Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBNNE:2026:2601

5WVW. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt onvoldoende waar de hinder uit bestond. De enkele verklaring dat het voertuig stilstond en dat het overige verkeer geen doorgang kon vinden is hiervoor in dit geval onvoldoende.

Rechtbank Noord-Nederland 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNNE:2026:2601 text/xml public 2026-07-06T11:56:43 2026-07-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-06-15 11754731 BU VERZ 25-1235 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Assen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2601 text/html public 2026-07-06T11:55:37 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:2601 Rechtbank Noord-Nederland , 15-06-2026 / 11754731 BU VERZ 25-1235
5WVW. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt onvoldoende waar de hinder uit bestond. De enkele verklaring dat het voertuig stilstond en dat het overige verkeer geen doorgang kon vinden is hiervoor in dit geval onvoldoende.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 265807391

zaaknummer: 11754731 BU VERZ 25-1235
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,

gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig zo laten staan, dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of verkeer wordt of kan worden gehinderd’, verricht op 25 april 2024, om 18:17 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. K. Kattick.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?> Standpunten
2. Gemachtigde voert aan dat betrokkene nog geen tien seconden stil stond toen de agent uitstapte om een boete uit te schrijven. Betrokkene had de alarmlichten aan. Op dit rijvak geldt geen verbod om stil te staan, waardoor betrokkene hier kort mag stoppen om te laden, lossen of iemand te laten in- of uitstappen. Hoewel er parkeervakken aanwezig zijn, blokkeerde betrokkene niemand door naast een stuk groen te parkeren. De agent gaf aan betrokkene een bekeuring te willen geven voor dubbel parkeren. Nadat betrokkene aangaf dat dit niet het geval was, heeft de agent alsnog deze overtreding vastgesteld, maar dit niet toegelicht.
2.1.
Verder voert gemachtigde aan dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat sprake is van het creëren van gevaar of hinder. Uit eerdere rechtspraak blijkt dat enkel een foto hiervoor niet voldoende is, maar in dit geval is er zelfs geen foto. Daarnaast is het niet relevant of sprake is geweest van parkeren of laden en lossen. De gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten op een specifiek rekeningnummer.

3. De vertegenwoordiger is van mening dat de boete vernietigd moet worden. De verkeersovertreding is onvoldoende onderbouwd door de verbalisant.

Beslissing

4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Overwegingen

Kan de verkeersovertreding vastgesteld worden?

5. De kantonrechter ziet aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt onvoldoende waar de hinder uit bestond. De enkele verklaring dat het voertuig stilstond en dat het overige verkeer geen doorgang kon vinden is hiervoor in dit geval onvoldoende. De verkeersovertreding kan daarom niet worden vastgesteld.

Heeft betrokkene recht op een proceskostenvergoeding?

6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal één punt toekennen met een waarde van € 666,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 934,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat zowel de boete als de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv toe op beide fasen.
6.1.
De berekening is als volgt: (1 (procespunt) x € 666,00 (tarief) + 1 (procespunt) x € 934,00 (tarief)) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 200. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 200,00.
6.2.
Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven.

Conclusie

De kantonrechter:

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

vernietigt die inleidende beschikking;

bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;

veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 200,00;

verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.

Waarvan proces-verbaal,

mr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.

Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051.

Artikel delen