Wahv. De gehandicaptenparkeerplaats is pas aangelegd nadat betrokkene zijn auto daar had geparkeerd. De verkeersovertreding kan hem daarom niet worden verweten.
Rechtbank Noord-Nederland 22 May 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1861
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
21-05-2026
Datum publicatie
22-05-2026
Zaaknummer
11778099 BU VERZ 25-1389
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
ECLI:NL:RBNNE:2026:1861text/xmlpublic2026-05-22T08:58:482026-05-21Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Noord-Nederland2026-03-2311778099 BU VERZ 25-1389UitspraakMondelinge uitspraakNLLeeuwardenBestuursrecht; BestuursstrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1861text/htmlpublic2026-05-22T08:58:262026-05-22Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBNNE:2026:1861 Rechtbank Noord-Nederland , 23-03-2026 / 11778099 BU VERZ 25-1389 Wahv. De gehandicaptenparkeerplaats is pas aangelegd nadat betrokkene zijn auto daar had geparkeerd. De verkeersovertreding kan hem daarom niet worden verweten.
zaaknummer: 11778099 BU VERZ 25-1389 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 maart 2026 in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene), die woont in [plaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘met een voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een ander voertuig’, verricht op 1 augustus 2024, om 14:29 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 23 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat de parkeerplaats voor zijn deur is veranderd in een gehandicaptenparkeerplaats terwijl zijn auto daar geparkeerd stond. 3. De vertegenwoordiger is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard. Uit aanvullende informatie is gebleken dat de gehandicaptenparkeerplaats is aangelegd, terwijl de auto van betrokkene er al stond. Overwegingen
4. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. 5. De kantonrechter ziet aanleiding om de boete te matigen tot nul euro. Gelet op het aanvullend proces-verbaal acht hij het aannemelijk dat de gehandicaptenparkeerplaats pas is aangelegd nadat betrokkene zijn auto daar had geparkeerd. De verkeersovertreding kan hem daarom niet worden verweten. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 00,00; bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal, mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.