Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBOVE:2026:3655

Medeplegen van mensensmokkel, voorwaardelijke taakstraf 150 uren, proeftijd 2 jaar - Verdachte heeft zijn neef en de familieleden van zijn medeverdachte tijdens de reis van Jemen naar Nederland (telefonisch) begeleid. Het is evident dat de op zichzelf strafbare hulp aan één of enkele familieleden minder zwaar gestraft wordt, maar de aard en ernst van het door verdachte geschonden rechtsbelang m...

Rechtbank Overijssel 30 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:3655 text/xml public 2026-06-30T14:53:50 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-01-27 71.130280.23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zwolle Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:3655 text/html public 2026-06-30T14:53:28 2026-06-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:3655 Rechtbank Overijssel , 27-01-2026 / 71.130280.23
Medeplegen van mensensmokkel, voorwaardelijke taakstraf 150 uren, proeftijd 2 jaar - Verdachte heeft zijn neef en de familieleden van zijn medeverdachte tijdens de reis van Jemen naar Nederland (telefonisch) begeleid. Het is evident dat de op zichzelf strafbare hulp aan één of enkele familieleden minder zwaar gestraft wordt, maar de aard en ernst van het door verdachte geschonden rechtsbelang maken echter dat niet kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 71.130280.23 (P)

Datum vonnis: 27 januari 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats 1] ,

wonende aan de [adres] .
<nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte (hierna ook te noemen: [verdachte] ) en zijn raadsman mr. M.L. van Gessel, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.
<nr>2</nr>De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan de mensensmokkel van vier personen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 november 2021 tot

en met 12 september 2023 te De Lutte en/of Winschoten, althans (elders) in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer perso(o)n(en), genaamd:

- [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 3] , en/of

- [naam 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2005 te [geboorteplaats 4] , en/of

- [naam 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2007 te

[geboorteplaats 5] , en/of

- [naam 4] , geboren [geboortedatum 5] 2005 te [geboorteplaats 6] ,

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis

door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland,

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New-

York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over

de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York

totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

en/of die bovengenoemde perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of

inlichtingen heeft verschaft,

door (telkens) voornoemde perso(o)n(en), al dan niet via een tussenpersoon,

- tijdens de reis te begeleiden, en/of

- voornoemde (gesmokkelde) perso(o)n(en) te (laten) vervoeren en/of te (laten)

begeleiden en/of

- het vervoer/transport van die perso(o)n(en) (telkens) te regelen en/of te

organiseren, en/of

- de betaling(en)/financiën met betrekking tot die (smokkel)reis/zen te doen en/of

te regelen en/of te incasseren,

en/althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of

het vervoer en/of het verblijf van die voornoemde personen,

terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (telkens) wist(en) of ernstige

redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of doorrei(s)z(en) en/of dat

verblijf/die verblijven (telkens) wederrechtelijk was/waren.
<nr>3</nr>De bewijsmotivering 3.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard.
3.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet ter discussie staat dat [verdachte] zijn neefje bij diens reis van Jemen naar Nederland heeft geholpen, maar dat [verdachte] vrijgesproken dient te worden omdat hij niet wist en ook geen ernstige reden had om te vermoeden dat sprake was van een wederrechtelijke toegang en doorreis.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen.

Indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de periode ingekort dient te worden tot 8 maart 2022. Als de rechtbank de periode niet inkort en van oordeel is dat sprake is van de smokkel van meer dan vier personen verzoekt de raadsman de rechtbank de dagvaarding partieel nietig te verklaren, omdat het de verdediging dan niet duidelijk is hoe de tenlastelegging moet worden begrepen en hoe zij zich hier tegen moet verdedigen.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1
De juridische kaders

Artikel 197a lid 1 Wetboek van Strafrecht ( mensensmokkel )

Voor een bewezenverklaring van artikel 197a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is vereist dat de verdachte een ander behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie (EU), of dat de verdachte daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden, dat die toegang of doorreis wederrechtelijk is.

Naar vaste rechtspraak moet het bestanddeel ‘behulpzaam zijn bij’ uitgelegd worden overeenkomstig artikel 48 Sr, waarin medeplichtigheid in algemene zin strafbaar is gesteld. Het gaat erom of de betrokkene de toegang of de doorreis in enigerlei opzicht bevordert of gemakkelijk maakt.

