Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBNHO:2026:7713

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Vernietiging rente- en incassokostenbedingen vanwege oneerlijkheid.

Rechtbank Noord-Holland 7 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:7713 text/xml public 2026-07-07T14:44:03 2026-06-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-06-25 11750391 CV EXPL 25-1801 Uitspraak Bodemzaak Verstek NL Zaanstad Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7713 text/html public 2026-07-07T14:43:16 2026-07-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:7713 Rechtbank Noord-Holland , 25-06-2026 / 11750391 CV EXPL 25-1801
Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Vernietiging rente- en incassokostenbedingen vanwege oneerlijkheid.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 11750391 CV EXPL 25-1801

Uitspraakdatum: 25 juni 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Health & Lifestyle Milon Clubs B.V.

te Heerhugowaard

de eisende partij

gemachtigde: [gemachtigde]

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen
<nr>1</nr>De verdere procedure 1.1.
In het tussenvonnis is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voorlopige oordeel van de kantonrechter over de oneerlijkheid van een aantal bedingen in haar algemene voorwaarden. De eisende partij heeft gereageerd met een akte.
<nr>2</nr>De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.1.
De kantonrechter ziet in de reactie van de eisende partij geen aanleiding om anders over de bedingen te denken dan hij in het tussenvonnis heeft geoordeeld. Over het rentebeding stelt de eisende partij dat zij alleen aanspraak heeft gemaakt op de wettelijke rente. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden echter niet relevant. Het beding moet immers worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast. De kantonrechter vernietigt daarom het rentebeding.
2.2.
Over het incassokostenbeding stelt de eisende partij eveneens dat zij heeft gehandeld conform de wet. Daarnaast stelt zij zich op het standpunt dat het beding niet oneerlijk is omdat daarin wordt verwezen naar de wettelijke regeling en omdat in lid 2 wordt bepaald dat de consument bij wanbetaling wordt ‘gewezen’ op zijn verplichting om te betalen en de consument in dat geval de mogelijkheid krijgt om alsnog binnen twee weken te betalen. Dit neemt echter niet weg dat het beding, zoals in het tussenvonnis overwogen, door haar formulering suggereert dat vanaf het moment van verzuim direct incassokosten zijn verschuldigd. Daarnaast kunnen er op grond van lid 2 al direct kosten in rekening worden gebracht bij het mislukken van de automatische incasso. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd, doet daaraan niet af. Zoals hierboven overwogen, is de vraag of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. De kantonrechter vernietigt daarom ook dit beding.

Wat is toewijsbaar?
2.3.
De vernietiging van de rente- en incassokostenbedingen heeft tot gevolg dat de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.
2.4.
De vordering wordt voor het overige toegewezen omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
2.5.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze kosten te maken. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 108,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.
<nr>3</nr>De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.513,64;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 121,19;

griffierecht € 385,00;

salaris gemachtigde € 217,00;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 108,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
3.4.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel delen