Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBLIM:2026:6520

Veroordeling wegens het in vereniging aanwezig hebben van harddrugs en het in vereniging plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs. Oplegging van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf en een taakstraf.

Rechtbank Limburg 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBLIM:2026:6520 text/xml public 2026-07-06T15:00:20 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-07-06 03.277358.23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Maastricht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6520 text/html public 2026-07-06T13:20:19 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:6520 Rechtbank Limburg , 06-07-2026 / 03.277358.23
Veroordeling wegens het in vereniging aanwezig hebben van harddrugs en het in vereniging plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs. Oplegging van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf en een taakstraf.
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.277358.23

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 juli 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1987,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.
<nr>1</nr>Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juni 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.142029.24 en de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.268186.23.
<nr>2</nr>De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte (al dan niet samen met anderen):

Feit 1: op 12 oktober 2023 opzettelijk (ongeveer) 32,87 gram heroïne, 4,54 gram cocaïne en 120,43 gram metamfetamine aanwezig heeft gehad;

Feit 2: op 12 oktober 2023 de productie van heroïne, cocaïne, metamfetamine of in ieder geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I heeft voorbereid en bevorderd.
<nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs 3.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide feiten bewezen. De politie heeft op 12 oktober 2023 in de woning van de verdachte drugs en allerlei goederen voor de productie van drugs aangetroffen. De officier van justitie voert aan dat op camerabeelden in de omgeving van de woning op 12 oktober 2023 iemand te zien is die erg op de verdachte lijkt. Het DNA van de verdachte is in de woning aangetroffen, waaronder op een gasmasker, al heeft daarvan geen berekening van de bewijswaarde plaatsgevonden. De verdachte heeft in de betreffende periode zijn telefoon niet gebruikt. De verdachte legt daarnaast wisselende verklaringen af over het al dan niet kennen van de medeverdachte [medeverdachte 2] . De verdachte wist volgens de officier van justitie wat er in de woning aanwezig was en heeft zich daarmee (ook) schuldig gemaakt aan de voorbereidingshandelingen.
3.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak. De verdachte heeft zijn woning uitgeleend en hij heeft geen drugs voorhanden gehad en ook geen voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs getroffen. Als het al de verdachte op de camerabeelden is, dan zegt dat niet meer dan dat hij in de buurt was. Er is niet vastgesteld dat het DNA van de verdachte op het gasmasker zit. Er is ook niet duidelijk wat er geproduceerd zou gaan worden.
3.3
Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, heeft de rechtbank de bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in bijlage II.

De overwegingen van de rechtbank

Op grond van die bewijsmiddelen acht de rechtbank het aanwezig hebben van de harddrugs (feit 1) en de voorbereiding/bevordering van de productie van synthetische drugs (feit 2) bewezen. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder als volgt.

De medeverdachte [medeverdachte 2] is op 12 oktober 2023 door de politie aangetroffen onder het balkon van de woning van de verdachte aan de [adres 2] te Heerlen. [medeverdachte 2] hing – voordat de politie ter plekke kwam – aan dat balkon en hij is van dit balkon naar beneden gevallen, nadat een andere man heeft geprobeerd hem omhoog te trekken. Bij controle van de telefoon van [medeverdachte 2] kreeg de politie het vermoeden dat hij zich bezighield met (de productie van) verdovende middelen. De politie is daarop de woning van de verdachte binnengetreden en trof daar een hoeveelheid drugs aan en de tenlastegelegde voorwerpen en stoffen. Die voorwerpen en stoffen kunnen gebruikt worden voor de productie van synthetische drugs. De huurder van voornoemde woning is de verdachte. In de woning is op een dressoir in de woonkamer een gasmasker aangetroffen met daarop het DNA van de medeverdachte [medeverdachte 1] en op het tv-meubel een gasmasker met daarop het DNA van de medeverdachte [medeverdachte 2] .

