Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:5403

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen. Het college moet voor verzoekers gezin met hond opvang regelen tot een week na de beslissing op bezwaar. Geen rechtmatigheidsoordeel vanwege de vele geschilpunten. Belangenafweging valt in voordeel van verzoekers uit.

Rechtbank Midden-Nederland 12 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:5403 text/xml public 2026-08-12T09:00:30 2026-08-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-07-03 UTR 26/6196 Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5403 text/html public 2026-08-12T08:59:45 2026-08-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:5403 Rechtbank Midden-Nederland , 03-07-2026 / UTR 26/6196
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen. Het college moet voor verzoekers gezin met hond opvang regelen tot een week na de beslissing op bezwaar. Geen rechtmatigheidsoordeel vanwege de vele geschilpunten. Belangenafweging valt in voordeel van verzoekers uit.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/6196

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juli 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoekers] , verzoekers
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Holtkamp).
Waar gaat deze zaak over?
Verzoekers hebben bij het college verzocht om opvang op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). Het college heeft per e-mailbericht van 23 juni 2026 aangegeven dat het niet gelukt is om opvang te regelen voor verzoekers omdat er geen plek is. Verzoekers zijn het hier niet mee eens en hebben bezwaar gemaakt. Zij verzoeken de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, E. Batalova als tolk, de gemachtigde van het college en coördinator vluchtelingen [A] .

De voorzieningenrechter heeft na de zitting onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat het college vanaf 6 juli 2026 voor verzoekers opvang voor het gezin met hond moet regelen tot één week na de beslissing op bezwaar;

veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.868,-;

bepaalt dat het college het betaalde griffierecht van € 200,- aan verzoekers vergoedt.
Procesverloop
1. Verzoekers zijn ontheemden uit Oekraïne. Zij hebben samen met hun drie kinderen in 2023 opvang gehad in de gemeente Wijdemeren. Omdat de situatie in Oekraïne in 2025 leek te stabiliseren, is de familie teruggekeerd. Begin 2026 nam het geweld in hun regio weer toe, waardoor zij in maart 2026 opnieuw gevlucht zijn naar Nederland. Verzoekers hebben zich tot de gemeente Wijdemeren gewend voor een opvangplek.

2. Het college heeft in een e-mailbericht van 23 juni 2026 aangegeven dat er geen passende opvangplek is voor het gezin en dat er landelijk gezien via het Regionaal Coördinatiecentrum Vluchtelingen Spreiding (RCVS) ook geen opvangplaatsen zijn. In het verweerschrift van 2 juli 2026 heeft het college aangegeven dat er inmiddels wél een opvanglocatie beschikbaar is voor verzoekers, maar dat huisdieren daar niet zijn toegestaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Verzoek om voorlopige voorziening

3. Verzoekers hebben een verzoek om voorlopige voorziening gevraagd. Verzoekers vragen om een voorziening tijdens de bezwaarprocedure te treffen die inhoudt dat het college in noodopvang moet voorzien totdat er een reguliere plek kan worden aangeboden.

Spoedeisend belang

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van spoedeisend belang omdat de tijdelijke opvang van verzoekers tot 6 juli 2026 loopt en er nog geen alternatieve locatie voor het gezin van verzoekers met (hulp)hond is.

Toetsingskader

5. De voorzieningenrechter bekijkt of het nodig is om een voorziening te treffen in afwachting van de beslissing op het bezwaar. De voorzieningenrechter kijkt daarvoor naar de rechtmatigheid van het besluit en daarmee de kans van slagen van het bezwaarschrift. Daarnaast weegt zij de belangen van verzoekers en van het college bij het al dan niet treffen van een voorziening. De beoordeling door de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele beroepsprocedure niet.

Besluit

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het e-mailbericht van 23 juni 2026 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daartegen is bezwaar gemaakt. De omstandigheid dat er inmiddels wel opvang is aangeboden, waarmee volgens verweerder grotendeels tegemoet is gekomen aan verzoekers, maakt dat niet anders. Verzoekers willen namelijk meer; zij willen opvang voor hun gezin, mét een hond. Daar zal het college nog een besluit op moeten nemen.

Geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel

7. De voorzieningenrechter zal in deze uitspraak geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel geven over het besluit. Tijdens de zitting zijn er allerlei geschilpunten opgeworpen, zoals de triage bij de IND, het verblijf van verzoekers in Polen en de medische problemen van verzoekster. Vooral is de noodzaak van de opvang met hond aan bod gekomen. Er is verschil van mening over of de vraag of de hond van verzoekers een hulphond is, en als het geen hulphond is of er dan toch een verplichting ligt om opvang met hond te verzorgen of niet. Ook is er een verklaring van een psycholoog, maar daarvan is het onduidelijk of die verklaring ziet op de hond die het gezin nu heeft of niet. Deze geschilpunten moeten worden uitgezocht tijdens de bezwaarprocedure. De voorlopige voorzieningenprocedure leent zich er niet voor om naar de geschilpunten onderzoek te doen en daar uitsluitsel over te geven. Het college zal zelf onderzoek moeten doen naar de geschilpunten en dit mee moeten wegen in de te nemen beslissing op bezwaar.

Belangenafweging

8. De voorzieningenrechter beperkt zich daarom alleen tot een belangenafweging, waarbij een oordeel wordt gegeven of het spoedeisende belang gelet op de belangen van alle partijen vereist dat een voorlopige voorziening wordt getroffen. Aan de kant van verzoekers is sprake van een gezin met een kwetsbaar en getraumatiseerd kind van negen jaar ( [minderjarige] ). Verzoekers hebben een verklaring van een psycholoog overgelegd waarin de psycholoog verklaart over de rol en betekenis van een hond voor [minderjarige] . De psycholoog zegt onder meer: “It is strongly recommended (whenever possible and based on the child’s psychological needs) not to separate the child from the support dog during changes of location, relocation, or travel (transportation) as the animal functions as a vital ‘transitional safety object’ and stabilizes the child’s state.” Uit die verklaring en de verklaringen van verzoekers op zitting blijkt dat het voor [minderjarige] nu van belang is dat de hond bij het gezin kan blijven. Aan de kant van het college is aangegeven dat opvang met hond meer kosten met zich meebrengt omdat de hond niet bij de normale aangeboden opvanglocatie kan verblijven. Ook is aangegeven dat het precedentwerking kan hebben als zij opvang moeten regelen voor het gezin met hond.

9. De belangen afwegend in deze zaak, komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het belang van verzoekers en [minderjarige] nu zwaarder weegt dan de belangen van het college. Het college zal daarom opvang voor verzoekers met hun gezin met hond moeten regelen tot één week na de beslissing op bezwaar. Mocht de beslissing op bezwaar ongegrond worden verklaard, dan kunnen verzoekers een nieuw verzoek om voorlopige voorziening indienen.
Conclusie en gevolgen
10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het college voor verzoekers met hun gezin en de hond vanaf 6 juli 2026 opvang moet regelen tot één week nadat op het bezwaarschrift is beslist.

11. Omdat het verzoek wordt toegewezen zal het college het betaalde griffierecht en de gemaakte proceskosten aan verzoekers moeten vergoeden. De proceskosten worden berekend met toepassing van het besluit proceskosten bestuursrecht. In dit geval is dat 1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- met wegingsfactor 1. Dat komt dus neer op een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 9 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4227.

Artikel delen