Huur. Achterstand. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden.
Rechtbank Noord-Holland 10 August 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:9723
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-07-2026
Datum publicatie
10-08-2026
Zaaknummer
12096748 CV EXPL 26-894
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:RBNHO:2026:9723text/xmlpublic2026-08-10T12:03:552026-07-31Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Noord-Holland2026-03-1812096748 CV EXPL 26-894UitspraakBodemzaakNLHaarlemCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9723text/htmlpublic2026-08-10T12:03:332026-08-10Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBNHO:2026:9723 Rechtbank Noord-Holland , 18-03-2026 / 12096748 CV EXPL 26-894 Huur. Achterstand. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie
datum uitspraak: 18 maart 2026 (bij vervroeging) Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de stichting Stichting Elan Wonen
te Haarlem
eiseres
hierna te noemen Stichting Elan Wonen
gemachtigde mr. O.J. Boeder tegen 1
[gedaagde 1]
te [plaats]
2. [gedaagde 2]
te [plaats]
gedaagden
hierna te noemen: [gedaagden]
procederend in persoon 1De procedure1.1. Stichting Elan Wonen heeft [gedaagden] gedagvaard op 5 februari 2026. [gedaagden] heeft mondeling geantwoord. Op 5 maart 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij aanwezig waren [betrokkene] namens Stichting Elan Wonen, de gemachtigde van Elan Wonen en [gedaagde 1]. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten2.1.
[gedaagden] huurt met ingang van 27 januari 2014 van Stichting Elan Wonen een woning gelegen aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats] tegen een huurprijs van € 1.174,26 per maand. Er is sprake van geliberaliseerde huur. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. 2.2.
[gedaagden] heeft ondanks aanmaning niet alle huurtermijnen betaald. Per 5 maart 2026 bedroeg de huurachterstand € 8.219,82. 3Het geschil3.1. Stichting Elan Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de aan [gedaagden] verhuurde woonruimte, ontruiming van het gehuurde en veroordeling van [gedaagden] tot betaling van de huurachterstand tot en met maart 2026, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten. 3.2. Stichting Elan Wonen legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagden] tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. 3.3.
[gedaagden] erkent de huurachterstand. Hij voert verweer tegen de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. 4De beoordeling Ambtshalve toetsing van: de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden 4.1. Bij de beoordeling van de vorderingen die zien op de betaling van de huurachterstand (inclusief servicekosten), buitengerechtelijke incassokosten en rente zijn de van toepassing zijnde algemene voorwaarden relevant. Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)). Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is. 4.2. Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp. 4.3. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het servicekostenbeding en het huurprijswijzigingsbeding getoetst en deze zijn niet oneerlijk. Buitengerechtelijke incassokosten 4.4. Het beding inzake buitengerechtelijke kosten in artikel 7 van de algemene voorwaarden leidt tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de verhuurder en de huurder, omdat er naast deze kosten op grond van artikel 20 van de algemene voorwaarden nog een boete verschuldigd kan zijn. Gelet hierop wordt ten nadele van de consument-huurder afgeweken van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Daarom is het beding oneerlijk en wordt het vernietigd. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Rente 4.5. Het beding inzake de verschuldigde rente is op zichzelf, maar ook in combinatie met het boetebeding in artikel 20 van de algemene voorwaarden oneerlijk Dit betekent dat het rentebeding wordt vernietigd en de gevorderde rente wordt afgewezen. Ontbinding, ontruiming, gebruiksvergoeding en huurachterstand 4.6. De gevorderde huurachterstand ter hoogte van € 8.219,82 wordt toegewezen, omdat [gedaagden] de huurachterstand heeft erkend. 