Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBNHO:2026:5446

Luchtvaart. AirHelp vordert compensatie vanwege een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk onder meer latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.

Rechtbank Noord-Holland 4 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:5446 text/xml public 2026-06-04T12:00:36 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-22 11546670 CV EXPL 25-1034 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5446 text/html public 2026-06-04T12:00:13 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:5446 Rechtbank Noord-Holland , 22-04-2026 / 11546670 CV EXPL 25-1034
Luchtvaart. AirHelp vordert compensatie vanwege een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk onder meer latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11546670 CV EXPL 25-1034

Uitspraakdatum: 22 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar het recht harer vestigingAirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn, Duitsland

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. G.I. Niesert (LVH advocaten)

De zaak in het kort

AirHelp vordert compensatie vanwege een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk onder meer latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
<nr>1</nr>Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 1 augustus 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Fuerteventura, Spanje, met vlucht HV6705 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 240,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,- per persoon.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht met 3 uur en 3 minuten vertraging is aangekomen. 2 uur en 6 minuten van deze vertraging werden veroorzaakt door de doorwerking van vertraging van eerdere vluchten. 26 minuten waren het gevolg van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. De vervoerder heeft niet toegelicht wat de oorzaak was van het resterende gedeelte van de vertraging van de vlucht.
4.4.
AirHelp heeft niet betwist dat 26 minuten van de vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg waren van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding, zodat dit vast staat. Als de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan een toestel oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarmee waren 26 minuten van de vertraging van de vlucht het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het midden blijven in hoeverre het resterende gedeelte van de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Bij een vertraging van meer dan drie uur mag de vertraging door buitengewone omstandigheden namelijk worden afgetrokken van de totale vertraging. Als de totale vertraging dan uitkomt op minder dan drie uur hebben de passagiers geen recht op compensatie. In dit geval resteert, ook als vast zou komen te staan dat de het resterende gedeelte van de vertraging van de vlucht niet het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, na aftrek van de vertraging door de latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding een vertraging van minder dan drie uur. Daarmee was de uiteindelijke langdurige vertraging van de vlucht het gevolg van deze buitengewone omstandigheid.
4.6.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder voert in dit verband aan dat hij geen invloed heeft op de besluiten van de luchtverkeersleiding. De vlucht is, zodra dat mogelijk was, zo spoedig mogelijk vertrokken.
4.7.
Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht en AirHelp heeft in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering zal worden afgewezen.
4.8.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van AirHelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen met de kosten van betekening als AirHelp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel 7 van de Verordening.

Artikel 5 lid 3 van de Verordening.

Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.

HvJEU 4 mei 2017, C-315/15, ECLI:EU:C:2017:342.

Artikel delen