Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:4562

Het beroep is ongegrond. Er is gerede twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiser, en die twijfel is met de door eiser aangeleverde documenten niet weggenomen. Dat betekent dat de staatssecretaris het naturalisatieverzoek mocht afwijzen.

Rechtbank Midden-Nederland 6 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:4562 text/xml public 2026-08-06T09:01:25 2026-07-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-07-23 UTR 24/7904 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4562 text/html public 2026-08-06T09:00:46 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:4562 Rechtbank Midden-Nederland , 23-07-2026 / UTR 24/7904
Het beroep is ongegrond. Er is gerede twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiser, en die twijfel is met de door eiser aangeleverde documenten niet weggenomen. Dat betekent dat de staatssecretaris het naturalisatieverzoek mocht afwijzen.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/7904
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. K. Benchaïb),

en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(gemachtigde: mr. N. Schoonbrood).
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiser om naturalisatie op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Eiser is het niet eens met die afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris het verzoek van eiser om naturalisatie mocht afwijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit en procesverloop
1. Eiser stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en te zijn geboren op [geboortedatum] 1984. Eiser is in 2000 naar Nederland gekomen en aan hem is per 15 juni 2007 een verblijfsvergunning verleend in het kader van de Regeling ter afwikkeling nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet (Ranov).
1.1.
Eiser heeft op 27 januari 2022 een verzoek om naturalisatie ingediend en doet een beroep op de vrijstelling in het kader van de Ranov.
1.2.
Op 9 maart 2023 heeft de staatssecretaris het voornemen kenbaar gemaakt om het naturalisatieverzoek af te wijzen. Er bestaat gerede twijfel over de identiteit en nationaliteit van eiser op basis van het vreemdelingrechtelijke dossier. Gelet daarop acht de staatssecretaris het noodzakelijk dat een taalanalyse wordt afgenomen.
1.3.
Op 3 april 2023 heeft Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) een taalanalyse afgenomen. Op 18 april 2023 is hiervan een rapport opgemaakt. Uit dit rapport volgt dat eiser eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone. Het rapport geeft aan dat eiser een vorm spreekt van de taal Susu, wat is te herleiden tot Guinee.
1.4.
Op 23 mei 2023 heeft eiser een zienswijze ingediend. Hij heeft daarbij gewezen op de verklaring van nationaliteit die hij in 2007 heeft overgelegd.
1.5.
Op 30 november 2023 heeft eiser een kopie van zijn Sierra Leoonse paspoort overgelegd.
1.6.
De staatssecretaris heeft de aanvraag met het besluit van 8 februari 2024 afgewezen, omdat eiser volgens de staatssecretaris niet voldoet aan de voorwaarden voor naturalisatie.
1.7.
Met het bestreden besluit van 29 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.8.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.9.
De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.
1.10.
Op de zitting hebben partijen afgesproken dat de staatssecretaris toe zal lichten hoe eiser zijn nationaliteit en identiteit kan aantonen en dat eiser in de gelegenheid wordt gesteld om overeenkomstig die instructie stukken te overleggen.
1.11.
Op 15 juli 2025 heeft de staatssecretaris toegelicht dat het overleggen van een gelegaliseerde verklaring van nationaliteit van de ambassade in dit geval onvoldoende is om de nationaliteit van eiser aan te tonen, omdat er gerede twijfel bestaat over de nationaliteit en identiteit van eiser. Daarom moet hij een gelegaliseerde geboorteakte en geldig buitenlands paspoort overleggen. De staatssecretaris heeft eiser geïnformeerd over de wijze waarop hij dit kan doen.
1.12.
Op 26 november 2025 heeft eiser een niet-gelegaliseerde verklaring van nationaliteit van de ambassade van Sierra Leone overgelegd.
1.13.
Op 3 april 2026 heeft de staatssecretaris op het door eiser overgelegde stuk gereageerd. De staatssecretaris handhaaft het oordeel uit het bestreden besluit.
1.14.
Omdat geen van partijen heeft aangegeven een nadere zitting te wensen heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of de staatssecretaris het naturalisatieverzoek van eiser mocht afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Is er gerede twijfel op grond van de taalanalyse?

Het standpunt van eiser

3. Eiser voert aan dat de staatssecretaris de taalanalyse niet mag gebruiken om de twijfel aan zijn identiteit en nationaliteit te onderbouwen. Een taalanalyse is bijna 25 jaar nadat de betrokkene het land van herkomst heeft verlaten niet meer betrouwbaar. Daarnaast moet terughoudend gebruik worden gemaakt van het instrument taalanalyse. Eiser verwijst naar de ‘Guidelines for the use of language analyses in relation to questions of national origin in refugee cases.’ Hierin wordt vastgesteld dat landsgrenzen niet altijd overeen komen met taalgrenzen. Daarnaast vereisen de Guidelines dat de deskundige een linguïst is die de taal kent én beschikt over wetenschappelijke kennis van de taal en verschillen in dialecten. Het rapport van TOELT is slechts opgesteld door een moedertaalspreker, die onder controle staat van een linguïst. Er is bovendien geen rekening gehouden met de achtergrond en levensloop van eiser. De beschikking is daarom onzorgvuldig. Hierbij verwijst eiser naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 26 juni 2024. Eiser kon zelfgeen contra-expertise laten uitvoeren in Nederland, omdat de Taalstudio haar werkzaamheden als contraexpert heeft neergelegd en eiser heeft geen andere betrouwbare en betaalbare contraexpert kunnen vinden.