4.7. Het (op tijd) betalen van huur, dat wil zeggen maandelijks en bij vooruitbetaling, is één van de essentiële verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst. [gedaagden] is hierin ernstig tekortgeschoten. Vast staat namelijk dat [gedaagden] een huurachterstand heeft van zeven maanden huur. 4.8. Het is evident dat de ontruiming niet alleen voor [gedaagden], maar ook voor zijn twee minderjarige kinderen (negatieve) gevolgen zal hebben. De belangen van de kinderen spelen dan ook een grote rol bij de vraag of de gevorderde ontbinding van de overeenkomst en ontruiming van het gehuurde gerechtvaardigd is. Dit betekent echter niet dat een woning waarin kinderen wonen nooit mag worden ontruimd. De ouders van minderjarige kinderen zijn in principe verantwoordelijk voor tekortkomingen die tot ontruiming kunnen leiden. Het ligt dan ook op de eerste plaats op de weg van de ouders zelf om de nadelige effecten van de ontruiming voor hun kinderen zoveel mogelijk te beperken. Een vordering tot ontruiming is echter niet toewijsbaar als de ontruiming tot een acute noodtoestand voor de kinderen zou leiden. Dat die situatie zich hier voordoet is niet gebleken. Dat voor [gedaagden] en zijn kinderen daadwerkelijk dakloosheid dreigt als [gedaagden] de woning moet ontruimen is evenmin gebleken. Een concrete onderbouwing daartoe ontbreekt. 4.9. Sprik heeft betoogd dat zijn vader waarschijnlijk een deel van de huurachterstand kan inlossen. Ook heeft hij betoogd dat hij binnenkort weer kan starten met de politieopleiding en dat zijn partner een tweede baan heeft gevonden. Sprik heeft dit op geen enkele manier concreet gemaakt of onderbouw met stukken. Gelet hierop heeft Stichting Elan Wonen vooralsnog onvoldoende zicht dat [gedaagden] de huurachterstand kan voldoen, waardoor de belangen van Stichting Elan Wonen (bij huurders die (tijdig) aan hun betalingsverplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst voldoen) op dit moment zwaarder wegen. 4.10. Gezien het bovenstaande rechtvaardigt de huidige huurachterstand de ontbinding van de huurovereenkomst. De huurovereenkomst zal daarom door de kantonrechter met dit vonnis worden ontbonden. Als gevolg daarvan wordt de vordering tot ontruiming ook toegewezen. 4.11. Gelet op de ingrijpende gevolgen voor [gedaagden] wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis. 4.12. Stichting Elan Wonen heeft ter zitting aangegeven dat zij niet tot betekening van het vonnis en dus niet tot ontruiming zal overgaan als [gedaagden] de volgende afspraken nakomt: Uiterlijk op 1 april 2026 betaalt [gedaagden] € 5.000,00 aan Stichting Elan Wonen. Dit bedrag moeten worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Boeder Incasso onder vermelding van dossiernummer [nummer]. Het restant van de huurschuld wordt via schuldhulpverlening voldaan; De lopende huur wordt tijdig en volledig voldaan aan Stichting Elan Wonen. 4.13.
[gedaagden] heeft met de voornoemde afspraken ingestemd. Hij krijgt dus nog van Stichting Elan Wonen een allerlaatste kans om de ontruiming te voorkomen. Proceskosten 4.14. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagden], omdat hij ongelijk krijgt. 4.15. De gevorderde dagvaardingskosten voor het raadplegen van het beslagregister worden afgewezen nu deze slechts toewijsbaar zijn indien het enkel een geldvordering betreft. Uitvoerbaar bij voorraad 4.16. De kantonrechter zal dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing van de kantonrechter moet worden gevolgd, ook als een van de partijen daartegen in hoger beroep gaat. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.1. ontbindt de huurovereenkomst; 5.2. veroordeelt [gedaagden] om de woonruimte aan het adres [adres] te ([postcode]) Haarlem binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, leeg op te leveren en de sleutels over te dragen aan Stichting Elan Wonen; 5.3. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan Stichting Elan Wonen te betalen € 8.219,82; 5.4. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zoals hiervoor vermeld, om aan Stichting Elan Wonen te betalen € 1.174,26 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat Sprik de woonruimte na 1 april 2026 in gebruik houden dan wel hebben gehouden; 5.5. bepaalt dat wat [gedaagden] na het uitbrengen van de dagvaarding aan Stichting Elan Wonen hebben voldaan op de hiervoor genoemde bedragen in mindering strekt; 5.6. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zoals hiervoor vermeld, tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Stichting Elan Wonen tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:
dagvaarding € 153,89
griffierecht € 559,00;
salaris gemachtigde € 720,00 (2 x € 360,00); 5.7. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.8. wijst af wat meer of anders mocht zijn gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Algemene voorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte mei 2013.