Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBNNE:2026:2614

Varia. Deze uitspraak gaat over het besluit om de subsidieaanvraag van eiser af te wijzen. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Op grond van de betreffende subsidieregeling kan een eigenaar van een gebouw alleen subsidie worden verstrekt als dat gebouw in een van de po...

Rechtbank Noord-Nederland 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNNE:2026:2614 text/xml public 2026-07-06T12:00:23 2026-07-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-06-26 25/555 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Groningen Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2614 text/html public 2026-07-05T20:27:37 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:2614 Rechtbank Noord-Nederland , 26-06-2026 / 25/555
Varia. Deze uitspraak gaat over het besluit om de subsidieaanvraag van eiser af te wijzen. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.



Op grond van de betreffende subsidieregeling kan een eigenaar van een gebouw alleen subsidie worden verstrekt als dat gebouw in een van de postcodegebieden ligt die in de regeling genoemd zijn. Het staat vast dat eisers woning niet is gelegen in een van de aangewezen postcodegebieden. Verweerder heeft als uitvoeringsinstantie niet de bevoegdheid om af te wijken de bepalingen in de regeling. Er is ook geen sprake van schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur door verweerder.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/555
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het Dagelijks Bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland, verweerder
(gemachtigde: Y. Snijder en S. Smit).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het besluit om de subsidieaanvraag van eiser af te wijzen. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. In de bijlage staan wetsartikelen die in deze uitspraak van belang zijn.
Procesverloop
2. Op 22 februari 2024 heeft eiser een subsidie aangevraagd op grond van de Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen (de Regeling). Het gebouw betreft de woning van eiser.
2.1.
Met het primaire besluit van 14 mei 204 heeft verweerder de aanvraag afgewezen, omdat het gebouw niet is gelegen in een van de bij Regeling aangewezen postcodegebieden. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt door eiser.
2.2.
Met het bestreden besluit van 17 december 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij het primaire besluit gebleven.
2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Is het bestreden besluit in strijd met algemeen beginselen van behoorlijk bestuur?
3.1.
Eiser voert aan dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur door verweerder. Zo is bij het invoeren van de Regeling niet gekeken naar het mogelijke effect voor inwoners met schade buiten het vastgestelde postcodegebied. Dat verweerder de uitvoeringsopdracht van het ministerie desondanks heeft aanvaard, is volgens eiser onzorgvuldig. Dit geldt ook voor de gegevens die ten grondslag liggen aan het besluit. Deze zijn inmiddels zes jaar oud en aan verandering onderhevig. Verweerder had daarmee rekening moeten houden.
3.2.
Verder is er volgens eiser sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. Op grond van de Regeling kent verweerder namelijk subsidie toe aan mensen die helemaal geen aardbevingsschade hebben. En tegelijkertijd zijn er mensen die op grond van de Regeling geen subsidie krijgen toegekend, terwijl zij wel aardbevingsschade hebben.
3.3.
In het verlengde hiervan voert eiser aan dat er bij hem ook aardbevingsschade is vastgesteld. Verweerder had vanwege deze omstandigheid van de Regeling af kunnen wijken. Nu dat niet is gebeurd, is volgens eiser het bestreden besluit niet evenredig en in strijd met rechtspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).
4.1.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit niet in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij de beoordeling is gebleken dat de subsidieaanvraag van eiser niet voldoet aan de voorwaarden die de Regeling stelt. Daarbij heeft verweerder geen beleidsvrijheid om andere postcodes op te nemen in het postcodegebied dan die in de Regeling zijn vastgesteld. Verweerder is als uitvoeringsorgaan namelijk gehouden aan de opdracht die hij heeft gekregen.
4.2.
Met betrekking tot het evenredigheidsbeginsel merkt verweerder op dat uit rechtspraak volgt dat het alleen nog gaat over de evenwichtigheid van het besluit. De wetgever heeft gekozen voor een regeling op basis van postcodegebieden. Dat deze keuze voor eiser onredelijk bezwarend uitpakt, heeft hij volgens verweerder onvoldoende aangetoond. In dat licht bezien is het besluit dat eiser ondanks de aardbevingsschade niet in aanmerking komt voor de subsidie op grond van deze Regeling, niet onevenwichtig.

5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiser niet kan slagen. Zij overweegt daartoe als volgt. Op grond van de Regeling kan een eigenaar van een gebouw alleen subsidie worden verstrekt als dat gebouw in een van de postcodegebieden ligt die in de Regeling genoemd zijn. Het staat vast dat eisers woning niet is gelegen in een van de aangewezen postcodegebieden.
5.1.
Verweerder is als uitvoeringsinstantie gebonden aan de bepalingen in de Regeling en de regels van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat als zijn opdrachtgever. Er is geen sprake van onzorgvuldig handelen door verweerder. Verweerder heeft immers niet de bevoegdheid om af te wijken van de Regeling.
5.2.
Verder kan een beroep op het gelijkheidsbeginsel alleen slagen, als gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Daarvan is in het betoog van eiser geen sprake.
5.3.
Uit de door eiser aangehaalde uitspraak van het CBb volgt dat het bij toetsing van een gebonden besluit aan het evenredigheidsbeginsel “onder de streep” alleen nog gaat over de evenwichtigheid van het besluit. Een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbenden onredelijk bezwarend is.

