ECLI:NL:RBLIM:2026:6678text/xmlpublic2026-09-11T14:48:562026-07-08Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Limburg2026-07-08 12188671 / EZ VERZ 26-115UitspraakBeschikkingNLRoermondCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6678text/htmlpublic2026-09-11T10:57:472026-09-11Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBLIM:2026:6678 Rechtbank Limburg , 08-07-2026 / 12188671 / EZ VERZ 26-115 Erfrecht. Vaststelling termijn artikel 4:192 BW
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer / rekestnummer: 12188671 EZ VERZ 26-115 Beschikking van 8 juli 2026 in de zaak van 1 [verzoeker 1] , te [plaats 1] ,2. [verzoeker 2],
te [plaats 1] ,3. [verzoeker 3],
te [plaats 2] ,4. [verzoeker 4],
te [plaats 3] ,5. [verzoeker 5],
te [plaats 4] ,6. [verzoeker 6],
te [plaats 5] ,7. [verzoeker 7],
te [plaats 6] ,8. [verzoeker 8],
te [plaats 5] ,9. [verzoeker 9],
te [plaats 7] ,10. [verzoeker 10],
te [plaats 8] ,11. [verzoeker 11],
te [plaats 5] ,
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: verzoekers,
gemachtigde: M.P.A. Stevens, tegen
[verweerder]
,
te [plaats 9] (België),
verwerende partij,
hierna te noemen: verweerder,
procederend in persoon. 1De procedure1.1. Op 1 april 2026 is een verzoekschrift ingediend. 1.2. Verweerder heeft, ondanks in de gelegenheid te zijn gesteld, hier niet op gereageerd. 1.3. De beschikking is bepaald op vandaag. 2De feiten2.1. Op [datum 1] 2025 is te [plaats 10] overleden mevrouw [erflaatster], geboren te [plaats 8] op [datum 2] 1938 en laatstelijk gewoond hebbende te [plaats 1] ), hierna te noemen erflaatster. 2.2. Verzoekers, alsmede verweerder zijn erfgenamen van erflaatster. 3Het verzoek3.1. Verzoekers verzoeken de kantonrechter om aan verweerder een termijn te stellen als bedoeld in artikel 4:192 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). 3.2. Aan het verzoek hebben verzoekers ten grondslag gelegd dat verweerder nog geen keuze heeft gemaakt omtrent de aanvaarding van de nalatenschap. 4De overwegingen4.1. Blijkens artikel 4:190 lid 1 BW kan een erfgenaam een nalatenschap aanvaarden of verwerpen. 4.2. Op grond van artikel 4:192 lid 2 BW kan de kantonrechter – indien een erfgenaam zijn keuze als hiervoor bedoeld niet heeft gedaan – op verzoek van belanghebbenden een termijn stellen. 4.3. Verzoekers stellen dat verweerder ondanks herhaalde verzoeken geen beslissing heeft genomen over de wijze van aanvaarding dan wel verwerping van de nalatenschap.
Op de brieven van de notaris, die de opdracht heeft gekregen de verklaring van erfrecht op te maken, heeft verweerder in het geheel niet gereageerd.
Verzoekers hebben belang bij een correcte afwikkeling van de nalatenschap. 4.4. De kantonrechter overweegt dat het verzoek op de wet is gegrond en dat het stellen van een termijn in het belang van verzoekers blijkt te zijn.
De kantonrechter acht het redelijk dat aan verweerder een termijn van twee weken wordt gesteld, waarbinnen hij de nalatenschap dient te aanvaarden dan wel te verwerpen.
Deze termijn zal ingaan op de dag nadat verzoekers deze beschikking aan verweerder hebben doen betekenen en de beschikking onder vermelding van de gedane betekening hebben doen inschrijven in het boedelregister. 4.5. De kantonrechter overweegt dat indien verweerder de termijn laat verlopen zonder een keuze te hebben gemaakt, hij geacht wordt de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard.
De beslissing De kantonrechter: 4.6. stelt de termijn als bedoeld in artikel 4:192 lid 2 BW vast op twee weken, 4.7. bepaalt dat voornoemde termijn ingaat op de dag nadat verzoekers deze beschikking aan verweerder hebben doen betekenen en de beschikking onder vermelding van de gedane betekening hebben doen inschrijven in het boedelregister, 4.8. wijst - voor zoveel nodig - het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.