Het oordeel van de rechtbank
3.1.
De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris op basis van de taalanalyse mocht aannemen dat er sprake is van gerede twijfel aan eisers nationaliteit en identiteit.
3.2.
De rechtbank overweegt daarbij dat bij het indienen van een naturalisatieverzoek de verzoeker zelf, voor zover mogelijk, gegevens moet verstrekken over zijn identiteit en nationaliteit. In beginsel moet de verzoeker een geldig buitenlands reisdocument en een gelegaliseerde geboorteakte verstrekken. Aangezien eiser een RANOV-vergunning heeft, is hij vrijgesteld van dit vereiste. Dat doet echter niets af aan het feit dat eiser wel moet voldoen aan de overige vereisten voor naturalisatie. Om die reden kan ook in het geval van eiser gerede twijfel over zijn identiteit en nationaliteit leiden tot afwijzing van een verzoek om naturalisatie. Het verlenen van het Nederlanderschap is namelijk een zaak van groot belang. De staatssecretaris is daarom bevoegd is om op de daartoe geëigende wijze bewijs van de gestelde identiteit en nationaliteit van de verzoeker te verlangen.
3.3.
De rechtbank kan volgen dat in het geval van eiser gerede twijfel bestond over zijn identiteit en nationaliteit. De aanleiding hiervoor was de informatie in het vreemdelingenrechtelijke dossier, waarin de conclusie is getrokken dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig heeft kunnen maken door middel van documenten of verklaringen. Dit was de aanleiding om door middel van de taalanalyse de identiteit en nationaliteit te onderzoeken. De conclusie uit het rapport van de taalanalyse is dat eiser eenduidig niet herleidbaar is tot de spraakgemeenschap binnen Sierra Leone. Op grond van de taalanalyse is eiser waarschijnlijk te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Guinee. Dit is gebaseerd op de bevindingen van de taalanalisten dat eiser een beheersing op moedertaalniveau heeft van een vorm van Susu zoals gangbaar is in Guinee, niet in Sierra Leone. Daarnaast heeft hij een actieve beheersing van het Krio, maar niet zoals verwacht mag worden van iemand die in Sierra Leone is geboren en opgegroeid. Hij heeft daarnaast geen enkele kennis van het Temne.
3.4.
De rechtbank volgt het betoog van eiser - dat niet van de taalanalyse uitgegaan mag worden, omdat dit geen betrouwbaar middel is - niet. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is een advies van TOELT een deskundigenadvies. De staatssecretaris mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat hij is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag de staatssecretaris niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt de staatssecretaris de adviseur om een reactie op wat over het advies is aangevoerd.
3.5.
Volgens eiser mocht verweerder in dit geval niet van de taalanalyse uitgaan, omdat een taalanalyse 25 jaar na het vertrek niet meer betrouwbaar is en de taalanalist geen rekening heeft gehouden met zijn achtergrond en levensloop. In een reactie op de zienswijze, waarin ditzelfde argument was aangevoerd, heeft TOELT aangegeven dat eiser grammaticaal correct Susu spreekt en een beheersing heeft van de taal op moedertaalniveau. De taalanalist is dus niet tot zijn conclusie gekomen, omdat de taal weggezakt zou zijn bij eiser. TOELT geeft ook aan dat het mogelijk is dat de spraak van betrokkene tijdens het verblijf van 23 jaar in Nederland in zekere mate is aangepast, maar dat daar ook altijd rekening mee wordt gehouden. Het is volgens TOELT echter niet aannemelijk dat eiser niet meer in staat zou zijn om zijn eigen taal of talen te spreken die hij gedurende de eerste 16 jaar (ruim binnen de formatieve periode) in zijn leven heeft leren spreken.
3.6.
Anders dan eiser stelt, constateert de rechtbank dat uit het rapport (en de reactie van TOELT) wel volgt dat de deskundige rekening heeft gehouden met de achtergrond en levensloop van eiser. In het rapport is ook expliciet opgenomen dat betrokkene heeft verklaard dat hij is geboren en opgegroeid in Sanda te Sierra Leone en dat hij daar 14 of 15 jaar heeft verbleven. Dat hij tot de Susu bevolkingsgroep behoort, Susu en Krio spreekt en dat hij in Makani op school heeft gezeten. De stelling van eiser dat het rapport niet op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen omdat zijn achtergrond en levensloop niet is meegewogen, volgt de rechtbank daarom niet.
3.7.
De rechtbank overweegt dat de verwijzing van eiser naar de uitspraak van de Afdeling van 26 juni 2024 het oordeel niet anders maakt. In deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris van het advies van TOELT mocht uitgaan, omdat er een contra-expertise was uitgevoerd waarmee concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de conclusie van TOELT werden aangedragen. In het geval van eiser is er geen contra-expertise uitgevoerd en zijn er ook geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de conclusie van TOELT. De stelling van eiser dat hem niet kan worden verweten dat hij geen contra-expertise heeft laten uitvoeren omdat er geen contra-expert beschikbaar zou zijn of te kostbaar zou zijn, is niet met stukken onderbouwd. Bovendien draait het erom of er wel of niet concrete twijfel is aan de conclusie van TOELT. Dat is hier niet het geval.
3.8.
Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Wordt de gerede twijfel weggenomen met de overgelegde documenten?

