Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBOBR:2025:8957

Stiefouderadoptie van een in Uganda geboren minderjarige. Ugandese geboorteakte leent zich niet voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand, omdat het op die geboorteakte vermelde vaderschap van de biologische vader niet kan worden erkend. Grondslag naar Ugandees recht om de biologische vader op de geboorteakte te registreren ontbrak. De rechtbank stelt de geboortegegevens vast e...

Rechtbank Oost-Brabant 28 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBOBR:2025:8957 text/xml public 2026-05-28T11:57:11 2026-05-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2025-09-30 C/01/389415 / FA RK 23-237 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Burgerlijk Wetboek Boek 1 25c Burgerlijk Wetboek Boek 1 25f Burgerlijk Wetboek Boek 1 5 Burgerlijk Wetboek Boek 1 4 Burgerlijk Wetboek Boek 1 229 Burgerlijk Wetboek Boek 10 100 Burgerlijk Wetboek Boek 10 101 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8957 text/html public 2026-05-27T09:12:30 2026-05-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2025:8957 Rechtbank Oost-Brabant , 30-09-2025 / C/01/389415 / FA RK 23-237
Stiefouderadoptie van een in Uganda geboren minderjarige. Ugandese geboorteakte leent zich niet voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand, omdat het op die geboorteakte vermelde vaderschap van de biologische vader niet kan worden erkend. Grondslag naar Ugandees recht om de biologische vader op de geboorteakte te registreren ontbrak. De rechtbank stelt de geboortegegevens vast en spreekt de adoptie uit.

Ugandese Children Act (sections 67 tot en met 75) en Births and Deaths Registration Act (sections 7 en 9)

beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer : C/01/389415 / FA RK 23-237

Uitspraak : 30 september 2025

Beschikking betreffende adoptie en voornaamswijziging in de zaak van

[verzoeker],

en

[verzoekster] ,

beiden wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: verzoekers, dan wel de man en de vrouw,

advocaat mr. H.L. Thiescheffer.

Belanghebbenden:

[naam belanghebbende],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

hierna te noemen: [belanghebbende] ,

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

zetelend te Den Haag,

hierna te noemen: de ambtenaar.

In het kader van zijn wettelijke taak is daarnaast in de procedure betrokken:

de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, locatie Arnhem,

hierna te noemen: de raad.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:

het verzoekschrift (met bijlagen) van verzoekers, ontvangen op 18 januari 2023;

het F9-formulier met bijlagen van mr. Thiescheffer van 3 maart 2023;

de brief met bijlage van mr. Thiescheffer van 27 december 2023;

de brief van de ambtenaar van 23 januari 2024;

de brief van mr. Thiescheffer van 13 maart 2024;

de brief van de ambtenaar van 7 mei 2024;

het F9-formulier van mr. Thiescheffer van 18 juli 2024;

de brief van de raad van 14 november 2024;

het raadsrapport van 22 januari 2025;

het F9-formulier met bijlagen van mr. Thiescheffer van 6 februari 2025;

het F9-formulier met bijlage van mr. Thiescheffer van 20 augustus 2025;

het e-mailbericht van de ambtenaar van 2 september 2025;

de brief van de ambtenaar van 2 september 2025.
1.2.
Op 23 oktober 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden ter bespreking van de inschrijfbaarheid van de geboorteakte en in het verlengde daarvan de inschrijfbaarheid van een eventueel door de rechtbank uit te spreken adoptie. De verzoeken van verzoekers zijn niet besproken. Verschenen zijn verzoekers met hun advocaat en de ambtenaren [naam 1] en [naam 2].
1.3.
Op 2 september 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarop de verzoeken van verzoekers zijn besproken. Verschenen zijn verzoekers met hun advocaat en [naam 3] namens de raad. [belanghebbende] is niet verschenen, hoewel daartoe correct opgeroepen. De ambtenaar is niet verschenen met bericht van afwezigheid.
1.4.
De rechtbank heeft de minderjarige [naam minderjarige] in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven. [naam minderjarige] heeft hierover op 7 mei 2025 een e-mail gestuurd en de rechter heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling op 2 september 2025 met [naam minderjarige] gesproken.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
Uit de vrouw is op [geboortedatum] geboren de minderjarige [naam minderjarige], te [geboorteplaats], Uganda.
2.2.
Van de geboorte van [naam minderjarige] is door de National Identification and Registration Authority te Uganda een akte opgemaakt (registratienummer [nummer]). Hierop staat de vrouw vermeld als moeder van [naam minderjarige] en [belanghebbende] als vader.
2.3.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] te [plaats] met elkaar gehuwd. Uit dit huwelijk zijn op [geboortedatum 1] [kind 1] en op [geboortedatum 1] [kind 2] geboren.
2.4.
Verzoekers leefden tot [maand] 2017 met [naam minderjarige] , [kind 1] en [kind 2] samen in Uganda. In [maand] 2017 is de man met [kind 1] en [kind 2] naar Nederland verhuisd. In [maand] hebben de vrouw en [naam minderjarige] zich bij hen gevoegd.
2.5.
Aan de vrouw is bij Koninklijk Besluit van [datum] het Nederlanderschap verleend. Als onderdeel van dat besluit is het Nederlanderschap medeverleend aan [naam minderjarige] .
<nr>3</nr>De verzoeken 3.1.
Verzoekers verzoeken, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