Wederrechtelijkheid

Het begrip ‘wederrechtelijk’ in de delictsomschrijving van artikel 197a lid 1 Sr moet worden uitgelegd als ‘zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid’. De hulp moet dus verleend zijn ten opzichte van iemand die tot de toegang in Nederland of het Schengen-rechtsgebied aan geen rechtsregel – van nationale of internationale herkomst – enig titel kan ontlenen.

Medeplegen

De medepleger wordt ingevolge artikel 47 Sr als dader bestraft. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat voor een bewezenverklaring van medeplegen vereist is dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen twee of meer personen aan een delict, waarbij de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Deze samenwerking kan in sommige gevallen afgeleid worden uit een gezamenlijk plan of gezamenlijk optreden. Het begrip samenwerking heeft ook een intentionele betekenis; uit de uiterlijke verschijningsvorm van gedragingen kan in bepaalde gevallen het doelgerichte karakter worden afgeleid en daarmee ook de gezamenlijke intenties van de betrokken verdachten om het doel te verwezenlijken.
3.3.2
Redengevende feiten en omstandigheden

Op 8 maart 2022 werd [naam 5] (hierna: [naam 5] ) op heterdaad aangehouden ter zake mensensmokkel. Door [naam 5] werd op dat moment de minderjarige [naam 4] , geboren op [geboortedatum 6] 2005 te [geboorteplaats 2] , vanuit Duitsland over de grens van Nederland gebracht. Hij was niet in het bezit van geldige reis- of verblijfspapieren. [naam 4] staat bij de IND bekend als [naam 4] (hierna: [naam 4] ).

In onderzoek 27Benholme is vast komen te staan dat [naam 5] op 4 maart 2022 ook de volgende drie minderjarige Jemenieten vanuit Duitsland naar Nederland heeft gebracht:

[naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 3] ;

[naam 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2005 te [geboorteplaats 4] ;

[naam 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2007 te

[geboorteplaats 5] .

Ook zij waren niet in het bezit van geldige reis- of verblijfspapieren. [naam 5] had contact met [naam 6] en [verdachte] . Medeverdachte [naam 6] (hierna: [naam 6] ) is familie van de drie personen met de achternaam [namen 1, 2 en 3] en [verdachte] is familie van [naam 4] .

Deelroutes

Uit de verhoren van de gesmokkelden volgt dat zij de zogenoemde ‘Belarus-route’ (Jemen/Egypte/ (Rusland)/Wit-Rusland/Polen/Duitsland/Nederland) hebben afgelegd.

Uit de onderzoeksbevindingen met betrekking tot de deelroute Egypte/Rusland/Wit Rusland (Belarus) volgt dat [verdachte] de gesmokkelde [naam 4] (ook wel [naam 4] genoemd, de neef van [verdachte] ) en de vader van [naam 4] voorzag van informatie en contactpersonen om van Jemen naar Wit-Rusland te kunnen reizen. [naam 4] moest van zijn vader de instructies van [verdachte] opvolgen en zijn vader bekostigde de reis.

Uit de onderzoeksbevindingen met betrekking tot de deelroute Wit-Rusland/Polen volgt dat [verdachte] en [naam 6] , los van de groepschat waarin instructies werden gegeven, ook individueel contact hadden met migranten, waaronder de personen genoemd op hun tenlastelegging. Zo vroeg [naam 6] de persoonsgegevens van de gesmokkelden [namen 1, 2 en 3] . Verder stond [verdachte] in contact met ‘ [alias 1] ’, welke zich in de omgeving Wit-Rusland/Polen bevond en in zijn contact met [naam 4] en diens vader zei hij te zorgen voor iemand voor het vervoer.

Uit de onderzoeksbevindingen met betrekking tot de deelroute Polen/Duitsland volgt dat de vier gesmokkelden via WhatsApp met elkaar in contact stonden. De drie [namen 1, 2 en 3] ’s zijn omstreeks 21 februari 2022 de grens gepasseerd van Polen naar Duitsland en zijn vervolgens opgevangen door de autoriteiten, waarna er verhoren hebben plaatsgevonden. [naam 6] instrueerde [naam 7] (zijn broer) om vanuit Duitsland naar Nederland te gaan. De andere [namen 1, 2 en 3] ’s hebben vervolgens ook aangegeven naar Nederland te willen en hebben afgezien van het aanvragen van asiel in Duitsland. [naam 4] moest van [verdachte] aan de chauffeur [naam 5] , die hem naar Nederland zou brengen, vertellen dat hij niet illegaal is in Duitsland.

