Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:5053

BNT klacht

Rechtbank Midden-Nederland 6 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:5053 text/xml public 2026-08-06T12:01:03 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-06 UTR 25/3330, UTR 25/4284 en UTR 25/6181 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5053 text/html public 2026-08-06T12:00:36 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:5053 Rechtbank Midden-Nederland , 06-03-2026 / UTR 25/3330, UTR 25/4284 en UTR 25/6181
BNT klacht
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 25/3330, UTR 25/4284 en UTR 25/6181
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaken tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser,
en
de korpschef van politie, verweerder(gemachtigde: O. Meijer).
Procesverloop
UTR 25/3330

1. Eiser heeft op 1 maart 2022 een klacht ingediend bij verweerder. Bij de brief van 31 maart 2022 heeft verweerder inhoudelijk gereageerd op de klacht.
1.1.
Op 1 juni 2025 heeft eiser hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
Verweerder heeft op 9 oktober 2025 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

UTR 25/4284

2. Eiser heeft op 24 juli 2017 een brief gestuurd aan verweerder. Bij brief van 8 augustus 2017 heeft verweerder aan eiser geschreven dat het feitencomplex waaraan eiser refereert in voorgaande jaren al aan de orde is geweest, dat verweerder hierop niet meer ingaat en dat eiser, als hij het hiermee niet eens is, zich kan wenden tot de Nationale Ombudsman.
2.1.
Op 18 juli 2025 heeft eiser hiertegen beroep ingesteld.
2.2.
Verweerder heeft op 15 september 2025 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

UTR 25/6181

3. Eiser heeft op 4 november 2012 en 24 december 2012 brieven gestuurd. Bij brief van 5 februari 2013 heeft verweerder hierop gereageerd. Verweerder heeft onder meer aan eiser geschreven dat al een integriteitsonderzoek heeft plaatsgevonden, de betrokken medewerker niet langer werkzaam is bij de politie en alle betrokken documenten inmiddels zijn vernietigd.
3.1.
Op 27 oktober 2025 heeft eiser hiertegen beroep ingesteld.
Overwegingen
4. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

5. In alle drie de zaken gaat het om klachten die eiser in het verleden heeft ingediend bij verweerder.

6. De behandeling van een klacht kent een eigen procedure, geregeld in hoofdstuk 9 van de Awb. Op grond van artikel 9:3 van de Awb kan tegen een besluit inzake een behandeling van een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan geen beroep worden ingesteld.

7. Dit betekent dat eiser geen beroep kan instellen tegen de brieven van 31 maart 2022, 8 augustus 2017 en 5 februari 2013. De rechtbank is daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Dat betekent dat de rechtbank de zaken niet kan behandelen.

8. De rechtbank heeft overigens in een eerder beroep van eiser tegen de brief van 8 augustus 2017 al uitspraak gedaan en beslist dat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van dat beroep. Eiser kan niet twee keer beroep instellen tegen dezelfde brief van verweerder bij de rechtbank. Ook daarom kan de rechtbank dat beroep niet behandelen.

9. Omdat de rechtbank onbevoegd is, is afgezien van het heffen van griffierecht.

10. Voor een vergoeding voor de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart zichzelf onbevoegd om kennis te nemen van de beroepen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak? <?linebreak?>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

ECLI:NL:RBMNE:2018:3462

Artikel delen