Het standpunt van eiser

4. Eiser voert aan dat, in het geval de rechtbank van oordeel is dat er wel sprake is van gerede twijfel over zijn identiteit en nationaliteit, hij deze weggenomen heeft met de overgelegde documenten. Eiser heeft namelijk een Sierra Leoons paspoort overgelegd en een verklaring van nationaliteit van de Sierra Leoonse ambassade uit 2007 en 2025. Uit de documenten volgt dat de identiteit en de nationaliteit vaststaat en dat hierover geen twijfel bestaat. Niet valt in te zien dat de stukken niet kunnen dienen als weerlegging van de uitkomst van de taalanalyse.

Het oordeel van de rechtbank
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat eiser de gerede twijfel niet heeft weggenomen met de overgelegde documenten.
4.2.
In het internationale rechtsverkeer wordt er inderdaad een grote bewijswaarde toegekend aan paspoorten, maar de staatssecretaris mag wel het voorafgaande identificatieproces in twijfel trekken, als dit goed is gemotiveerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris voldoende gemotiveerd waarom het identificatieproces in twijfel wordt getrokken.
4.3.
De rechtbank stelt vast dat eiser een paspoort en twee (niet-gelegaliseerde) verklaringen van nationaliteit heeft overgelegd. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris voldoende motiveert dat niet van de echtheid van de nationaliteitsverklaringen uitgegaan kan worden, omdat die niet zijn gelegaliseerd. Daarnaast, ook als de nationaliteitsverklaringen waren gelegaliseerd, was dit onvoldoende geweest. Dat komt omdat er gerede twijfel bestaat over de identiteit en nationaliteit van eiser. Een verklaring van de ambassade neemt deze twijfel niet weg, omdat hieruit niet blijkt waarop de ambassade de verklaring baseert en welk onderzoek daaraan is voorafgegaan. De staatssecretaris trekt daarom het identificatieproces in twijfel. De rechtbank volgt het standpunt van de staatssecretaris dat de nationaliteitsverklaringen de gerede twijfel niet kunnen wegnemen.
4.4.
Over het paspoort licht de staatssecretaris toe dat eiser nooit het originele paspoort heeft overgelegd. Daarnaast kan het paspoort niet aantonen dat er sprake is geweest van een deugdelijk identificatieproces. Het is niet duidelijk of een deugdelijke toetsing van de identiteit heeft plaatsgevonden door de autoriteiten in Sierra Leone. Eiser heeft niet aangetoond dat hij rond de periode van de aanvraag en afgifte in Sierra Leone heeft verbleven. Daarnaast heeft eiser tijdens de hoorzitting verklaard dat hij een jongen heeft betaald om hem te helpen met zijn paspoortaanvraag. Hij heeft hem €120,- betaald en hem een foto en een handtekening op papier gegeven. Hieruit volgt dat de autoriteiten in Sierra Leone niet hebben gecontroleerd of eiser de persoon is die op het paspoort staat. De rechtbank volgt het standpunt van de staatssecretaris dat het paspoort de gerede twijfel niet kan wegnemen, zelfs niet als dit document echt wordt bevonden. Dat komt omdat het paspoort niet aantoont dat er sprake is geweest van deugdelijk identificatieproces.
4.5.
Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Er is gerede twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiser, en die twijfel is met de door eiser aangeleverde documenten niet weggenomen. Dat betekent dat de staatssecretaris het naturalisatieverzoek mocht afwijzen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

ECLI:NL:RVS:2024:2590.

Artikel 31, eerste lid, onder e, van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap en paragraaf 3.5.1 en 3.5.6 van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 (de Handleiding).

Paragraaf 3.5.6 van de Handleiding.

Paragraaf 3.5.1 van de Handleiding.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:509.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:197.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2566, r.o. 4.1.

ECLI:NL:RVS:2024:2590.

Zie rechtsoverwegingen 5.5 en 5.6 van de uitspraak van 29 november 2023 van de Afdeling, ECLI:NL:RVS:2023:4302.

Artikel delen