ECLI:NL:RBMNE:2026:3853
meerderjarigverklaring
Rechtbank Midden-Nederland 6 July 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:3853
text/xml
public
2026-07-06T14:56:15
2026-07-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Midden-Nederland
2026-06-03
C/16/599247 / FO RK 25-1114
Uitspraak
Beschikking
NL
Utrecht
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3853
text/html
public
2026-07-06T14:55:23
2026-07-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBMNE:2026:3853 Rechtbank Midden-Nederland , 03-06-2026 / C/16/599247 / FO RK 25-1114
meerderjarigverklaring
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/599247 / FO RK 25-1114
Meerderjarigverklaring
Beschikking van 3 juni 2026
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de moeder
advocaat mr. N.J. Hos,
betreffende het kind: [minderjarige].
met als belanghebbenden
[grootouder1]
,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de opa
en
[grootouder2]
,
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: de oma,
hierna samen genoemd: de grootouders van moederszijde,
met als informant
[de vader]
,
wonende in [woonplaats 3] ,
hierna te noemen: de vader.
1De procedure
1.1
De kinderrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van de moeder met bijlagen, binnengekomen op [geboortedatum 2] 2025;
het bericht met bijlage van de moeder van 6 november 2025;
het bericht met bijlage van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 9 december 2025;
het bericht van de moeder van 28 januari 2026;
het bericht van de opa van 4 mei 2026.
1.2
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling gehouden op 6 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat;
de oma;
de vader;
mevrouw [A.] namens de Raad.
1.3
De opa is (na afmelding) niet naar de zitting gekomen.
2De belangrijke feiten
2.1
De grootouders zijn de ouders van: [de moeder], geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [woonplaats 1] (hierna: de moeder).
2.2
De grootouders hebben samen het ouderlijk gezag over de moeder.
2.3
De moeder is bevallen van een dochter: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [woonplaats 1] .
2.4
De vader heeft [minderjarige] erkend. Omdat de moeder minderjarig is, is de vader niet belast met het gezag over [minderjarige] .
2.5
De moeder woont bij haar vader (de opa) in [woonplaats 1] . De vader woont bij zijn ouders in [woonplaats 3] .
2.6
Partijen hebben allen de Nederlandse nationaliteit.
3Het verzoek
3.1
De moeder verzoekt de kinderrechter om haar meerderjarig te verklaren.
3.2
De grootouders en de vader zijn het eens met het verzoek.
4De beoordeling
Conclusie
4.1
De kinderrechter wijst het verzoek toe en verklaart de moeder meerderjarig. Hierna legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissing neemt.
Wettelijk kader
4.2
Zoals vermeld, is de moeder minderjarig. Dit heeft tot gevolg dat zij onbevoegd is om het gezag over haar kind uit te oefenen. Dit betekent dat de moeder geen beslissingen mag nemen over [minderjarige] . In dit soort gevallen kan de kinderrechter een voogd over het kind benoemen.
4.3
De kinderrechter kan ook een minderjarige vrouw van zestien of zeventien jaar meerderjarig verklaren als de vrouw haar kind wil verzorgen en opvoeden als degene die het gezag heeft. Dit verzoek wordt alleen toegewezen als de kinderrechter dit in het belang van de moeder en haar kind wenselijk vindt.
Toelichting
4.4
De kinderrechter is net als de Raad van oordeel dat het in het belang van de moeder en [minderjarige] is dat de moeder meerderjarig wordt verklaard en het gezag over [minderjarige] krijgt. Uit het onderzoek van de Raad blijkt dat de moeder goed in staat is om [minderjarige] te verzorgen en op te voeden. De moeder is nog jong en haar zwangerschap was onverwacht, maar zij toont desondanks haar verantwoordelijkheid als moeder. Daarnaast is er een warm en betrokken netwerk. De vader is ook veel betrokken en ondersteunt de moeder in de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Ook de ouders van de moeder zijn betrokken en ondersteunen haar waar nodig. Alle betrokkenen staan bovendien achter de meerderjarigverklaring van de moeder. Tot slot staat de moeder open voor hulpverlening indien nodig. De kinderrechter is dan ook voldoende op toegerust dat moeder (en vader) op het moment dat zij wel een hulpvraag hebben hiervoor contact zullen opnemen met het wijkteam.
Gezag en ingangsdatum
4.5
De meerderjarigverklaring kan niet eerder ingaan dan per de datum van deze beschikking. Door de meerderjarigverklaring krijgt de moeder van rechtswege het gezag over [minderjarige] .
Uitvoerbaar bij voorraad
4.6
De moeder heeft verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De kinderrechter zal dit verzoek toewijzen.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1
verklaart [de moeder], geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [woonplaats 1] , meerderjarig;
5.2
stelt vast dat [de moeder], geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [woonplaats 1] , door haar meerderjarigverklaring het ouderlijk gezag krijgt over haar dochter: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [woonplaats 1] ;
5.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Artikel 1:246 Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 1:253q lid 2 BW
Artikel 1:253ha BW