Het voorgaande levert redengevende feiten en omstandigheden op dat de verdachte -die verantwoordelijk is voor hetgeen zich in zijn woning afspeelt en bevindt- zich, samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan het hem tenlastegelegde. De verklaring van de verdachte over dit alles is naar het oordeel van de rechtbank ongeloofwaardig. De verdachte heeft aangevoerd dat hij niet thuis was toen die spullen in zijn woning kwamen en dat hij in die tijd vaak bij zijn opa in Amsterdam was. Hij zou zijn woning hebben uitgeleend aan een Dominicaanse man, een zekere [naam 1] of [naam 2] . De rechtbank acht het echter niet geloofwaardig dat de verdachte zijn woning heeft uitgeleend aan een persoon waarvan hij de voornaam niet eens kent. Dat de verdachte aanvoert in het verleden op straat te hebben geleefd en het daarom niet vreemd te vinden om zijn woning achter te laten aan iemand die hij niet of nauwelijks kent, maakt niet dat de rechtbank zijn verklaring geloofwaardig(er) vindt. Daar komt bij dat de verdachte tijdens de terechtzitting heeft verklaard [medeverdachte 2] niet te kennen, terwijl hij in de raadkamer gevangenhouding heeft verklaard hem wel drie à vijf minuten te hebben gezien. Dit is een opvallende tegenstrijdigheid die de geloofwaardigheid van de verklaring van de verdachte behoorlijk aantast.

De rechtbank concludeert, op grond van het voorgaande, dat de verdachte samen met anderen zich schuldig gemaakt geeft aan het hem tenlastegelegde.

Uit de bewijsmiddelen volgt overigens niet specifiek welke drugs geproduceerd zouden gaan worden, nu daarin enkel wordt gesproken over substanties voor de productie van synthetische drugs. De rechtbank acht daarmee niet bewezen dat de voorbereidingshandelingen specifiek gericht waren op de productie van heroïne, cocaïne en/of metamfetamine, maar wel op een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
3.4
De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

ten aanzien van feit 1:

op 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- ongeveer 32,87 gram heroïne, en

- ongeveer 4,54 gram cocaïne, en

- ongeveer 120,43 gram metamfetamine,

zijnde heroïne, cocaïne en metamfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

ten aanzien van feit 2:

op 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van een (of meer) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen,

- twee gasmaskers (met filter), en

- een paar rubberen handschoenen, en

- een weegschaal, en

- een speciekuip, en

- een maatbeker, en

- een mes, en

- een (of meer) spatel(s), en

- een (of meer) jerrycan(s), en

- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en

- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en

- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg’,

zijnde voorwerpen en stoffen waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
<nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
<nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
<nr>6</nr>De straf 6.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 180 dagen met aftrek van de duur van het voorarrest, waarvan 85 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast vordert de officier van justitie oplegging van een taakstraf van 80 uren.
6.2
Het standpunt van de verdediging

Bij bewezenverklaring dient een straf overeenkomstig de duur van het voorarrest te worden opgelegd. De verdediging voert daartoe aan dat de redelijke termijn is overschreden.
6.3
Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs en het bezit van een hoeveelheid harddrugs. De verdachte is daardoor medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van harddrugs veroorzaakt voor de volksgezondheid en de criminaliteit die met harddrugs gepaard gaat. Ook brengt de opslag van grondstoffen die worden gebruikt bij het vervaardigen en bewerken van harddrugs grote risico’s met zich mee, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige dampen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de productiemiddelen zijn aangetroffen in een appartement in een woonwijk. Van de mogelijke gevolgen voor de omwonenden heeft de verdachte zich kennelijk niets aangetrokken.