Uit de onderzoeksbevindingen met betrekking tot de deelroute Duitsland/Nederland volgt dat [naam 6] op 3 maart 2023 aangaf dat zijn telefoonnummer naar [naam 5] gestuurd mocht worden, waarna zijn broer het nummer van [naam 6] met [naam 5] deelde. In een WhatsApp gesprek tussen [naam 6] en [naam 4] stuurde [naam 6] aan op het betalen van geld aan ‘ [naam 1] ’, die hen goed geholpen zou hebben tijdens hun reis. [verdachte] is zowel een contact van [naam 4] als van [naam 5] .

Chats

In chats tussen ‘ [alias 3] ’ ( [verdachte] ), [naam 4] en ‘ [alias 4] ’ (de vader van [naam 4] ) deelde [naam 4] zijn belevenissen van de reis van Jemen naar Nederland. ‘ [alias 4] ’ stuurde aan [naam 4] dat hij contact op moest nemen met [alias 3] ( [verdachte] ), om het vertrek af te stemmen. [verdachte] gaf onder andere advies over de (Wit)Rusland-route en hoe dat in zijn werk gaat qua visa en studie-uitnodiging en over de kosten en waar er (via Hawala) betaald moest worden. Op 6 februari 2022 stuurde [naam 4] dat hij in Cairo, Egypte, was aangekomen, waarna ‘ [alias 4] ’ hem instrueerde dat hij met spoed het visum moest regelen om samen met [namen 1, 2 en 3] te kunnen reizen. ‘ [alias 4] ’ adviseerde [naam 4] vervolgens om [verdachte] te bellen, zodat hij contact op kon nemen met de neef van [namen 1, 2 en 3] om een en ander te kunnen coördineren.

In een chatgesprek tussen [verdachte] en [naam 4] zei [verdachte] dat de betaling met de oorspronkelijke smokkelaar geregeld werd en het geld naar Egypte zou gaan. Ook gaf hij advies over de plek waar [naam 4] de grens over moest gaan. [verdachte] gaf aan dat als het niet zou lukken om de grens over te gaan, hij iemand zou sturen die met ze terug zou gaan naar de woning en dat ze het vanaf daar nog een keer konden proberen. [verdachte] stuurde in audio-berichten aan [naam 4] onder andere ‘Ik zweer bij God als het donker wordt en je nog niet over bent dan ga je terug samen met de jongens bij jou’ en ‘Als je niet het vol kunt houden dan laat ik je terugbrengen. Geen probleem. Ik laat de smokkelaar komen en jou terugbrengen.’ [verdachte] stuurde verder een bericht dat ze dezelfde plek konden proberen als waar Arafat was overgegaan. Vervolgens deelde hij op 18 februari 2022 de contactgegevens van [naam 8] – over wie [verdachte] heeft verklaard dat het een mensensmokkelaar was – en vroeg aan [naam 4] ‘Stuur aub de locatie en jouw live locatie. Stuur jullie gewone locatie en jullie live locatie’. [naam 4] reageerde dat ze bij het hek hadden geslapen en dat ze zouden gaan kijken of de smokkelaar er aankwam, waarop [verdachte] reageerde dat hij ‘hem’ gesproken had en gevraagd had om water en eten voor ze te regelen. [naam 4] vroeg vervolgens aan [verdachte] of ze door een opening in het ijzeren hek moesten lopen, waarna [verdachte] vroeg om een foto en de locatie van het hek, waarop hij aangaf dat ze konden lopen. [naam 4] stuurde dat ze de grens waren gepasseerd en vroeg [verdachte] om [naam 8] te bellen, omdat ze dood gingen van de kou en honger. [verdachte] reageerde dat smokkelen zo is en dat het geen tijd was voor dat soort gepraat.

In de WhatsApp-groep ‘de hoofdgroep’, aangemaakt door ‘ [alias 3] ’ ( [verdachte] ), zaten onder andere [naam 4] , ‘ [alias 5] ’ ( [naam 6] )en ‘ [alias 6] ’ (oftewel de eerder genoemde [naam 8] ). In deze groep worden onder andere berichten gestuurd over wandelroutes bij de Wit-Russische en Poolse grens. Op 21 februari 2022 stuurde [alias 6] dat ze naar het prikkeldraad moesten gaan en [naam 6] moedigde hen aan. [verdachte] stuurde een afbeelding met ‘Jullie zijn het rode stip. We willen dat jullie naar het witte stip gaan en daar uitrusten’ en [naam 6] bevestigde dat ze naar dat punt moesten gaan. [verdachte] stuurde dat het verboden is om live-locaties te sturen en dat ze een bericht moesten sturen als ze aangekomen waren. [naam 6] stuurde een audio-bericht dat [naam 9] zijn telefoon uit moest doen, omdat de telefoon dan nog zou zijn opgeladen als ze de grens overgaan. [alias 6] vroeg waar ze waren, waarop [verdachte] de volgende ochtend reageerde ‘ze gaan zo lopen’. Een paar uur later vroeg [alias 6] wederom waar ze waren en stuurde zijn locatie.

