Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBNHO:2026:2272

Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij de passagiers heeft omgeboekt naar een vlucht die meer dan een dag later aankwam en hij onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere mogelijkheden waren. Daarmee heeft h...

Rechtbank Noord-Holland 25 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:2272 text/xml public 2026-06-25T11:53:12 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-04 11931984 CV FORM 25-7096 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2272 text/html public 2026-06-25T11:52:42 2026-06-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:2272 Rechtbank Noord-Holland , 04-03-2026 / 11931984 CV FORM 25-7096
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij de passagiers heeft omgeboekt naar een vlucht die meer dan een dag later aankwam en hij onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere mogelijkheden waren. Daarmee heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. Het verzoek wordt toegewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11931984 CV FORM 25-7096

Uitspraakdatum: 4 maart 2026

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
<nr>1</nr> [verzoeker 1] 2. [verzoeker 2] 3. [verzoeker 3] 4. [verzoeker 4] 5. [verzoeker 5]
allen wonende te [plaats]

verzoekende partijen

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen, Oostenrijk

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij de passagiers heeft omgeboekt naar een vlucht die meer dan een dag later aankwam en hij onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere mogelijkheden waren. Daarmee heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. Het verzoek wordt toegewezen.
<nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?> 1.1.
Dit verloop blijkt uit:

het vorderingsformulier (formulier A);

het verweerschrift.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 20 oktober 2023 vervoeren van Edinburgh, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht EJU7838 (hierna: de vlucht)
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
Passagiers sub 1 en sub 3 zijn de minderjarige kinderen van passagiers sub 4 en sub 5. Passagiers sub 4 en sub 5 hebben de eventuele vorderingsrechten van passagiers sub 1 en sub 3 aan zichzelf overgedragen.
2.4.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 1.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 187,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of de passagiers in hun verzoek kunnen worden ontvangen. Passagiers sub 1 en sub 3 zijn niet bekwaam om zelfstandig in rechte op te treden omdat zij minderjarig zijn. De passagiers hebben niet in het vorderingsformulier vermeld dat iemand als hun wettelijk vertegenwoordiger optreedt. Daarom zal de kantonrechter passagiers sub 1 en sub 3 niet-ontvankelijk verklaren. Omdat passagiers sub 4 en sub 5 de eventuele vorderingsrechten van passagiers sub 1 en sub 3 aan zichzelf hebben overgedragen, heeft dit echter geen gevolgen voor de hoogte van het verzoek.
4.3.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.4.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van eventuele buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een passagier een dag later dan gepland aankomt met een alternatieve vlucht die door de vervoerder zelf werd uitgevoerd. In dat geval is het aan de vervoerder om te onderbouwen dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht die door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij werd uitgevoerd, of dat het organiseren daarvan voor hem een onaanvaardbaar offer zou zijn.
4.5.
De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan een dag (42 uur) op de eindbestemming zijn aangekomen. Daarmee is deze omboeking in beginsel geen redelijke maatregel. De vervoerder heeft niet gesteld dat er geen eerdere mogelijkheden waren. In tegendeel: hij stelt dat de route door meerdere luchtvaartmaatschappijen op een eerder moment werd uitgevoerd. Hij heeft niet gesteld dat het niet mogelijk was om de passagiers daarop om te boeken of dat het organiseren daarvan een onaanvaardbaar offer zou zijn. Voor zover hij bedoelde te stellen dat de passagiers zelf hebben gekozen voor dit alternatief (en niet voor een eerdere vlucht), had het op zijn weg gelegen om dit concreet te stellen en te onderbouwen. Daarom kan niet worden geoordeeld dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen.
4.6.
Dit betekent dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, de passagiers moet compenseren. Het verzoek zal worden toegewezen. De wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
4.7.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
4.9.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
<nr>5</nr>De beslissing<?linebreak?>De kantonrechter: 5.1.
verklaart passagiers sub 1 en sub 3 niet-ontvankelijk;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.437,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.250,00 vanaf 20 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 217,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Artikel 7 van de Verordening.

Artikel 5 lid 3 van de Verordening.

HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.

Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.

Artikel delen