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat in beginsel een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend is. Daarbij heeft de rechtbank voor wat betreft het aanwezig hebben van de harddrugs gelet op de daarvoor geldende LOVS-oriëntatiepunten en voor wat betreft de voorbereidingshandelingen voor de productie van harddrugs op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank stelt daarbij vast dat de verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd, geen volledige openheid van zaken heeft willen geven en geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. In het voordeel van de verdachte rekent de rechtbank mee het door de reclassering uitgebrachte advies, waaruit volgt dat hij zich goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en dat hij bezig is om zijn leven weer positief op te bouwen. Verder houdt de rechtbank, in strafmitigerende zin, rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. In dit geval is de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn aangevangen op 22 oktober 2023, de datum waarop de verdachte in verzekering is gesteld. Dit betekent dat de redelijke termijn van twee jaren met ruim acht maanden is overschreden. Van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken.

Gelet op de voornoemde strafmitigerende omstandigheden, zal de rechtbank de verdachte niet terugsturen naar de gevangenis. De rechtbank zal aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf van 235 dagen, waarvan 140 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het voorwaardelijke deel dient als een waarschuwing aan de verdachte: mocht hij nog eens overwegen om de wet te overtreden, dan weet hij wat hem mogelijk te wachten staat. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een taakstraf van 80 uren.
<nr>7</nr>Het beslag
De rechtbank beslist tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de gsm.
<nr>8</nr>De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.
<nr>9</nr>De beslissing
De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte voor de beide feiten tot een gevangenisstraf van 235 dagen, waarvan 140 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van twee jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen 5 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de reclassering van het Leger des Heils op het adres Putgraaf 3, 6411 GT Heerlen;

geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

veroordeelt de verdachte voor beide feiten tot een taakstraf voor de duur van 80 uren;

beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Beslag

- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte:

1 STK GSM (G1648474).

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en mr. T.C.M. Smeets, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.H. Bohnen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 juli 2026.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Ten aanzien van feit 1:

hij, op of omstreeks 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en

in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk

aanwezig heeft gehad:

- ongeveer 32,87 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende heroïne, en/of

- ongeveer 4,54 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende cocaïne, en/of

- ongeveer 120,43 gram metamfetamine,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende

metamfetamine,

zijnde heroïne, cocaïne en/of metamfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel

3a van die wet;

Ten aanzien van feit 2:

hij, op of omstreeks 12 oktober 2023 in de gemeente Heerlen tezamen en

in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, om een feit,

bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te

weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland

brengen, en/of

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,

afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of

- het opzettelijk vervaardigen,

van een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) heroïne, cocaïne en/of metamfetamine, in elk geval een (of meer)

middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

- twee gasmaskers (met filter), en/of

- een paar rubberen handschoenen, en/of

- een weegschaal, en/of

- een speciekuip, en/of

- een maatbeker, en/of

- een mes, en/of

- een (of meer) spatel(s), en/of

- een (of meer) jerrycan(s), en/of

- een zak met het opschrift ‘Caus 5 kg’, en/of

- een zak met het opschrift ‘Perka 3 kg’, en/of

- een zak met het opschrijft ‘Wijnsteen 2,5 kg,

zijnde voorwerpen en/of stoffen waarvan hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat

zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad.

BIJLAGE II: De bewijsmiddelen

Het proces-verbaal van bevindingen van 12 oktober 2023, p.20-21

Op 12 oktober 2023 bevonden wij ons op de [adres 2] te Heerlen, aan de achterzijde van de aldaar gelegen flat. Wij zagen dat er aan de achterzijde van de flat een persoon op de grond lag. Wij zagen dat deze persoon lag onder het tweede balkon gezien vanaf de [straatnaam 1] . Ik liep naar de vrouw die eerder bij de gewonde man stond. Zij verklaarde dat zij de man aan het balkon had zien hangen en dat een andere man deze man naar boven wilde trekken. Dat de man uiteindelijk toch viel en dat de andere man na een aantal minuten kwam kijken bij de gewonde en meteen ook weer weg liep. Teneinde de identiteit van de gewonde man te achterhalen bekeken wij de telefoon van het slachtoffer. Wij openden de telefoon en zagen in de fotogalerij foto's waarop vermoedelijk verdovende middelen, en de productie hiervan, te zien waren.