de adoptie van [naam minderjarige] door de man uit te spreken;

[naam minderjarige] de geslachtsnaam van de man te geven en zijn huidige geslachtsnaam [oude geslachtsnaam] om te zetten in een (tweede) voornaam, zodat [naam minderjarige] zal heten: [naam minderjarige] [gewijzigde voornaam en geslachtsnaam] .
<nr>4</nr>De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 4.1.
Deze zaak heeft internationale aspecten. De rechtbank moet daarom eerst beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is, en zo ja, welk recht van toepassing is op de verzoeken.
4.2.
De Nederlandse rechter is bevoegd om op de verzoeken te beslissen omdat verzoekers hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben (artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
4.3.
De rechtbank zal hierna per verzoek afzonderlijk beoordelen welk recht daarop van toepassing is.

Vaststellen geboortegegevens
4.4.
De rechtbank beoordeelt in deze zaak eerst of het nodig is om de geboortegegevens van [naam minderjarige] vast te stellen. Een eventuele adoptie-uitspraak moet namelijk als latere vermelding aan de geboorteakte van een kind worden toegevoegd. Dat kan pas als de geboorteakte in Nederland is ingeschreven. Als er geen voor inschrijving vatbare geboorteakte is, kan de rechtbank ambtshalve de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen (artikel 1:25c lid 1 jo. lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
4.5.
De hiervoor onder 2.2 genoemde Ugandese geboorteakte van [naam minderjarige] is niet in Nederland ingeschreven. De ambtenaar is (nog) niet overgegaan tot het inschrijven van deze akte, omdat onduidelijk is waarom [belanghebbende] als vader op de akte staat geregistreerd.
4.6.
Volgens de ambtenaar komt de geboorteakte pas voor inschrijving in aanmerking als verzoekers nader bewijs leveren van de wijze waarop het juridisch vaderschap van [belanghebbende] is ontstaan. Dit onderbouwt de ambtenaar als volgt. Een geboorteakte moet de volledige historie van een persoon weergeven. Het vermelden van [belanghebbende] op de inschrijvingsakte zonder dat daaruit blijkt hoe zijn juridisch vaderschap tot stand is gekomen, suggereert dat [naam minderjarige] staande huwelijk is geboren. Dat is in strijd met de werkelijkheid en daarmee in strijd met de Nederlandse openbare orde. Als bewijs van het juridisch vaderschap van [belanghebbende] kunnen verzoekers een ‘Acknowledgement of Paternity’, een ‘Declaration of Parentage’ of een verklaring van de Ugandese burgerlijke stand waaruit blijkt dat [belanghebbende] [naam minderjarige] bij de geboorteaangifte heeft erkend opvragen, aldus de ambtenaar.
4.7.
Verzoekers stellen dat de door de ambtenaar genoemde bewijsstukken niet kunnen opvragen, omdat deze stukken niet bestaan. De vrouw heeft alleen aangifte van de geboorte van [naam minderjarige] gedaan. [belanghebbende] was daarbij niet aanwezig. Zijn naam is op de geboorteakte terechtgekomen omdat de moeder die naam heeft doorgegeven toen de Ugandese autoriteiten haar vroegen naar de naam van de vader. [belanghebbende] heeft [naam minderjarige] nooit erkend en zijn vaderschap is ook niet door een rechter vastgesteld, aldus verzoekers.
4.8.
De rechtbank acht op basis van de stellingen van verzoekers voldoende aannemelijk dat bewijsstukken van het juridisch vaderschap van [belanghebbende] niet bestaan. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich mee dat het op de Ugandese geboorteakte vermelde vaderschap van [belanghebbende] niet kan worden erkend, en dat die akte zich daarom niet leent voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand. Dit legt de rechtbank als volgt uit.
4.9.
Uit de Ugandese Children Act (sections 67 tot en met 75) en Births and Deaths Registration Act (sections 7 en 9), zoals die golden op het tijdstip van de geboorte van [naam minderjarige] , leidt de rechtbank af dat het juridisch vaderschap naar Ugandees recht kan ontstaan door een huwelijk, door een rechterlijke beslissing (‘declaration of parentage’) of door een schriftelijke erkenningshandeling bij de geboorteaangifte. Vast staat dat geen sprake was van een huwelijk tussen de vrouw en [belanghebbende] en dat zijn vaderschap niet door een rechter is vastgesteld. De rechtbank gaat daarnaast uit van de verklaring van verzoekers dat [belanghebbende] niet aanwezig was bij de geboorteaangifte en nooit een erkenningshandeling heeft verricht. Dat betekent dat een grondslag om [belanghebbende] als vader op de geboorteakte van [naam minderjarige] te registeren, ontbrak. De geboorteakte geeft dus niet de werkelijke juridische situatie weer, en dat is in strijd met de Nederlandse openbare orde. Op grond van artikel 10:101 in verbinding met artikel 10:100 BW wordt de geboorteakte daarom niet in Nederland erkend.
4.10.
Nu er geen voor inschrijving vatbare geboorteakte van [naam minderjarige] is, zal de rechtbank overgaan tot het vaststellen van de geboortegegevens.
4.11.
De ambtenaar is van oordeel dat de geboortegegevens als volgt moeten worden vastgesteld:

