Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:3521

verlenging ots en zorgregeling onder regie GI, onduidelijk of opvoedsituatie bij de moeder veilig genoeg is.

Rechtbank Midden-Nederland 3 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:3521 text/xml public 2026-07-03T09:00:22 2026-06-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-21 C/16/600800 / JE RK 25-1528 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3521 text/html public 2026-07-02T12:35:44 2026-07-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:3521 Rechtbank Midden-Nederland , 21-05-2026 / C/16/600800 / JE RK 25-1528
verlenging ots en zorgregeling onder regie GI, onduidelijk of opvoedsituatie bij de moeder veilig genoeg is.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummers:

C/16/600800 / JE RK 25-1528 (verlenging ondertoezichtstelling

C/16/610994 / JE RK 26-647 (wijziging verdeling zorg- en opvoedingstaken)

Datum uitspraak: 21 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. T. de Jong,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. M. van Harskamp.
<nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter heeft eerder in deze procedure een beschikking gewezen op 18 november 2025. Voor het verloop van de procedure verwijst de kinderrechter naar die beschikking.
1.2.
De kinderrechter neemt verder de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 1 mei 2026;

de brief van de vader met bijlagen, ontvangen op 13 mei 2026.
1.3.
Op 21 mei 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de advocaat van de moeder;

- mevrouw [A.] , een vertegenwoordiger van de GI.

Hoewel de moeder juist is opgeroepen voor de zitting, is zij niet verschenen.
1.4.
Aan het einde van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit betreft de schriftelijke uitwerking van die beslissing.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
2.2.
[minderjarige 1] woont bij haar vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 december 2023 [minderjarige 1] onder toezicht gesteld, deze is daarna steeds verlengd tot 1 juni 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De kinderrechter moet nog een beslissing nemen op het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen tot 1 december 2026 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI verzoekt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De vader is het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder is het ook eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar heeft wel zorgen over de manier waarop deze wordt uitgevoerd.
4.2.
De vader is het eens met het verzoek over de wijziging van de zorgregeling, maar vindt het daarbij belangrijk dat duidelijk is dat de basis van de zorg over [minderjarige 1] bij de vader ligt. De moeder wil graag dat een concrete regeling wordt vastgelegd, niet dat de regie bij de GI wordt neergelegd.
<nr>5</nr>De beoordeling
De beslissing
5.1.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot 1 december 2026. Daarnaast wijst de kinderrechter het verzoek van de GI over de wijziging van de zorgregeling toe. Hierna legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissingen neemt.

Verlenging van de ondertoezichtstelling
5.2.
Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [minderjarige 1] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. De situatie is sinds de vorige beschikking zelfs verslechterd, omdat [minderjarige 1] op dit moment helemaal geen fysiek contact meer heeft met haar moeder. [minderjarige 1] ziet haar moeder enkel tijdens een videobelmoment op zaterdag. Tijdens de vorige zitting leken er geen zorgen te zijn in de thuissituaties bij de ouders. In de afgelopen periode is echter gebleken dat de moeder deze veilige situatie niet heeft kunnen volhouden. In het afgelopen half jaar is de moeder twee keer uitgevallen, waardoor [minderjarige 1] veelal bij haar vader heeft verbleven. Op dit moment bestaan er veel zorgen over de moeder. Er bestaan allereerst zorgen over het alcoholgebruik van de moeder. Deze zorgen worden ondersteund door een onderzoek van de maag-, darm,- en leverziekte afdeling van het ziekenhuis. Verder bestaan er zorgen over het vervuilde huis van de moeder, zoals dit is aangetroffen door de ambulante spoedhulp. En er zijn zorgen over de psychische problematiek van de moeder, waarvoor de moeder in behandeling is bij [behandelaar] . De moeder ontkent het gebruik van alcohol en stelt dat het nu weer beter met haar gaat, nu zij behandeling en medicatie krijgt. De kinderrechter merkt op dat deze stellingen door de moeder niet nader zijn onderbouwd met stukken.
5.3.
Begin april is een signaal binnengekomen bij de GI dat de moeder onder invloed was van alcohol en dat [minderjarige 1] voor een langere periode ziek was gemeld van school. De vader heeft haar toen opgehaald en mee naar huis genomen. Het lijkt er nu op dat de twaalfjarige halfzus, [minderjarige 2] , veelal de zorg voor [minderjarige 1] heeft gedragen in de situatie bij de moeder thuis. In de eerste dagen dat [minderjarige 1] toen weer bij de vader verbleef liet zij zorgelijke signalen zien. Zij had last van obstipatie en wilde overmatig veel eten. [minderjarige 1] verblijft sindsdien weer volledig bij haar vader.
5.4.
De kinderrechter verwacht niet dat de situatie in het vrijwillig kader zal verbeteren. In de afgelopen periode was het voor de GI moeizaam om met de moeder in contact te komen. De moeder heeft in de afgelopen periode meerdere afspraken afgezegd, waardoor een afspraak met [naam] en het buurtteam nog niet van de grond is gekomen.
5.5.
De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald. De kinderrechter vindt het belangrijk dat in de komende periode aan de volgende doelen gewerkt gaat worden:

