Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:5666

Toezicht, bewind en mentorschap, Het verzoek van dochter om bewindvoerder en mentor te ontslaan en zelf opvolgende bewindvoerder en mentor te worden wordt afgewezen.

Rechtbank Midden-Nederland 20 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:5666 text/xml public 2026-08-20T08:50:28 2026-08-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-07-21 12243483 UT VERZ 26-3532 en 12243486 UT VERZ 26-3533 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5666 text/html public 2026-08-20T08:49:55 2026-08-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:5666 Rechtbank Midden-Nederland , 21-07-2026 / 12243483 UT VERZ 26-3532 en 12243486 UT VERZ 26-3533
Toezicht, bewind en mentorschap, Het verzoek van dochter om bewindvoerder en mentor te ontslaan en zelf opvolgende bewindvoerder en mentor te worden wordt afgewezen.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

zaaknummers : 12243483 UT VERZ 26-3532

12243486 UT26-3533

dossiernummers: [BM nummer] en [MB nummer]datum : 21 juli 2026

beschikking op een verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en mentor en benoeming van een opvolgend bewindvoerder en mentor

op verzoek van:
[verzoekster] ,
wonende te [postcode 1] [woonplaats 1] , [adres 1] ,

gemachtigde mr. M.C. van Rijn,

hierna te noemen: verzoekster,

met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] , [.] op [geboortedatum] 1943,

wonende te [postcode 2] [woonplaats 2] , [adres 2] ,

hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

het verzoek (met aanvullende bijlagen), ontvangen op 26 mei 2026;

de aanvullingen op het verzoek;

de reacties van [A] ;

de reactie van [B] .

Het verzoek is mondeling behandeld op 9 juli 2026. Ter zitting zijn verschenen:

mevrouw [verzoekster] , dochter van betrokkene (tevens verzoekster), met haar gemachtigde, mr. M.C. Van Rijn;

mevrouw [A] , dochter van betrokkene, hierna te noemen [A (voornaam)] ;

de heer [B] , ex-echtgenoot van betrokkene;

de heer [C] werkzaam bij [onderneming] BV, bewindvoerder;

de heer [D] , h.o.d.n. [handelsnaam] , mentor.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken.
De feiten
Bij beschikking is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand. Daarnaast is ten behoeve van betrokkene een mentorschap ingesteld.
Het verzoek
Verzoekster vraagt om ontslag van de huidige bewindvoerder en mentor en verzoekt de kantonrechter haar vervolgens te benoemen tot (tijdelijk) opvolgend bewindvoerder en mentor.

Verzoekster heeft eerder een klacht ingediend over het functioneren van de bewindvoerder. Op deze klacht heeft de bewindvoerder een reactie gegeven. In de klachtafhandeling is aan verzoekster uitgelegd dat de kantonrechter de reactie van de bewindvoerder helder en afdoende acht en dat de klachten geen reden vormen om de bewindvoerder (ambtshalve) te ontslaan. Moeizame communicatie met een dochter van de rechthebbende betekent op zichzelf niet dat een bewindvoerder zijn taken onvoldoende uitvoert.

Verzoekster heeft haar bezwaren tegen de bewindvoerder gehandhaafd en deze ten grondslag gelegd aan het onderhavige ontslagverzoek.

Volgens verzoekster functioneert nu ook de huidige mentor onvoldoende. Zij ervaart een structureel gebrek aan communicatie, terugkoppeling en samenwerking. Als intensief betrokken mantelzorger voelt zij zich onvoldoende betrokken bij beslissingen over het welzijn en de zorg van betrokkene. Daarnaast worden urgente vragen en verzoeken naar haar zeggen niet of onvoldoende beantwoord.

Verzoekster maakt zich ernstige zorgen over de woonzorglocatie van betrokkene. Ze uit zorgen over gezonde voeding, dagbesteding, persoonlijke verzorging, hygiëne, de bereikbaarheid van het personeel en het medicatiegebruik. Volgens haar treft zij betrokkene regelmatig in een zorgwekkende toestand aan zonder hierover te worden geïnformeerd.

Ook wil zij alternatieven voor zware medicatie onderzoeken en betrokkene zo spoedig mogelijk laten verhuizen naar zorginstelling [naam 1] . Volgens verzoekster is deze semi-particuliere instelling, beter passend en bovendien dichter bij haar woonomgeving gelegen. Volgens verzoekster leeft betrokkene niet onder omstandigheden die passen bij haar situatie en waardigheid, terwijl daarvoor voldoende financiële middelen beschikbaar zijn.

