Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:4034

Einduitspraak. Het college heeft een bedrag van € 9.265,- (inclusief BTW) toegekend. Hiermee is het college tegemoet gekomen aan de bezwaren van eiseres. Het beroep heeft van rechtswege niet mede betrekking op het besluit van 29 april 2026 omdat partijen daarbij onvoldoende belang hebben. Omdat er tegemoet is gekomen heeft eiseres geen belang meer bij haar beroep. Pkv veroordeling.

Rechtbank Midden-Nederland 29 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:4034 text/xml public 2026-07-29T09:02:23 2026-07-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-07-01 UTR 25/2190 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4034 text/html public 2026-07-29T08:58:41 2026-07-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:4034 Rechtbank Midden-Nederland , 01-07-2026 / UTR 25/2190
Einduitspraak. Het college heeft een bedrag van € 9.265,- (inclusief BTW) toegekend. Hiermee is het college tegemoet gekomen aan de bezwaren van eiseres. Het beroep heeft van rechtswege niet mede betrekking op het besluit van 29 april 2026 omdat partijen daarbij onvoldoende belang hebben. Omdat er tegemoet is gekomen heeft eiseres geen belang meer bij haar beroep. Pkv veroordeling.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2190
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. Yüksel),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college

(gemachtigde: E. Chahid).
Procesverloop
1. Op 31 maart 2026 heeft de rechtbank in deze zaak een tussenuitspraak (de tussenuitspraak) gedaan. Voor het procesverloop tot dat moment verwijst de rechtbank naar die uitspraak.
1.1.
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van die uitspraak (al dan niet op basis van een offerte) een passend bedrag vast te stellen voor de kosten van de werkzaamheden van de stukadoor, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen.
1.2.
Het college heeft op 29 april 2026 een nieuw besluit genomen. Eiseres heeft op 31 mei 2026 gereageerd.
1.3.
De rechtbank heeft op 8 juni 2026 het college gevraagd om te reageren op het verzoek om een proceskostenveroordeling. Het college heeft op 26 juni 2026 aangegeven ten aanzien van de gemaakte proceskosten geen aanvullende opmerkingen te hebben.
1.4.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.
Overwegingen
2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij alles wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist.

3. Het college heeft in reactie op de tussenuitspraak op 29 april 2026 een nieuw besluit genomen waarbij het college heeft besloten aan het bezwaar van eiseres tegemoet te komen. Het college kent een bedrag van € 9.265,- (inclusief BTW) toe. Dit bedrag is inclusief de € 410,- voor het herstellen en sauzen van het plafond, aldus het college.

4. Eiseres heeft op 31 mei 2026 gereageerd en aangegeven dat zij zich kan vinden in het nieuwe besluit. Wel verzoekt eiseres de rechtbank om een proceskostenveroordeling uit te spreken. Daarnaast staat in deze reactie dat eiseres de gemeente Utrecht heeft verzocht het in de beslissing van 29 april 2026 vastgestelde bedrag naar de derdengeldenrekening van het kantoor van de raadsvrouw over te maken. Eiseres verzoekt de rechtbank om dit in de uitspraak op te nemen zodat eiseres de gehele situatie met de brede ondersteuning zo spoedig mogelijk achter zich kan laten.

5. De rechtbank stelt vast dat het college met het besluit van 29 april 2026 tegemoet is gekomen aan de bezwaren van eiseres. Eiseres heeft in haar reactie van 31 mei 2026 ook aangegeven dat zij zich kan vinden in dit besluit. Het beroep heeft daarom van rechtswege niet mede betrekking op het besluit van 29 april 2026 omdat partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

6. Omdat het college met het besluit van 29 april 2026 alsnog aan de bezwaren van eiseres tegemoet is gekomen heeft eiseres geen belang meer bij haar beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

7. Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de door eiseres gemaakte kosten in beroep. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 934,-), bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 1.868,-.

8. Ook draagt de rechtbank het college op om het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, rechter, in aanwezigheid van

mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Zie ook de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1401.

Artikel 8:74, tweede lid, van de Awb.

Artikel delen