Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBOVE:2026:2688

Wet WOZ. Beroep ongegrond. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Rechtbank Overijssel 28 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:2688 text/xml public 2026-05-28T18:00:35 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-21 ak_25_1781 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2688 text/html public 2026-05-22T15:36:21 2026-05-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2688 Rechtbank Overijssel , 21-05-2026 / ak_25_1781
Wet WOZ. Beroep ongegrond. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/1781
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
<?linebreak?>My Brand B.V., gevestigd te Ommen, belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van het GBLT, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 5 juni 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaken [adres 1] en [adres 2] (de onroerende zaken) op 1 januari 2024 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 1.830.000,- respectievelijk € 1.000.000,- (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Zwolle voor het jaar 2025 opgelegd (de aanslag).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2026 ter zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen [naam] namens de heffingsambtenaar. Belanghebbende is zonder afmelding niet verschenen.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van belanghebbende aan de hand van de beroepsgronden.

3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar

4. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar buiten de gestelde bezwaartermijn van zes weken is ingediend en overigens in naam van belanghebbende niet rechtsgeldig ondertekend, omdat een machtiging ontbreekt.

5. De heffingsambtenaar bericht bij de uitspraak op bezwaar dat belanghebbende op 6 mei 2025 is verzocht te laten weten wat maakt dat hij verschoonbaar te laat zijn bezwaarschrift heeft ingediend. Voorts is verzocht een (nieuwe) machtiging over te leggen.

6. Belanghebbende heeft hierop bij brief van 19 juni 2025 gereageerd. De heffingsambtenaar heeft deze reactie aangemerkt als een beroep tegen de uitspraak op bezwaar en genoemde brief in het kader van de doorzendplicht aan de rechtbank gestuurd.

7. In genoemde reactie van 19 juni 2025 stelt belanghebbende dat hij het bericht van de heffingsambtenaar van 6 mei 2025 niet heeft ontvangen. Belanghebbende erkent dat zijn bezwaarschrift niet rechtsgeldig is ondertekend. Tevens heeft hij een kopie van zijn bezwaarschrift overgelegd, ditmaal (wel) rechtsgeldig ondertekend.

8. De rechtbank overweegt als volgt. Uit artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat voor het indienen van een bezwaarschrift een termijn van zes weken geldt. De termijn voor het instellen van bezwaar vangt aan met ingang van de dag na die van dagtekening van een aanslagbiljet of van het afschrift van een voor bezwaar vatbare beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking.

Een bezwaarschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.

9. Niet is gebleken dat de datum van de bekendmaking van de aanslag is gelegen na de datum van dagtekening van de aanslag. Gelet op de dagtekening van de aanslag op

26 februari 2025 is de bezwaartermijn geëindigd op 9 april 2025.

10. Het bezwaarschrift is gedateerd op 10 april 2025 en op 14 april 2025 door de heffingsambtenaar ontvangen. Het bezwaarschrift is daarmee niet tijdig ingediend.

11. Belanghebbende heeft in zijn brief van 19 juni 2025 enkel gesteld dat hij het bericht van de heffingsambtenaar van 6 mei 2025 niet heeft ontvangen. Hij heeft geen, laat staan verschoonbare, reden gegeven voor de te late indiening van het bezwaarschrift, daargelaten dat belanghebbende heeft erkend dat het bezwaarschrift aanvankelijk niet correct is ondertekend. De rechtbank is daarom van oordeel dat de heffingsambtenaar het bezwaar vanwege genoemde termijnoverschrijding terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is ongegrond.
Conclusie en gevolgen
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de uitspraak op bezwaar in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van

mr. R.M. Timmerman, griffier.

griffier

rechter

Uitgesproken op

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel delen