Machtiging gesloten jeugdhulp voor duur van 3 maanden, aanhouding van het overige. Gezien de ingrijpende aard van de maatregel en de positieve stappen, is een tussentijdse toetsing gewenst.
Rechtbank Midden-Nederland 10 August 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:4996
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-07-2026
Datum publicatie
10-08-2026
Zaaknummer
C/16/612524 / JL RK 26-352
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
ECLI:NL:RBMNE:2026:4996text/xmlpublic2026-08-10T09:00:302026-07-31Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Midden-Nederland2026-07-02C/16/612524 / JL RK 26-352UitspraakBeschikkingNLLelystadCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4996text/htmlpublic2026-08-07T10:41:232026-08-10Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBMNE:2026:4996 Rechtbank Midden-Nederland , 02-07-2026 / C/16/612524 / JL RK 26-352 Machtiging gesloten jeugdhulp voor duur van 3 maanden, aanhouding van het overige. Gezien de ingrijpende aard van de maatregel en de positieve stappen, is een tussentijdse toetsing gewenst.
Datum uitspraak: 2 juli 2026 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd in Almere,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. P.A.J. van Putten. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 juni 2026; het bericht met bijlagen van de GI, ontvangen op 11 juni 2026; de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper, ingediend door de GI op 16 juni 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige] met haar advocaat; de vader;
- de moeder;
- [A.] namens de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. Voorafgaand aan de zitting heeft [minderjarige] in het bijzijn van haar advocaat hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting, waar [minderjarige] ook bij aanwezig was, heeft de kinderrechter samengevat wat zij heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2.
[minderjarige] verblijft in een gesloten accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. 2.3. De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 januari 2026 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 januari 2027. 2.4. De kinderrechter heeft bij beschikking van 31 maart 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 6 juli 2026. 3Het verzoek3.1. De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. 4De standpunten De GI 4.1. Uit de stukken en dat wat de GI op de zitting heeft verteld, blijkt dat [minderjarige] in de afgelopen periode goede stappen heeft gezet in haar gedrag en ontwikkeling. Toch is de stap naar een open groep op dit moment nog niet mogelijk. Zo zijn er nog grote zorgen over de beïnvloedbaarheid van [minderjarige] , moet zij nog leren met vrijheden om te gaan en moet er nog duidelijkheid komen over het persoonlijkheidsonderzoek. De komende periode zal hier meer duidelijkheid over komen en zal de systeemtherapeut samen met de ouders en [minderjarige] gaan werken aan haar vrijheden. De GI vindt het verlenen van de machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk voor de duur van zes maanden, omdat er in het begin van de gesloten plaatsing door onder meer de terugval van [minderjarige] weinig van de grond is kunnen komen. Wanneer de machtiging voor de duur van zes maanden wordt verleend, brengt dat de rust en duidelijkheid die [minderjarige] nodig heeft. Wanneer zij wel eerder naar een open groep kan verhuizen, dan zal de GI daarnaar handelen. Er is al een aanmelding gedaan voor een open groep in [plaats 1] , voor als [minderjarige] daaraantoe is, maar het is nog onduidelijk of en wanneer daar plek zal zijn. Op dit moment is het ook nog te vroeg voor deze stap. De moeder 4.2. De moeder stemt in met het verlenen van de machtiging gesloten jeugdhulp. Wel vindt zij het beter om de machtiging te verlenen voor de duur van drie maanden en het overige aan te houden. [minderjarige] zit namelijk in een stijgende lijn en als deze lijn zich voortzet, dan is het voor haar niet goed om nog zes maanden op een gesloten groep te wonen. De moeder heeft hieraan toegevoegd dat zij wel graag duidelijkheid wil over de behandeling voor [minderjarige] en de verdere stappen die zij moet zetten. Ook maakt de moeder zich nog wel zorgen over de beïnvloedbaarheid van haar dochter. [minderjarige] moet namelijk nog leren overzien dat mensen misbruik kunnen maken van haar zorgzame karakter en haar daardoor in de problemen kunnen brengen. De vader 4.3. Ook de vader ziet dat [minderjarige] positieve stappen heeft gezet, maar dat er een behoefte is aan duidelijkheid en behandeling. De vader vraagt zich af of een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden voldoende is om naar een open locatie te verhuizen. Juist omdat er nu al zo een groei te bemerken is bij zijn dochter, heeft hij het vermoeden dat het goed voor haar is om hier nog een periode te blijven, op deze groep. Dan kan de groei doorzetten. Daarnaast denkt de vader dat het beter is om voor een vervolgplek te zoeken naar een open plek op het terrein in [plaats 2] waar zij nu verblijft, in plaats van in [plaats 1] . Een plaatsing in [plaats 1] brengt haar namelijk ook dichterbij het netwerk dat haar negatief beïnvloed heeft. Bovendien ziet hij hoe de begeleiders in [plaats 2] aan kunnen sluiten bij [minderjarige] en haar de liefde en zorg kunnen bieden die ze nodig heeft. Als vader gunt hij het zijn dochter om juist daar te wonen en niet op een nieuwe locatie van vooraf aan te hoeven beginnen.
