Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBNNE:2026:2452

Wlz-pgb. In deze zaak heeft de Svb de declaratie voor reis- en verblijfskosten van eiseres’ zorgverlener tijdens een vakantie afgewezen, omdat deze declaratie niet uitgesplitst kon worden in kosten voor eten en drinken enerzijds en reis- en verblijfskosten anderzijds. Het beroep is gegrond.

Rechtbank Noord-Nederland 1 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNNE:2026:2452 text/xml public 2026-07-01T12:00:24 2026-06-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-06-15 25/1864 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Leeuwarden Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2452 text/html public 2026-06-23T15:48:09 2026-07-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:2452 Rechtbank Noord-Nederland , 15-06-2026 / 25/1864
Wlz-pgb. In deze zaak heeft de Svb de declaratie voor reis- en verblijfskosten van eiseres’ zorgverlener tijdens een vakantie afgewezen, omdat deze declaratie niet uitgesplitst kon worden in kosten voor eten en drinken enerzijds en reis- en verblijfskosten anderzijds. Het beroep is gegrond.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/1864
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, de Svb
(gemachtigde: mr. O.F.M. Vonk).
Samenvatting
In deze zaak heeft de Svb de declaratie voor reis- en verblijfskosten van eiseres’ zorgverlener tijdens een vakantie afgewezen, omdat deze declaratie niet uitgesplitst kon worden in kosten voor eten en drinken enerzijds en reis- en verblijfskosten anderzijds. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing geen stand kan houden. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
1. Eiseres heeft de Svb verzocht een betaling te verrichten aan haar zorgverlener. De Svb heeft deze aanvraag met het besluit van 11 december 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 april 2025 op het bezwaar van eiseres is de Svb bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar zorgverlener [naam zorgverlener] en de gemachtigde van de Svb.
Beoordeling door de rechtbank
2. Bij de beoordeling van het beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
2.1.
Eiseres, geboren in 1993, is geïndiceerd voor zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres realiseert deze zorg met een persoonsgebonden budget (pgb). Zij is met haar moeder en zorgverlener [naam zorgverlener] van 14 tot en met 23 juli 2024 op een cruise geweest. Eiseres heeft de Svb gevraagd om uit het pgb een betaling te verrichten aan haar zorgverlener en zij heeft hiervoor een declaratie van € 1.945,50 ingediend. Deze ziet op reis- en verblijfskosten en kosten voor eten en drinken tijdens de cruise. De Svb heeft betaling van de declaratie geweigerd, omdat all inclusive reizen niet vergoed worden uit het pgb. Daarnaast heeft de Svb van eiseres op 19 maart 2025 een ingebrekestelling ontvangen.

Wat vinden partijen?

3. Eiseres voert aan dat haar zorgverlener tijdens de cruise de noodzakelijke zorg heeft verleend. De volledige afwijzing vindt zij buitenproportioneel. Voor zichzelf en haar moeder had ze het free at sea pakket geboekt – het all inclusive pakket. Dat pakket had haar zorgverlener niet. Haar zorgverlener had een volpension boeking. Het reisbureau heeft schriftelijk medegedeeld dat het de kosten niet kan specificeren in verblijf enerzijds en eten en drinken anderzijds. Daarnaast heeft de Svb de helft van een vergelijkbare declaratie voor een cruise in 2022 wel vergoed, te weten een bedrag van € 639,50. Voor eiseres is een cruise een haalbare manier om met haar fysieke beperkingen toch te kunnen reizen. Zij voert verder aan dat de Svb een dwangsom van € 69,- aan haar verschuldigd is.

4. De Svb ziet geen reden zijn standpunt te veranderen. Eten en drinken wordt nooit vergoed. Nu die kosten inbegrepen zijn in de declaratie, dient de declaratie volledig afgewezen te worden. Op de zitting heeft de Svb gesteld dat de declaratie in 2022 is vergoed als entreekosten, niet als reis- en verblijfskosten, zodat van gelijke gevallen geen sprake is. Op de zitting heeft de Svb erkend een dwangsom van € 23,- verschuldigd te zijn.

Wat vindt de rechtbank?

5. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de Svb betaling van de volledige declaratie mocht weigeren, omdat de declaratie ook kosten voor eten en drinken bevat. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of de Svb een dwangsom verschuldigd is aan eiseres.
5.1.
Volgens de Vergoedingenlijst persoonsgebonden budget, zoals die per 1 januari 2024 gehanteerd werd door zorgkantoren, worden reis- en verblijfskosten van een zorgverlener tijdens vakantie vergoed, mits deze directe en proportionele kosten betreffen van de zorgverlener die meegaat om te werken, het geen vakantieverblijf voor de zorgverlener betreft en de zorgverlener geen onderdeel uitmaakt van het cliëntsysteem. All inclusive reizen, roomservice, eten en drinken en aanvullende luxe producten/dienstverlening tijdens de reis en het verblijf worden bijvoorbeeld niet vergoed.
5.2.
Partijen zijn het erover eens dat eten en drinken van de zorgverlener niet vergoed dient te worden uit het pgb. Partijen zijn het er ook over eens dat eiseres de kosten voor eten en drinken van haar zorgverlener niet aannemelijk heeft kunnen maken, omdat het reisbureau deze kosten niet kan specificeren. Verder is tussen partijen niet in geschil dat [naam zorgverlener] is meegegaan om te werken en dat de Svb de door eiseres gedeclareerde zorguren tijdens de cruise heeft vergoed. Niet in geschil is tot slot dat [naam zorgverlener] naast eiseres moet slapen en dat een cruise een voor eiseres geschikte wijze is om als gehandicapte toch op meerdere plaatsen te komen (te kunnen reizen). Dit omdat zij een aantal hulpmiddelen waaronder haar aangepaste bed mee kan nemen en dit bed slechts eenmaal hoeft te worden geïnstalleerd. Reizen met het vliegtuig binnen Europa lukt haar niet in verband met haar rolstoel en andere hulpmiddelen.
5.3.
De rechtbank stelt vast dat de declaratie van [naam zorgverlener] van € 1.945,50 onder andere de volgende onderdelen voor wat betreft eten en drinken bevat: dinerpakket - dranken (koffie, thee en ijswater) bij ontbijt & lunch - drankenpakket - volpension (ontbijt, lunch & diner). De twee free at sea pakketten waren voor eiseres en haar moeder. Deze pakketten zien voor wat betreft eten en drinken op het volgende: Premium Beverage Package - 1 Meal Speciality Dining Package. De rechtbank oordeelt dat de declaratie van [naam zorgverlener] op basis van een volpension boeking is. Van all inclusive is niet gebleken, nu de twee free at sea pakketten voor eiseres en haar moeder waren. De rechtbank stelt verder vast dat de Svb de helft van een vergelijkbare declaratie voor een cruise in 2022 wel vergoed heeft, te weten een bedrag van € 639,50. Op deze cruise waren de volgende onderdelen voor wat betreft eten en drinken inbegrepen: Drankenpakket - koffie, thee en sap inbegrepen bij ontbijt & lunch - ontbijt, lunch & diner.
5.4.
Dat de Svb de reis- en verblijfskosten uit 2022 als entreekosten heeft vergoed is niet onderbouwd en ook niet aannemelijk. Het moet voor de Svb destijds duidelijk zijn geweest waarop de kosten zagen, gezien de toelichting van en het telefonisch contact met eiseres en onderliggende stukken van die eerdere cruise.
5.5.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Svb de declaratie onder deze omstandigheden niet volledig mocht afwijzen. Dat het reisbureau geen specificatie kan afgeven, dient in dit geval dan ook niet voor rekening en risico van eiseres te komen. De afwijzing is dan ook niet evenredig met het kennelijk te dienen doel, namelijk het voorkomen dat vakanties die niet in verband staan met het verlenen van zorg, uit een pgb worden betaald.
5.6.
Om te komen tot een definitieve beslechting van het geschil ziet de rechtbank aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en stelt de te vergoeden (proportionele) reis- en verblijfskosten, rekening houdend met alle ter zake doende feiten en omstandigheden, in goede justitie vast op de helft van € 1.945,50 te weten € 972,75.

Dwangsom

6. Op 19 maart 2025 heeft de Svb de ingebrekestelling van eiseres ontvangen. Op 3 april 2025 nam de Svb het bestreden besluit. De Svb is daarom één dag, te weten € 23,-, aan dwangsom verschuldigd aan eiseres.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit niet evenredig is voor zover het ziet op het weigeren van de betaling van de ingediende declaratie, en in strijd met artikel 4:18 van de Awb voor zover het ziet op de dwangsom. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank neemt zelf een beslissing en bepaalt dat de Svb € 972,75 aan eiseres’ zorgverlener [naam zorgverlener] vergoedt. Ook moet de Svb € 23,- aan dwangsom vergoeden.
7.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet de Svb het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De reiskosten zijn vastgesteld op € 10,08.
7.2.
Eiseres heeft gevraagd om verletkosten van € 100,-. Ze exploiteert een webshop en verricht dagelijks werkzaamheden zoals orderverwerking, klantenservice en marketing. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij verletkosten heeft gemaakt. Zij heeft die kosten niet met stukken onderbouwd. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres geen recht heeft op vergoeding van verletkosten en wijst dat verzoek af.
Beslissing
De rechtbank:

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt het besluit van 3 april 2025;

 bepaalt dat de Svb een betaling van € 972,75 verricht aan zorgverlener [naam zorgverlener] en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

 bepaalt dat de Svb € 23,- aan dwangsom verschuldigd is aan eiseres;

 bepaalt dat de Svb het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;

 veroordeelt de Svb tot betaling van € 10,08 aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Broere, rechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Nr. 81 van de Vergoedingenlijst pgb.

Zie pagina 5 van boekingsbevestiging D24012839/1/2.

Zie pagina 5 van boekingsbevestiging D2201791/1/2.

Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:382.

Artikel 4:17, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel 4:17, tweede lid, van de Awb.

Met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb.

Artikel 1, aanhef en onder d, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1459.

Artikel delen