Het proces-verbaal van bevindingen van 12 oktober 2023, p.23-24

Op 12 oktober 2023 was ik op de [adres 2] / [straatnaam 2] in verband met een incident hulpverlening van een persoon die vanaf een balkon omlaag was gevallen. Ter plaatse kon achterhaald worden dat het om appartement [huisnummer] ging. Terwijl ik de woning betrad, rook ik bij binnenkomst in de woonkamer een weeïge geur, mij bekend als de geur van amfetamine. Ik zag diverse aanwijzingen waaruit ik vermoedde dat er in de woning harddrugs vervaardigd werden. Ik zag onder andere in de woonkamer:

- Naast de tv een geel gasmasker liggen met een filterbus.

- Op het dressoir in de woonkamer lagen resten wit poeder en doorzichtige kristallen,

alsmede gele rubberen handschoenen, een zwart gasmasker met filter en een weegschaal

met resten kristalachtige stof. In de keuken stond een witte speciekuip met daarin een oa een maatbeker, een mes, en spatels. Vervolgens zag ik op het balkon meerdere jerrycans staan.

Het proces-verbaal van aanhouding verdachte van 12 oktober 2023, p.245

Op 12 oktober 2023 gingen wij ter plaatse in het Zuyderland ziekenhuis in Heerlen op verzoek van officier van dienst politie [naam 3] . Aldaar zou een onbekende man liggen die eerder op de dag van een balkon was gevallen. Volgens [naam 3] zou er een drugslab zijn aangetroffen in de woning waar de man van zou zijn gevallen. Aldaar troffen wij een Spaanssprekende man aan die aangaf [medeverdachte 2] te heten.

Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van 13 oktober 2023, p.34

Op 12 oktober 2023 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [adres 2] Heerlen. Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen: Gasmasker zwart, Gasmasker geel, Zakje cocaïne, Handschoenen zwart, Zakje brok heroïne, Zakje brok heroïne, Bolletje cocaïne, Zakje MDMA wit, Zakje MDMA bruin, Zak met opschrift “Caus 5kg”, Zak kleur paars met vloeistof, Zak met opschrift “Perka 3kg”, Zak met opschrift “Wijnsteen 2kkg”.

Het proces-verbaal van bevindingen van 24 oktober 2023, p.117

Het is mij ambtshalve bekend dat de combinatie van de substantie Caus, Perka, Wijnsteen en Amfetamine gebruikt kan worden voor de productie van synthetische drugs.

Het proces-verbaal van bevindingen van 12 oktober 2023, p.163

Naar aanleiding van het ontvangen huurcontract van Wonen Limburg in relatie tot het appartement: [adres 2] te Heerlen, ben ik in gesprek gegaan met een medewerker van Wonen Limburg. Op het overzicht zijn twee bankrekeningnummers weergegeven in relatie tot de hoofdhuurder [verdachte] .

De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.101

Plaats: [adres 2] Heerlen

Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur

Goednummer: PL2300-2023162733-1646198, 33 gram heroine bruto

De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.104

Plaats: [adres 2] Heerlen

Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur

Goednummer: PL2300-2023162733-1646209, 6 gram bruto cocaine

De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.105

Plaats: [adres 2] Heerlen

Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur

Goednummer: PL2300-2023162733-1646213, 42 gram bruto amfetamine / crystal meth

De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.108

Plaats: [adres 2] Heerlen

Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur

Goednummer: PL2300-2023162733-1646224, 51 gram bruto crystal meth / amfetamine

De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.109

Plaats: [adres 2] Heerlen

Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur

Goednummer: PL2300-2023162733-1646231, 40 gram bruto mdma / amfetamine

Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 14 november 2023, p.68-73

De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:

