Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:3542

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Geen besluit in de vorm van de Awb.

Rechtbank Midden-Nederland 9 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:3542 text/xml public 2026-07-09T12:02:32 2026-06-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-28 AWB 25/7036 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3542 text/html public 2026-07-09T12:01:50 2026-07-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:3542 Rechtbank Midden-Nederland , 28-05-2026 / AWB 25/7036
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Geen besluit in de vorm van de Awb.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25 / 7036
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker,
en
Korpschef van Politie, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Verzoeker heeft beroep ingesteld omdat verweerder naar zijn mening niet tijdig heeft beslist op het aan hem gerichte disciplinaire besluit (hierna: het besluit).

Op 2 januari 2026 heeft verweerder alsnog een disciplinair besluit genomen.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken. Hij heeft daarbij het verzoek gedaan om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

Op 18 februari 2026 heeft verweerder op dit verzoek gereageerd en aangegeven niet bereid te zijn de proceskosten te vergoeden, omdat naar zijn oordeel geen sprake is van een voor beroep vatbaar besluit.
Overwegingen<?linebreak?>
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een

zitting.

2. Als een indiener het beroep intrekt, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan diens beroepschrift, dan kan de bestuursrechter het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten van de indiener.

3. In artikel 1:3, derde lid, van de Awb is bepaald dat onder een aanvraag wordt verstaan een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen. In artikel 6:2 van de Awb is bepaald dat voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit worden gelijkgesteld: (a.) de schriftelijke weigering een besluit te nemen, en (b.) het niet tijdig nemen van een besluit.

4. Artikel 6:12, eerste en tweede lid, van de Awb is bepaald dat indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan wel het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende beschikking, niet aan een termijn is gebonden.

5. De rechtbank is van oordeel dat het disciplinair besluit van 2 januari 2026 niet op een aanvraag rust in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Een disciplinair besluit is niet op aanvraag van verzoeker genomen, maar ambtshalve vastgesteld.

6. Gelet op wat hiervoor is overwogen is verweerder niet in verzuim ambtshalve een besluit te nemen binnen een daarvoor wettelijk vastgestelde termijn. Daarom is geen sprake van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit. Gelet op artikel 8:1, gelezen in verbinding met artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is het dan ook niet mogelijk beroep bij de rechtbank in te stellen, zodat de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep wegens niet tijdig beslissen (vergelijk ABRvS 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1199 en CRvB 24 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1861).

7. Omdat er geen sprake zou zijn geweest van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank ook geen sprake van een situatie waarin verweerder geheel of gedeeltelijk is tegemoetkomen aan het beroep van verzoeker, in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van M.H.G.P. Tober, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb, in samenhang met het Besluit Proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Artikel delen