KIND

Geslachtsnaam : [oude geslachtsnaam]

Voornamen : [naam minderjarige]

Dag van geboorte : [geboortedatum 1]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats] , Uganda

Geslacht : mannelijk

MOEDER

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam moeder]

Voornamen : [voornaam moeder]

Dag van geboorte : [geboortedatum moeder]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats] , Uganda
4.12.
Verzoekers hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij zich aansluiten bij het standpunt van de ambtenaar ten aanzien van de vast te stellen geboortegegevens.
4.13.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande de voor het opmaken van de geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, zoals hierna onder de beslissing is vermeld. De ambtenaar dient hiervan een akte van inschrijving op te maken, die geldt als een geboorteakte (artikel 1:25f lid 2 BW).

Adoptie
4.14.
Nu het juridisch vaderschap van [belanghebbende] ten onrechte op de Ugandese geboorteakte van [naam minderjarige] is geregistreerd en dit juridisch vaderschap niet in Nederland wordt erkend, gaat de rechtbank er bij de beoordeling van het adoptieverzoek van uit dat [naam minderjarige] alleen in familierechtelijke betrekking tot de vrouw staat. De familierechtelijke betrekking tussen [naam minderjarige] en de vrouw zal na een eventuele adoptie blijven bestaan, omdat sprake is van een zogenaamde stiefouderadoptie (artikel 1:229 lid 3 BW).

Toepasselijk recht
4.15.
Op een in Nederland uit te spreken adoptie is het Nederlandse recht van toepassing, behoudens op de toestemming dan wel raadpleging of voorlichting van de ouder(s) van het kind (artikel 10:105 lid 1 BW). Op die toestemming dan wel raadpleging of voorlichting is het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit heeft van toepassing (artikel 10:105 lid 2 BW).
4.16.
[naam minderjarige] heeft de Nederlandse nationaliteit. Dat betekent dat het Nederlandse recht van toepassing is en dat het adoptieverzoek moet worden getoetst aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW.

Inhoudelijke beoordeling
4.17.
Een verzoek tot stiefouderadoptie kan slechts worden gedaan als de man ten minste drie aaneengesloten jaren voorafgaand aan de indiening van het verzoek met de vrouw heeft samengeleefd (artikel 1:227 lid 2 BW). Aan deze minimale samenlevingstermijn is voldaan. Verzoekers zijn daarom ontvankelijk in hun verzoek.
4.18.
Een adoptieverzoek kan alleen worden toegewezen als de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en als daarnaast aan de volgende voorwaarden is voldaan (artikel 1:227 lid 2 en 1:228 BW):

dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is;

dat het kind geen kleinkind van de adoptant is;

dat de adoptant ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;

at geen van de ouders het verzoek tegenspreekt;