Goednummer: PL2300-2023162733-1646198

SIN: AAQQ7919NL

Relatie met SIN: AAQR6444NL

Goednummer: PL2300-2023162733-1646209

SIN: AAQQ7920NL

Relatie met SIN: AAQR6445NL

Goednummer: PL2300-2023162733-1646231

SIN: AAQQ7921NL

Relatie met SIN: AAQR6446NL

Goednummer: PL2300-2023162733-1646224

SIN: AAQQ7922NL

Relatie met SIN: AAQR6447NL

Goednummer: PL2300-2023162733-1646213

SIN: AAQQ7923NL

Relatie met SIN: AAQR6448NL, AAQR6449NL, AAQR6450NL, AAQR6451NL

De deskundigenrapporten van ing. M. Visser-van Leeuwen, als rapporteur verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag van 13 november 2023, p.74-81

Kenmerk: AAQR6444NL Omschrijving: brokjes, bruin, uit 32,87 gram

Conclusie: bevat heroïne

Kenmerk: AAQR6445NL

Omschrijving: poeder, wit, uit 4,54 gram

Conclusie: bevat cocaïne

Kenmerk: AAQR6446NL Omschrijving: poeder en brokjes, bruin, uit 35,70 gram

Conclusie: bevat metamfetamine

Kenmerk: AAQR6447NL

Omschrijving: kristal, crèmekleurig, uit 47,30 gram

Conclusie: bevat metamfetamine

Kenmerk: AAQR6448NL

Omschrijving: kristal, wit, uit 4,67 gram

Conclusie: bevat metamfetamine

Kenmerk: AAQR6449NL

Omschrijving: kristal, wit, uit 2,10 gram

Conclusie: bevat metamfetamine

Kenmerk: AAQR6450NL

Omschrijving: kristal, crèmekleurig, uit 21,27 gram

Conclusie: bevat metamfetamine

Kenmerk: AAQR6451NL

Omschrijving: kristal, wit, uit 9,39 gram

Conclusie: bevat metamfetamine

Het proces-verbaal van bevindingen van 22 november 2023, p.180

Op 12 oktober 2023 werd in de woning [adres 2] [huisnummer] te Heerlen een productielocatie voor synthetische drugs aangetroffen. In het appartement werden diverse goederen bemonsterd voor DNA-onderzoek.

De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.91

Plaats: [adres 2] Heerlen

Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur

AAPV8333NL: zwartkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer)

De kennisgeving van inbeslagneming van 13 oktober 2023, p.95

Plaats: [adres 2] Heerlen

Datum en tijd: 12 oktober 2023 te 19:00 uur

AAPV8335NL: geelkleurig gasmasker (aangetroffen woonkamer)

De deskundigenrapportage van dr. PJ. Herbergs, forensisch DNA-deskundige, verbonden aan The Maastricht Forensic Institute, van 16 november 2023, p.182-188

Bemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL)

DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.*

Mogelijke donor van celmateriaal: Verdachte [medeverdachte 2] .

Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van verdachte [medeverdachte 2] in de bemonstering 'gehele contactvlak met het gezicht van het gasmasker (met SIN AAPV8335NL) AAQJ4430NL' is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen:

Hypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van verdachte [medeverdachte 2] en twee onbekende, niet verwante personen.

Hypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van drie onbekende, niet verwante

personen.

De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.

Bemonstering: Gehele contactvlak met het gezicht van gasmasker (met SIN AAPV8333NL) DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.* Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Mogelijke donor van celmateriaal: [medeverdachte 1] (DNA-hoofdprofiel)

Bemonstering: Rondom de filterventielen aan de binnenzijde van het gasmasker (met SIN AAPV8333NL)

DNA-profiel: DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard

Mogelijke donor van celmateriaal: [medeverdachte 1]

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer LB2R023104-51, gesloten d.d. 15 februari 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 305.

Artikel delen