Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBNNE:2026:2079

Wahv. R308 – ‘als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken’. Verkeerde feitcode gehanteerd, er is geen verplicht fietspad in de straat. De kantonrechter wijzigt de feitcode. Beroep tegen gewijzigde inleidende beschikking ongegrond. De kantonrechter kent doorslaggevende waarde toe aan het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal. Geen reden voor aanpassing van ...

Rechtbank Noord-Nederland 4 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNNE:2026:2079 text/xml public 2026-06-04T09:01:06 2026-06-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-05-12 11836642 BU VERZ 25-1934 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2079 text/html public 2026-06-04T09:00:41 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:2079 Rechtbank Noord-Nederland , 12-05-2026 / 11836642 BU VERZ 25-1934
Wahv. R308 – ‘als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken’. Verkeerde feitcode gehanteerd, er is geen verplicht fietspad in de straat. De kantonrechter wijzigt de feitcode. Beroep tegen gewijzigde inleidende beschikking ongegrond. De kantonrechter kent doorslaggevende waarde toe aan het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal. Geen reden voor aanpassing van de boete; betrokkene heeft het aan zijn eigen houding te danken dat hij is beboet voor het fietsen op de stoep. Als hij dit in de verhitte discussie niet heeft begrepen, komt dat voor zijn eigen rekening. Dat betrokkenes vriendin geen boete heeft gekregen valt onder de discretionaire bevoegdheid van de verbalisanten.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 270215930

zaaknummer: 11836642 BU VERZ 25-1934

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 mei 2026

in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R308 – ‘als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken’, verricht op 10 november 2024, om 00:20 uur, op [adres] , met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 79,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. F.F. Buddingh aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?> Standpunten
2. Betrokkene geeft aan dat hij geen stopteken heeft gekregen. De politieauto stond voor de oprit van betrokkenes huis. Daarom reed betrokkene bij de buren de stoep op, om hooguit vijf meter naar zijn oprit te fietsen. Daarop stak de verbalisant – die betrokkene tot dat punt niet had herkend als politieagent – een hand uit. Betrokkene heeft de hand aangeraakt en is doorgefietst om de fiets te parkeren. Daarop werd hij agressief benaderd door de politieagenten. Betrokkene stelt dat de agent hem alleen een boete voor het fietsen zonder licht aanzegde. De vriendin van betrokkene, die ook zonder licht fietste, kreeg geen boete.
2.1.
In een aanvullend beroepschrift stelt betrokkene dat de verklaring van de verbalisant dat er niets mis is met de straatverlichting niet klopt. Er is geen verlichting bij de oprit van betrokkene. De politieauto stond daar en betrokkene keek in de koplampen, waardoor hij deze niet herkende als politie.

3. De vertegenwoordigster geeft aan dat de verkeerde feitcode is gehanteerd. Zij verzoekt om wijziging van de feitcode en stelt zich op het standpunt dat het beroep inhoudelijk ongegrond is. Door zijn eigen houding heeft betrokkene niet meegekregen dat hij ook een boete heeft gekregen voor het fietsen op de stoep. Dat zijn vriendin geen boete heeft gekregen voor het fietsen zonder licht, valt onder de discretionaire bevoegdheid van de verbalisant.

Beslissing

4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond maar verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Overwegingen

5. De kantonrechter constateert dat de verkeerde feitcode is gehanteerd. Er bevindt zich namelijk geen verplicht fietspad in de straat, maar een rijbaan. De verbalisant had niet feitcode R308 moeten gebruiken maar R309, die wordt gebruikt als je bij het ontbreken van een verplicht fietspad niet op de rijbaan fietst maar op een ander weggedeelte, bijvoorbeeld de stoep.
5.1.
De feitcode mag worden veranderd als de betrokkene niet in een verdedigingsbelang wordt geschaad. Hier is dat zo, omdat het om een soortgelijke overtreding en hetzelfde boetebedrag gaat. De kantonrechter verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en wijzigt de feitcode in de inleidende beschikking naar R309 – ‘als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is’.

6. Betrokkene betwist niet dat hij over de stoep heeft gefietst. Hij voert aan dat hij hiertoe werd gedwongen omdat de politieauto de oprit blokkeerde. Dit strookt niet met de lezing van de verbalisant, die verklaart dat zijn collega en hij de auto pas langs het trottoir hebben stilgezet toen zij betrokkene en zijn vriendin op de stoep zagen fietsen. Deze verklaring staat in een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Hier kent de kantonrechter doorslaggevende waarde aan toe, gezien de bijzondere bewijskracht van het proces-verbaal. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.

7. De kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete. Uit hetzelfde proces-verbaal blijkt dat betrokkene het aan zijn eigen houding te danken heeft dat hij niet alleen voor het fietsen zonder licht, maar ook voor het fietsen op de stoep een boete zou krijgen. Als betrokkene dit in de verhitte discussie niet heeft begrepen, komt dat voor zijn eigen rekening. Dat de verbalisanten ervoor hebben gekozen om betrokkenes vriendin niet te beboeten, valt onder hun discretionaire bevoegdheid.
Conclusie
De kantonrechter:

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

vernietigt deze beslissing;

wijzigt de feitcode en de omschrijving van de gedraging in R309 – ‘als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is’;

verklaart het beroep tegen de gewijzigde inleidende beschikking ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel delen