1646204);
1. STK Verdovende Middelen (G1646424);
1. STK Verdovende Middelen (G1646431);
1. STK Verdovende Middelen (G1646434);
1. STK Verdovende Middelen (G1646219);
1. STK Zak (G1646187);
- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte:
1. STK Simkaart van zaktelefoon (G1646414). Dit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en mr. T.C.M. Smeets, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.H. Bohnen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 juli 2026. Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat Ten aanzien van feit 1:
hij, op of omstreeks 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en
in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk
aanwezig heeft gehad:
- ongeveer 32,87 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende heroïne, en/of
- ongeveer 4,54 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende cocaïne, en/of
- ongeveer 120,43 gram metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende
metamfetamine,
zijnde heroïne, cocaïne en/of metamfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel
3a van die wet; Ten aanzien van feit 2:
hij, op of omstreeks 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en
in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, om een feit,
bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te
weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland
brengen, en/of
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,
afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen, van een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) heroïne, cocaïne en/of metamfetamine, in elk geval een (of meer)
middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
- twee gasmaskers (met filter), en/of
- een paar rubberen handschoenen, en/of
- een weegschaal, en/of
- een speciekuip, en/of
- een maatbeker, en/of
- een mes, en/of
- een (of meer) spatel(s), en/of
- een (of meer) jerrycan(s), en/of
- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en/of
- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en/of
- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg, zijnde voorwerpen en/of stoffen waarvan hij, verdachte, en/of zijn
mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat
zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad. BIJLAGE II: De bewijsmiddelen Het proces-verbaal van bevindingen van 12 oktober 2023, p.20-21
Op 12 oktober 2023 bevonden wij ons op de [adres 2] te Heerlen, aan de achterzijde van de aldaar gelegen flat. Wij zagen dat er aan de achterzijde van de flat een persoon op de grond lag. Wij zagen dat deze persoon lag onder het tweede balkon gezien vanaf de [straatnaam 1] . Ik liep naar de vrouw die eerder bij de gewonde man stond. Zij verklaarde dat zij de man aan het balkon had zien hangen en dat een andere man deze man naar boven wilde trekken. Dat de man uiteindelijk toch viel en dat de andere man na een aantal minuten kwam kijken bij de gewonde en meteen ook weer weg liep. Teneinde de identiteit van de gewonde man te achterhalen bekeken wij de telefoon van het slachtoffer. Wij openden de telefoon en zagen in de fotogalerij foto's waarop vermoedelijk verdovende middelen, en de productie hiervan, te zien waren. Het proces-verbaal van bevindingen van 12 oktober 2023, p.23-24
Op 12 oktober 2023 was ik op de [adres 2] / [straatnaam 2] in verband met een incident hulpverlening van een persoon die vanaf een balkon omlaag was gevallen. Ter plaatse kon achterhaald worden dat het om appartement [huisnummer] ging. Terwijl ik de woning betrad, rook ik bij binnenkomst in de woonkamer een weeïge geur, mij bekend als de geur van amfetamine. Ik zag diverse aanwijzingen waaruit ik vermoedde dat er in de woning harddrugs vervaardigd werden. Ik zag onder andere in de woonkamer:
- Naast de tv een geel gasmasker liggen met een filterbus.
