Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:5162

Machtiging gesloten jeugdhulp. Plan van de GI is mj voortijdig naar gezinshuis te laten terugkeren, zodat hij het schooljaar op zijn eigen school kan starten. Restant van de machtiging zou dan gebruikt kunnen worden in geval van terugval in het gedrag.

Rechtbank Midden-Nederland 14 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:5162 text/xml public 2026-08-14T08:59:37 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-07-07 C/16/613728 / JL RK 26-402 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5162 text/html public 2026-08-14T08:58:51 2026-08-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:5162 Rechtbank Midden-Nederland , 07-07-2026 / C/16/613728 / JL RK 26-402
Machtiging gesloten jeugdhulp. Plan van de GI is mj voortijdig naar gezinshuis te laten terugkeren, zodat hij het schooljaar op zijn eigen school kan starten. Restant van de machtiging zou dan gebruikt kunnen worden in geval van terugval in het gedrag.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Lelystad

Zaaknummer: C/16/613728 / JL RK 26-402

Datum uitspraak: 7 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,

gevestigd in Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,

advocaat: mr. R.W.A. Offermanns.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[gezinsouders] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de gezinshuisouders.
<nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 26 juni 2026 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 26 juni 2026 tot 10 juli 2026. Het overige deel van het verzoek is aangehouden, te weten het verlenen van een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 26 juli 2026 en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden. De kinderrechter moet hier nog op beslissen.
1.2.
Daarna heeft de kinderrechter de volgende stukken ontvangen:

de e-mail van de gezinshuisouders, ontvangen op 3 juli 2026;

de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper, ingediend door de GI op 3 juli 2026;

het bericht met bijlage van de GI, ontvangen op 6 juli 2026.
1.3.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- [minderjarige] met zijn advocaat (beiden digitaal verschenen);

- [A] namens de GI.

De gezinshuisouders zijn niet verschenen. Zij hebben in hun e-mail van 3 juli 2026 hun visie naar voren gebracht en laten weten dat zij niet de zitting aanwezig zullen zijn.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. Voorafgaand aan de zitting heeft [minderjarige] in het bijzijn van zijn advocaat hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting, waar [minderjarige] ook bij aanwezig was, heeft de kinderrechter samengevat wat hij heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.5.
Voor het eerdere procesverloop en de vaststaande feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 26 juni 2026.
<nr>2</nr>De standpunten
De GI
2.1.
De GI heeft op de zitting verteld dat zij een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verzoeken van in totaal drie maanden, dus tot

26 september 2026. Het is de bedoeling dat [minderjarige] op 17 augustus 2026 weer in het gezinshuis woont, zodat hij dan vanaf de start van het nieuwe schooljaar weer aanwezig is op zijn eigen school. Wel wil de GI het restant van de machtiging gesloten jeugdhulp (van 17 augustus 2026 tot 26 september 2026) achter de hand hebben, zodat daarop teruggevallen kan worden als [minderjarige] onverhoopt toch een terugval in zijn gedrag krijgt. Om dit alles te bewerkstelligen is een plan gemaakt. Ook de school van [minderjarige] is hierin meegenomen, bijvoorbeeld door [minderjarige] niet in te delen in een klas waar andere vrienden inzitten die een slechte invloed op hem hebben.

[minderjarige]
2.2.
Namens en door [minderjarige] is verteld dat hij instemt met het plan van de GI. Hij hoopt vanaf het begin van het nieuwe schooljaar weer naar zijn eigen school te kunnen. De advocaat heeft wel gesteld dat het belangrijk is dat [minderjarige] weet wat de doelen zijn en wat het kader is waarin hij zich begeeft als hij terug naar huis mag. Er zullen heldere en schriftelijke voorwaarden geformuleerd moeten worden waaraan [minderjarige] zich moet houden. Anders is voor hem niet duidelijk of en wanneer hij weer naar de gesloten groep moet.
<nr>3</nr>De beoordeling
Machtiging gesloten jeugdhulp
3.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter machtiging daarom de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 26 september 2026 en wijst het meer of anders verzochte af. Hierna wordt uitgelegd waarom zij deze beslissing neemt.
3.2.
Uit het verzoekschrift en de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper blijkt dat er sinds begin mei 2026 sprake is van een ernstige gedragsescalatie bij [minderjarige] . Hij heeft agressief en intimiderend gedrag vertoond richting de gezinshuisouders en is vermoedelijk betrokken bij criminele activiteiten. Ook heeft hij zich structureel onttrokken aan toezicht en hulpverlening. Dit maakt dat een machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk is. Eerdere intensieve hulpverlening en een langdurige plaatsing hebben onvoldoende effect gehad en het gedrag van [minderjarige] niet weten te voorkomen. Er zijn dus geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar om jeugdhulp in te zetten. De kinderrechter verleent daarom deze machtiging tot 26 september 2026.
3.3.
Bij de uitvoering van de machtiging gesloten jeugdhulp ligt de regie bij de GI. Dat betekent dat de GI beslist of en wanneer [minderjarige] voor het verlopen van de machtiging terug naar het gezinshuis mag. Het plan van de GI, waar [minderjarige] mee instemt, is erop gericht dat [minderjarige] vanaf de start van het nieuwe schooljaar weer naar de school in zijn eigen omgeving gaat en in het gezinshuis woont. Hoewel het resterende deel van de machtiging gesloten jeugdhulp dan niet zal worden ingezet, zal deze wel blijven doorlopen in het geval van een terugval. De GI en [minderjarige] hebben kenbaar gemaakt dat de terugkeer naar het gezinshuis onder duidelijke en schriftelijke voorwaarden plaats zal vinden. Alleen dan is helder voor [minderjarige] binnen welke kaders hij zich moet gedragen.
3.4.
Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de GI berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist.

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
3.3.
De kinderrechter wijst het restant van de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp af, omdat die machtiging wordt gegeven als de mondelinge behandeling van de gewone machtiging niet kan worden afgewacht. Nu er een zitting is geweest en een beslissing is genomen op het verzoek van de gewone machtiging gesloten jeugdhulp, is dat niet meer het geval.
<nr>4</nr>De beslissing
De kinderrechter:
4.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 7 juli 2026 tot 26 september 2026;
4.2.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. D. van Bloemendaal, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).

Artikel 6.1.2, derde lid, onder b, Jw.

Artikel delen