Verzoekster vindt dat zij, gelet op haar opleidingen en ruime werkervaring in de zorg, waaronder de ouderenzorg en dementiezorg, goed in staat om de belangen van betrokkene te behartigen. Zij kent betrokkene goed, verleent veel zorg en ondersteuning en heeft goed zicht op haar wensen, behoeften en medische situatie. Zij wil onder meer passende voeding en verzorging organiseren en aanvullende zorg en behandelingen inzetten.

Verzoekster heeft ter zitting toegelicht dat zij per direct beschikbaar is om de rol van mentor op zich te nemen totdat de situatie stabiel en goed is ingericht. Daarna kan een warme, ervaren onafhankelijke mentor het overnemen. Daarnaast heeft zij een ervaren bewindvoerder, [E] , bereid gevonden om (te zijner tijd) de rol van bewindvoerder te vervullen.
Standpunt van dochter [A (voornaam)]
is het niet eens met het verzoek. Zij heeft geen klachten over het functioneren van de huidige bewindvoerder en mentor en is van mening dat beiden de belangen van betrokkene zorgvuldig behartigen.

Met betrekking tot het bewind stelt [A (voornaam)] dat het vermogen van betrokkene zorgvuldig en professioneel wordt beheerd. Zij vindt het terecht dat de woning, waarin betrokkene niet meer zal terugkeren, wordt verkocht. Volgens haar heeft de bewindvoerder dit proces zorgvuldig begeleid.

Ten aanzien van het mentorschap voert [A (voornaam)] aan dat betrokkene lijdt aan vergevorderde dementie en sinds september 2025 verblijft in verzorgingstehuis [naam 2] te [woonplaats 2] . Volgens haar is betrokkene vooral gebaat bij rust, stabiliteit en een vertrouwde omgeving. Een wisseling van mentor/bewindvoerder of een verhuizing zou juist leiden tot onrust en verwarring.

Volgens [A (voornaam)] is sprake van een terugkerend patroon waarbij verzoekster eerst instemt met gemaakte afspraken en deze vervolgens weer intrekt. Volgens [A (voornaam)] bemoeilijkt dit het nemen van beslissingen in het belang van betrokkene.

Ter zitting heeft [A (voornaam)] hieraan toegevoegd dat binnen de huidige zorginstelling sprake is van een warme en betrokken sfeer. Volgens haar krijgt betrokkene normale voeding, waaronder groente en fruit, en vraagt zij zelf wel eens om een koekje. [A (voornaam)] vindt dat alle energie vooral gericht moet zijn op het zo prettig en comfortabel mogelijk maken van het leven van betrokkene. Volgens [A (voornaam)] zou de benoeming van verzoekster tot bewindvoerder en mentor te veel risico’s met zich meebrengen omdat verzoekster niet onafhankelijk is.

[A (voornaam)] wordt in haar standpunt ondersteund door [B] , de ex-echtgenoot van betrokkene en vader van verzoekster en [A (voornaam)] . Hoewel hij en betrokkene al lange tijd zijn gescheiden, is hij nog altijd nauw betrokken bij haar welzijn. Hij bezoekt haar wekelijks samen met zijn echtgenote. Ook hij ziet geen aanleiding om de huidige bewindvoerder en mentor te vervangen. Met name vanwege het volgens hem aanwezige controle- en dwangmatige gedrag van verzoekster voorziet hij grote moeilijkheden wanneer zij tot bewindvoerder en mentor zou worden benoemd.
Standpunt van de bewindvoerder
De bewindvoerder heeft ter zitting toegelicht dat er voldoende financiële ruimte is om het leven van betrokkene zo comfortabel en aangenaam mogelijk in te richten. Er is voldoende budget beschikbaar voor onder meer een pedicure, kapper, massage en aanvullende begeleiding. Verzoekster kan deze zorg, uiteraard na voorafgaand overleg, inzetten en die zal dan worden vergoed. Zo kan de kwaliteit van leven van de betrokkene in de huidige zorginstelling worden vergroot. Daarnaast zal de woning van betrokkene naar verwachting binnenkort worden verkocht. Er is inmiddels een bod dat ruimschoots boven de taxatiewaarde ligt. Ook de kosten van een eventuele plaatsing in de door verzoekster voorgestelde semi-particuliere zorginstelling kunnen financieel worden gedragen.
Standpunt van de mentor
De mentor heeft ter zitting toegelicht dat betrokkene inmiddels ongeveer negen maanden in de huidige zorginstelling [naam 2] verblijft. Zij is gewend geraakt aan haar omgeving en aan de zorgverleners. De mentor erkent dat een verblijf in een zorginstelling nooit hetzelfde is als wonen in de eigen vertrouwde omgeving. Ook is sprake van personeelstekorten, zoals op veel plaatsen in de zorg. Volgens de mentor doet het personeel echter wat binnen de mogelijkheden ligt en zijn er geen ernstige tekortkomingen geconstateerd. De lopende verbouwing zorgt tijdelijk voor extra onrust, maar is van voorbijgaande aard.