De Regeling geldt voor iedereen en door de keuze van de regelgever vallen eigenaren van woningen buiten de genoemde postcodegebieden buiten de boot. In zoverre is de situatie van eiser niet uitzonderlijk of onevenwichtig. Het feit dat in de woning van eiser aardbevingsschade is geconstateerd, maakt ook niet dat sprake is van onevenwichtigheid.
5.4.
Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook geen reden om aan te nemen dat sprake is van schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur door verweerder. De rechtbank onderschrijft de motivering die verweerder heeft gegeven in het verweerschrift. Dat eiser op grond van de Regeling niet in aanmerking komt voor subsidie is ongetwijfeld een teleurstelling voor hem. Maar het staat eiser vrij om te onderzoeken of hij op grond van nieuwere, andere regelingen wel in aanmerking kan komen voor subsidie.
5.5.
Tot slot merkt de rechtbank nog op dat zij niet zal ingaan op eisers opmerkingen over de handelwijze van verweerder. Daarvoor staan namelijk andere procedures open.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van

K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht

Artikel 4:23

1. Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt.

(…)

Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen

Artikel 2a

1. In afwijking van artikel 2 verstrekt de minister op aanvraag subsidie voor de kosten van een verduurzamingsmaatregel, voor onderhoud of voor verbetering aan de eigenaar van een gebouw gelegen in de postcodegebieden in de gemeenten, genoemd in het tweede lid, voor zover dat gebouw:

a.bestemd of mede bestemd is voor bewoning;

b.op of voor 6 november 2020 geen deel uitmaakt van het versterkingsprogramma;

c.is gebouwd en opgeleverd vóór 1 januari 2016, en

d.niet in eigendom is van een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.

2 De eigenaar of eigenaren van een gebouw binnen de gemeente:

a.Aa en Hunze met postcode 9656 kunnen een aanvraag doen van 6 juli 2022 tot en met 31 december 2025;

b.Eemsdelta met postcodes 9901 tot en met 9909, 9911 tot en met 9915, 9917 tot en met 9919 en 9921 kunnen een aanvraag doen van 13 juli 2022 tot en met 31 december 2025;

c.Eemsdelta met postcodes 9922 tot en met 9924, 9931 tot en met 9934, 9936, 9937, 9945 tot en met 9949, 9987 en 9991 tot en met 9994 kunnen een aanvraag doen van 20 juli 2022 tot en met 31 december 2025;

d.Groningen met postcodes 9613, 9614, 9622, 9723 en 9731 tot en met 9735 kunnen een aanvraag doen van 27 juli 2022 tot en met 31 december 2025;

e.Groningen met postcodes 9736 tot en met 9738, 9746, 9747 en 9791 tot en met 9798 kunnen een aanvraag doen van 3 augustus 2022 tot en met 31 december 2025;

f.Het Hogeland met postcodes 9771, 9773, 9774, 9781, 9784, 9785, 9925, 9951, 9953 tot en met 9957, 9959, 9961 tot en met 9969, 9973, 9975, 9977 tot en met 9979, 9981 tot en met 9986, 9988, 9989 en 9995 tot en met 9999 kunnen een aanvraag doen van 10 augustus 2022 tot en met 31 december 2025;

g.Midden-Groningen met postcodes 9601 tot en met 9603, en 9605 tot en met 9609 kunnen een aanvraag doen vanaf: 17 augustus 2022 tot en met 31 december 2025;

h.Midden-Groningen met postcodes 9611, 9615 tot en met 9619, 9621, 9623 tot en met 9629, 9632, 9633, 9635, 9636, 9649 en 9939 kunnen een aanvraag doen van 24 augustus 2022 tot en met 31 december 2025;

i.Oldambt met postcodes 9679, 9681, 9682, 9942 tot en met 9944 kunnen een aanvraag doen va: 31 augustus 2022 tot en met 31 december 2025;

j.Westerkwartier met postcodes 9833, 9884, 9886, 9891 tot en met 9893 kunnen een aanvraag doen van 7 september 2022 tot en met 31 december 2025.

(…)

Zie artikel 2a, aanhef en tweede lid van de Regeling.

Te raadplegen onder vindplaats ECLI:NL:CBB:2024:190 en/of ECLI:NL:CBB:2024:191.

Artikel delen