- Op het dressoir in de woonkamer lagen resten wit poeder en doorzichtige kristallen, alsmede gele rubberen handschoenen, een zwart gasmasker met filter en een weegschaal
met resten kristalachtige stof. In de keuken stond een witte speciekuip met daarin een oa een maatbeker, een mes, en spatels. Vervolgens zag ik op het balkon meerdere jerrycans staan. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte van 12 oktober 2023, p.245
Op 12 oktober 2023 gingen wij ter plaatse in het Zuyderland ziekenhuis in Heerlen op verzoek van officier van dienst politie [naam] . Aldaar zou een onbekende man liggen die eerder op de dag van een balkon was gevallen. Volgens [naam] zou er een drugslab zijn aangetroffen in de woning waar de man van zou zijn gevallen. Aldaar troffen wij een Spaanssprekende man aan die aangaf [verdachte] te heten. Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van 13 oktober 2023, p.34
Op 12 oktober 2023 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [adres 2] Heerlen. Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen: Gasmasker zwart, Gasmasker geel, Zakje cocaïne, Handschoenen zwart, Zakje brok heroïne, Zakje brok heroïne, Bolletje cocaïne, Zakje MDMA wit, Zakje MDMA bruin, Zak met opschrift “Caus 5kg”, Zak kleur paars met vloeistof, Zak met opschrift “Perka 3kg”, Zak met opschrift “Wijnsteen 2kkg”. Het proces-verbaal van bevindingen van 24 oktober 2023, p.117
Het is mij ambtshalve bekend dat de combinatie van de substantie Caus, Perka, Wijnsteen en Amfetamine gebruikt kan worden voor de productie van synthetische drugs. Het proces-verbaal van bevindingen van 12 oktober 2023, p.163
Naar aanleiding van het ontvangen huurcontract van Wonen Limburg in relatie tot het appartement: [adres 2] te Heerlen, ben ik in gesprek gegaan met een medewerker van Wonen Limburg. Op het overzicht zijn twee bankrekeningnummers weergegeven in relatie tot de hoofdhuurder [medeverdachte 1] . De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.101
Plaats: [adres 2] Heerlen
Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur
Goednummer: PL2300-2023162733-1646198, 33 gram heroine bruto De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.104
Plaats: [adres 2] Heerlen
Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur
Goednummer: PL2300-2023162733-1646209, 6 gram bruto cocaine De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.105
Plaats: [adres 2] Heerlen
Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur
Goednummer: PL2300-2023162733-1646213, 42 gram bruto amfetamine / crystal meth De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.108
Plaats: [adres 2] Heerlen
Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur
Goednummer: PL2300-2023162733-1646224, 51 gram bruto crystal meth / amfetamine De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.109
Plaats: [adres 2] Heerlen
Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur
Goednummer: PL2300-2023162733-1646231, 40 gram bruto mdma / amfetamine Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 14 november 2023, p.68-73
De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:
Goednummer: PL2300-2023162733-1646198
SIN: AAQQ7919NL
Relatie met SIN: AAQR6444NL Goednummer: PL2300-2023162733-1646209
SIN: AAQQ7920NL
Relatie met SIN: AAQR6445NL Goednummer: PL2300-2023162733-1646231
SIN: AAQQ7921NL
Relatie met SIN: AAQR6446NL Goednummer: PL2300-2023162733-1646224
SIN: AAQQ7922NL
Relatie met SIN: AAQR6447NL Goednummer: PL2300-2023162733-1646213
SIN: AAQQ7923NL
Relatie met SIN: AAQR6448NL, AAQR6449NL, AAQR6450NL, AAQR6451NL De deskundigenrapporten van ing. M. Visser-van Leeuwen, als rapporteur verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag van 13 november 2023, p.74-81
Kenmerk: AAQR6444NLOmschrijving: brokjes, bruin, uit 32,87 gram
Conclusie: bevat heroïne Kenmerk: AAQR6445NL
Omschrijving: poeder, wit, uit 4,54 gram
Conclusie: bevat cocaïne Kenmerk: AAQR6446NLOmschrijving: poeder en brokjes, bruin, uit 35,70 gram
Conclusie: bevat metamfetamine Het proces-verbaal van bevindingen van 22 november 2023, p.180
Op 12 oktober 2023 werd in de woning [adres 2] te Heerlen een productielocatie voor synthetische drugs aangetroffen. In het appartement werden diverse goederen bemonsterd voor DNA-onderzoek. De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.91
Plaats: [adres 2] Heerlen
Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur
AAPV8333NL: zwartkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer) De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.95
Plaats: [adres 2] Heerlen
Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur
AAPV8335NL: geelkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer) De deskundigenrapportage van dr. PJ. Herbergs, forensisch DNA-deskundige, verbonden aan The Maastricht Forensic Institute, van 16 november 2023, p.182-188
Bemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL)
DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.*
Mogelijke donor van celmateriaal: Verdachte [verdachte] .
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van verdachte [verdachte] in de bemonstering 'gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL) AAQJ4430NL' is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen:
Hypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van verdachte [verdachte] en twee onbekende, niet verwante personen.
Hypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van drie onbekende, niet verwante
personen.
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is. Bemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van gasmasker (met SIN AAPV8333NL)DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.* Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.
Mogelijke donor van celmateriaal: [medeverdachte 2] (DNA-hoofdprofiel) Bemonstering: Rondom de filterventielen aan de binnenzijde van het gasmasker (met SIN AAPV8333NL)
DNA-profiel: DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard
Mogelijke donor van celmateriaal: [medeverdachte 2] Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer LB2R023104-51, gesloten d.d. 15 februari 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 305.