De mentor heeft de wens van verzoekster om betrokkene te laten verhuizen besproken met de behandelend artsen. Zij hebben een verhuizing afgeraden, omdat deze gelet op de vergevorderde dementie medisch onverantwoord is. De herkenning en structuur die betrokkene nu nog ervaart, zouden door een verhuizing verloren gaan, wat naar verwachting een negatieve invloed zal hebben op haar welzijn. Dit standpunt is met alle betrokkenen besproken. Alleen verzoekster kon zich daarin niet vinden. Desondanks heeft de mentor ter zitting verklaard bereid te zijn om, op verzoek van mr. M.C. van Rijn, opnieuw met de behandelend artsen te bespreken of een verhuizing naar zorginstelling [naam 1] medisch verantwoord is.

Verder ervaart de mentor de communicatie met verzoekster als moeizaam. Volgens hem stuurt zij regelmatig e-mails waarop moeilijk concreet kan worden gereageerd en komt zij geregeld terug op eerder gemaakte afspraken.
De beoordeling
Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht, blijkt dat tussen verzoekster en haar zus [A (voornaam)] sprake is van een verstoorde verstandhouding. Beide zussen willen het beste voor betrokkene maar verschillen van mening over de wijze waarop de belangen van betrokkene moeten worden behartigd.

Juist in een situatie als deze is het van groot belang dat de bewindvoerder en mentor onafhankelijk zijn en boven de familieverhoudingen staan. Wanneer verzoekster zou worden benoemd tot bewindvoerder en mentor, is het risico groot dat de bestaande familieconflicten verder zullen escaleren. Dit is niet in het belang van betrokkene.

De kantonrechter ziet evenmin redenen de bewindvoerder en/of mentor te vervangen door een andere professionele bewindvoerder en/of mentor.

Voor ontslag van een bewindvoerder en/of mentor, anders dan op eigen verzoek, is nodig dat gewichtige redenen daartoe nopen. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarvan geen sprake.

De kantonrechter is immers van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat de huidige bewindvoerder of mentor hun taken onvoldoende vervullen. Dat verzoekster de communicatie als onbevredigend ervaart en inhoudelijk andere keuzes zou maken, is daarvoor onvoldoende. Uit de toelichting van de bewindvoerder blijkt dat de financiële belangen van betrokkene zorgvuldig worden behartigd en dat voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om haar welzijn te bevorderen. Ook de mentor heeft inzichtelijk toegelicht welke afwegingen zijn gemaakt ten aanzien van de huidige zorgsituatie en waarom een verhuizing tot op heden niet verantwoord wordt geacht.

Het is duidelijk dat verzoekster zich zorgen maakt over het welzijn van betrokkene en de wens heeft om alle mogelijkheden voor passende zorg te onderzoeken. Het is daarom positief dat de mentor ter zitting heeft toegezegd opnieuw met de behandelend artsen te bespreken of een verhuizing naar zorginstelling [naam 1] medisch in het belang van betrokkene is. Mocht de uitkomst van dit overleg echter hetzelfde zijn als uit het eerdere overleg met de artsen dan is het aan verzoekster om zich daar bij neer te leggen en in harmonieuze samenwerking met de bewindvoerder en mentor te proberen het verblijf van betrokkene in de huidige instelling zo aangenaam mogelijk te maken.

Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerder en mentor en de benoeming van verzoekster tot opvolgend bewindvoerder en mentor worden afgewezen.
beslissing
<?linebreak?>De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Artikel delen