(niet van toepassing);

dat de adoptant – in geval van stiefouderadoptie gezamenlijk met de ouder – het kind gedurende ten minste een jaar heeft verzorgd en opgevoed;

dat de ouder – in geval van stiefouderadoptie – alleen of samen met de stiefouder het gezag heeft.
4.19.
De rechtbank is van oordeel dat de adoptie in het kennelijk belang van [naam minderjarige] is. [naam minderjarige] wordt vanaf zijn tweede mede opgevoed door de man. De man voelt als een vader voor [naam minderjarige] . [naam minderjarige] is op de hoogte van zijn ontstaansgeschiedenis, hij kan desgewenst via social media contact opnamen met zijn biologische vader [belanghebbende] en verzoekers staan dit contact niet in de weg. [belanghebbende] is niet de juridische vader van [naam minderjarige] en er is geen sprake van ‘family life’ tussen hen. Aan de voorwaarde dat [naam minderjarige] niets meer van [belanghebbende] in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft is daarmee ook voldaan.
4.20.
De rechtbank stelt verder vast dat aan de voorwaarden van artikel 1:228 BW is voldaan. De rechtbank zal het verzoek tot adoptie van [naam minderjarige] door de man dan ook toewijzen.
4.21.
De adoptie heeft haar gevolgen vanaf de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 1:230 lid 1 BW). Dat betekent dat het niet mogelijk is de

adoptie-uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Gezagsregister
4.22.
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2 lid 1 aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Geslachtsnaam
4.23.
Als een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de echtgenoot van een ouder behoudt hij zijn oorspronkelijke geslachtsnaam, tenzij voor een andere geslachtsnaam wordt gekozen. Die keuze mag [naam minderjarige] in dit geval zelf maken, omdat hij zestien jaar of ouder is (artikel 1:5 lid 7 in verbinding met lid 3 BW).
4.24.
[naam minderjarige] heeft verklaard dat hij kiest voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam] , de geslachtsnaam van de man. De rechtbank zal deze verklaring opnemen in het dictum van deze beschikking.
4.25.
[naam minderjarige] wenst daarnaast dat zij huidige geslachtsnaam [oude geslachtsnaam] als tweede voornaam wordt toegevoegd. Verzoekers hebben daartoe ook een verzoek gedaan. De rechtbank zal dit verzoek hierna beoordelen.

Voornaamswijziging

Toepasselijk recht
4.26.
De geslachtsnaam en de voornamen van een persoon met de Nederlandse nationaliteit worden, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht (artikel 10:20 BW). [naam minderjarige] heeft de Nederlandse nationaliteit, zodat het Nederlands recht van toepassing is op het verzoek tot voornaamswijziging.

Inhoudelijke beoordeling
4.27.
Wijziging van de voornamen kan op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger worden gelast door de rechtbank (artikel 1:4 lid 4 BW)
4.28.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen. Uit de overgelegde stukken en wat [naam minderjarige] heeft verteld blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang bij de verzochte voornaamswijziging. [naam minderjarige] wenst zijn huidige achternaam als tweede voornaam te behouden, omdat die naam eigenlijk zijn Oegandese tweede voornaam is die hij van zijn moeder heeft gekregen en ‘zegen’ betekent. De gevraagde voornaam is geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW.
4.29.
De rechtbank merkt op dat een voornaamswijziging tot stand komt doordat van de beschikking waarbij de voornaamswijziging is gelast een latere vermelding aan de geboorteakte wordt toegevoegd. Omdat er van [naam minderjarige] geen geboorteakte is ingeschreven en zijn geboortegegevens door de rechtbank worden vastgesteld, zal de voornaamswijziging worden gerealiseerd door een latere vermelding op de vervangende akte van geboorte.
<nr>5</nr>De beslissing
De rechtbank:
5.1.
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:

KIND

Geslachtsnaam : [oude geslachtsnaam]

Voornamen : [naam minderjarige]

Dag van geboorte : [geboortedatum 1]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats] , Uganda

Geslacht : mannelijk

MOEDER

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam moeder]

Voornamen : [voornaam moeder]

Dag van geboorte : [geboortedatum moeder]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats] , Uganda
5.2.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag over te gaan tot inschrijving van de hierboven vastgestelde geboortegegevens van de minderjarige in de daarvoor bestemde registers;
5.3.
spreekt de adoptie uit van [naam minderjarige] [oude geslachtsnaam] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] , Uganda, door [verzoeker] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ;
5.4.
stelt vast dat [naam minderjarige] heeft verklaard dat hij na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal hebben;
5.5.
gelast de wijziging van de voornaam van ‘ [naam minderjarige] ’ in ‘ [naam minderjarige] [oude geslachtsnaam] ’;
5.6.
draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;
5.7.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de adoptie van [naam minderjarige] door de man en van de wijziging van de voornaam van [naam minderjarige] aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;
5.8.
verzoekt de griffier om, wanneer deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, daarvan aantekening te doen in het gezagsregister.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kooijman, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Schoot als griffier op 30 september 2025.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

Conc: MvdS

Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenboscha. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraakb. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Artikel delen