[minderjarige 1] groeit op in een opvoedingssituatie zonder ouders die ruzie maken in haar bijzijn. De vader heeft tijdens het traject Parallel Solo Ouderschap al veel geleerd, maar de moeder heeft dit doel nog niet behaald;

[minderjarige 1] kan en mag vertrouwen op volwassenen om haar heen, en naast haar vader ook op haar moeder, als voorspelbare opvoeder;

het is voor [minderjarige 1] duidelijk wanneer zij bij welke ouder is.

Wijziging van de zorgregeling
5.6.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265g lid 1 BW gedurende de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedtaken wijzigen of vaststellen als dat in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is. De kinderrechter kan de regeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
5.7.
De kinderrechter stelt vast dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. De ouders hebben na de zitting samen een ouderschapsplan gemaakt en daarin een vorm van co-ouderschap afgesproken. In de praktijk is [minderjarige 1] echter het overgrote deel van het afgelopen jaar bij haar vader geweest, doordat haar moeder, zoals hierboven ook al is vermeld, twee keer is uitgevallen.
5.8.
Op dit moment is het niet duidelijk of de moeder veilig en goed voor [minderjarige 1] kan zorgen. De GI probeert zicht te krijgen op de situatie bij de moeder thuis. Hiervoor is wel de medewerking van de moeder nodig en die geeft zij nu niet. Zij werkt niet mee aan de gesprekken die hierover gevoerd moeten worden. De vader maakt zich grote zorgen over de situatie. Hij vindt het belangrijk dat [minderjarige 1] haar vaste basis bij hem heeft. Hij overweegt om hiervoor op korte termijn een procedure te starten bij de rechtbank. De GI zal de komende periode blijven proberen om in te kaart brengen wat mogelijk is in het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] .
5.9.
De kinderrechter maakt zich ook grote zorgen over de thuissituatie bij de moeder. Op dit moment ziet de kinderrechter nog niet, anders dan wordt gesteld namens de moeder, dat de situatie is verbeterd. De kinderrechter is het daarom met de GI eens dat gelet op alles wat er is gebeurd, het in het belang van [minderjarige 1] is dat zij voornamelijk bij haar vader verblijft. Omdat ook nog niet duidelijk is wat er wel mogelijk is in de omgang tussen [minderjarige 1] en de moeder wijst de kinderrechter het verzoek van de GI om belast te worden met de regie over het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] toe. De kinderrechter hoopt wel dat de moeder snel gaat meewerken aan de gesprekken met de hulpverlening. Het is in het belang van [minderjarige 1] dat zij weer zo snel mogelijk contact heeft met haar moeder. [minderjarige 1] is nog maar vier jaar oud en heeft haar moeder nodig.

Uitvoerbaarheid bij voorraad
5.10.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>6</nr>De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot 1 december 2026;
6.2.
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals is overeengekomen in het door de ouders opgestelde ouderschapsplan in die zin dat de GI de regie heeft over de vorm, duur en frequentie van de omgang tussen de moeder en [minderjarige 1] ;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 5 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

FE

Artikel 1:260 BW.

Artikel delen