Luchtvaart. De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een instapweigering. De vervoerder heeft de hoofdsom erkend. Daarom wordt de vordering tot compensatie toegewezen.
Rechtbank Noord-Holland 25 June 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2275
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-03-2026
Datum publicatie
25-06-2026
Zaaknummer
11379022 CV EXPL 24-7618
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:RBNHO:2026:2275text/xmlpublic2026-06-25T15:04:422026-03-05Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Noord-Holland2026-03-0411379022 CV EXPL 24-7618UitspraakBodemzaakNLHaarlemCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2275text/htmlpublic2026-06-25T15:04:062026-06-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBNHO:2026:2275 Rechtbank Noord-Holland , 04-03-2026 / 11379022 CV EXPL 24-7618 Luchtvaart. De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een instapweigering. De vervoerder heeft de hoofdsom erkend. Daarom wordt de vordering tot compensatie toegewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie
Uitspraakdatum: 4 maart 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht
Air Europa Lineas Aereas S.A.
gevestigd te Baleares, Spanje
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. N. Bekri (De La Fuente Advocaten) De zaak in het kort
De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een instapweigering. De vervoerder heeft de hoofdsom erkend. Daarom wordt de vordering tot compensatie toegewezen. 1Het procesverloop1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten2.1. De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 6 november 2023 vervoeren van Madrid, Spanje, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht UX1093 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de passagier de instap voor de vlucht geweigerd. 2.3. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil3.1. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.2. De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de instapweigering voor de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-. 3.3. De vervoerder heeft de hoofdsom erkend. Hij voert verweer tegen de nevenvorderingen. Op het verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4De beoordeling4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De gevorderde hoofdsom is door de vervoerder erkend en zal daarom worden toegewezen. 4.3. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd betwist eveneens toewijsbaar vanaf de dag waarop de passagier schade heeft geleden. Dat is de datum waarop de passagier op de eindbestemming had moeten aankomen. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 6 november 2023. 4.4. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De bij repliek overgelegde aanmaningen maken dit niet anders omdat deze betrekking hebben op bijna 100 verschillende dossiers, zodat hieruit niet zonder meer volgt dat de passagier in kwestie buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.5. De vervoerder zal overwegend in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 november 2023 tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 86,00; 5.3. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 21,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken; 5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 6:83 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).