ECLI:NL:RBOBR:2021:7221
-
Rechtbank Oost-Brabant 29 July 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2021:7221
text/xml
public
2026-07-29T14:49:36
2026-07-29
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Oost-Brabant
2021-06-17
zaaknummer: 9049205 Rolnummer: 21-1316
Uitspraak
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Eindhoven
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2021:7221
text/html
public
2026-07-29T14:41:24
2026-07-29
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBOBR:2021:7221 Rechtbank Oost-Brabant , 17-06-2021 / zaaknummer: 9049205 Rolnummer: 21-1316
-
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer : 9049205
Rolnummer : 21-1316
Uitspraak : 17 juni 2021
in de zaak van:
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
aanvankelijk verschenen bij ing. [A] , thans procederend in person,
t e g e n :
Tijdelijk Twee Woningen B.V.,
statutair gevestigd te Eindhoven, kantoorhoudende te Goirle,
gedaagde partij,
op tegenspraak.
De procedure
Nadat eisende partij gedaagde partij had gedagvaard, heeft [B] namens gedaagde partij wel om uitstel verzocht maar vervolgens geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid om verweer te voeren.
Het geschil en de beoordeling
Voor de vordering en de gronden daarvoor wordt verwezen naar de dagvaarding.
Gedaagde partij heeft de vordering niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen, behoudens het navolgende.
Aan eisende partij zal geen gemachtigdensalaris worden toegekend, aangezien eisende partij voor zichzelf een vordering indient. Om diezelfde reden worden de nakosten, voor zover deze betrekking hebben op het gemachtigdensalaris, afgewezen.
De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag nadat gedaagde partij schriftelijk tot betaling van deze kosten is aangemaand.
Gedaagde partij zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen het bedrag van € 1.450,--, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der voldoening;
veroordeelt gedaagde partij in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eisende partij tot op heden begroot op € 109,65 aan explootkosten en € 240,-- aan griffierecht, met de wettelijke rente hierover vanaf de vijftiende dag nadat gedaagde partij schrifteijk tot betaling van deze kosten is aangemaand;
verklaart dit vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad;
ontzegt het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Janssen, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 juni 2021.