[minderjarige]
4.4. Namens en door [minderjarige] is verzocht de duur van de machtiging gesloten jeugdhulp te beperken tot drie maanden en het overige deel van het verzoek aan te houden. [minderjarige] heeft namelijk behoefte aan een tussentijdse toetsing door de rechter. Hoewel er aan het begin van de plaatsing op de gesloten groep vrijwel geen hulp is ingezet, wordt er nu meer duidelijk over de onderzoeken en de behandeling. Juist door deze stappen en de positieve ontwikkelingen in het gedrag van [minderjarige] , is het belangrijk om tussentijds te toetsen of de machtiging gesloten jeugdhulp nog wel noodzakelijk is. Een gesloten plaatsing moet namelijk zo kort mogelijk duren. 5De beoordeling5.1. De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.De kinderrechter machtigt daarom de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden en houdt de behandeling van het overige deel van het verzoek aan. Hierna wordt uitgelegd waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De kinderrechter ziet dat [minderjarige] de afgelopen periode hard aan zichzelf gewerkt heeft. Zij gaat alweer halve dagen naar school, doet mee aan de clubjes op de groep en er zijn de laatste tijd minder of geen incidenten meer geweest. Ook is het recente verlof naar de groep acht-musical van haar zusje goed verlopen; dat was heel fijn voor [minderjarige] , haar ouders en haar zusjes. Deze positieve ontwikkelingen maken dat er voor de ouders, de GI én [minderjarige] langzaam meer vertrouwen komt in nog verdere stappen. Het is dus belangrijk om de ingeslagen weg voort te zetten. 5.3. Toch is de kinderrechter van oordeel dat het nog de vroeg is om naar een open groep te gaan. Op de gesloten groep is er namelijk een gecontroleerde omgeving zonder veel invloeden van buitenaf. [minderjarige] zal daarom eerst in stapjes moeten gaan leren hoe zij met deze invloeden en de vrijheden van de open groep moet omgaan. Zij is – nog steeds – gemakkelijk te beïnvloeden. Daarnaast is ze zorgzaam en komt ze voor anderen op; hele mooie eigenschappen, maar niet als [minderjarige] zichzelf daarmee in de problemen brengt. Ook de ouders zullen daarmee het vertrouwen moeten krijgen dat hun dochter beter om kan gaan met haar vrijheden en zich beter kan verweren tegen mensen die misbruik van haar willen maken. Daarnaast zal er de komende periode meer duidelijkheid komen over de onderzoeken die zijn gedaan en de behandeling die daarbij hoort. Het is nu dus nog te pril om de stap naar een open groep te maken. 5.4. De GI stelt dat een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden rust en duidelijkheid biedt voor [minderjarige] en dat zij zelf een plaatsing naar een open groep zullen faciliteren als dat al eerder kan. Toch zal de kinderrechter de machtiging verlenen voor de duur van drie maanden en het overige deel van het verzoek aanhouden. Daar zal zij dus op een later moment over gaan beslissen. Juist omdat een plaatsing op een gesloten groep zo’n ingrijpende maatregel is, moet deze plaatsing zo kort mogelijk duren. Daarnaast worden er op dit moment veel positieve stappen gezet, waardoor er in korte tijd grote ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Daarom wil de kinderrechter over drie maanden nogmaals toetsen of een gesloten plaatsing wel noodzakelijk is en of er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn voor [minderjarige] . Dat heeft als nadeel dat er misschien ‘valse hoop’ bij [minderjarige] kan ontstaan, en dat er weer de spanning voor een zitting komt, maar de kinderrechter vindt dat het voordeel van een nieuw toetsmoment en de rechtsbescherming die dat biedt daartegen opwegen. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1. verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 2 juli 2026 tot 2 oktober 2026; 6.2. houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen voor 2 oktober 2026, tegen welke zitting de GI, de vader, de moeder en [minderjarige] en haar advocaat dienen te worden opgeroepen. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 door mr. J.M. Atema, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 10 juli 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).