Er is ook een WhatsApp-groep genaamd [groepsapp 2] ( [groepsapp 2] ). Aan deze groep namen onder andere [verdachte] , [naam 6] en [alias 6] deel in de periode 15 februari 2022 tot en met 28 februari 2022. Nadat de groep bij de grens van Polen teruggestuurd waren naar Belarus, stuurde [verdachte] een bericht dat ze aan [alias 6] moesten vragen om hen naar de dichtstbijzijnde stad te brengen en dat zij hun locatie naar [alias 6] moesten sturen. [naam 6] adviseerde over het gebruik van internet en geld en zei dat hij wat eten zou proberen te regelen voor de groep.

In een chat tussen [naam 4] en [naam 6] berichtte [naam 6] op 5 maart 2022 ‘God zij dank, zijn aangekomen. Kijk maar hoeveel moeten jullie nog aan [naam 1] betalen voor het internet, hij heeft jullie goed geholpen, jullie moeten hem betalen…’ en ‘Ik heb [naam 10] en [naam 3] gebeld en verteld dat ieder van hun nog honderdvijftig moet betalen’. [naam 6] bood vervolgens aan dat hij kon betalen voor degenen die niet konden betalen omdat ze tenslotte familie en broers zijn.

Verhoren

Op 12 september 2023 heeft [naam 6] verklaard dat [namen 1, 2 en 3] zijn stamnaam is. Hij heeft zijn broer geholpen toen die in Belarus zat, nadat de smokkelaar de groep met jongens waarin zijn broer zat zonder eten in het koude bos had gegooid. De groep bestond uit twaalf personen en in deze groep zaten ook twee andere familieleden. Hij heeft veel met hen gebeld en heeft hen geholpen toen ze in Belarus waren. Hij gaf hen het advies dat ze zijn telefoonnummer uit hun hoofd moesten leren zodat ze hem altijd konden bereiken. [naam 6] heeft verklaard dat de smokkelaar hem belde, dat hij € 2,500,- wilde en dat hij zijn familie wat zou aandoen als hij niet betaalde; als hij wel betaalde zou hij zijn familie naar Duitsland brengen. Ze zijn vervolgens met de auto naar Duitsland gebracht en [naam 6] zei tegen zijn familie dat ze zich in Duitsland bij de politie moesten melden. [naam 6] heeft verklaard dat hij weet dat de manier van reizen illegaal is, maar dat er geen andere manier is.

Op 13 september 2023 heeft [naam 6] verklaard dat hij ook wel ‘ [alias 5] ’ wordt genoemd en dat + [telefoonnummer 1] zijn telefoonnummer was. Verder heeft hij verklaard dat zijn broer en neven de Belarus-route hebben afgelegd en dat [naam 4] samen met zijn broer in Belarus zat. [naam 4] werd van zijn broer en neven gescheiden toen ze door het leger werden aangevallen. Zijn broer [naam 1] heeft samen met zijn neven [naam 3] en [naam 2] gereisd. [naam 6] heeft ook verklaard dat [verdachte] een vriend van hem is, dat [naam 4] [naam 1] (de rechtbank begrijpt [naam 4]) een neef is van [verdachte] en dat hij met [verdachte] heeft gebeld over de reis van zijn broer en [naam 4] . Toen zijn broer hem belde, hebben [naam 6] en [verdachte] een groep benaderd voor hulp tegen betaling. [naam 6] en [verdachte] wilden dat de jongens werden geholpen en veilig waren. De WhatsApp-groep ‘ [alias 1] ’ bestond, omdat de eerste smokkelaar – die de jongens via het bos naar Polen zou brengen – hen in de steek had gelaten. Toen ze later weer bij elkaar kwamen, probeerde [naam 6] iemand te regelen die hen alsnog naar Polen zou brengen. Hij heeft de smokkelaars gesmeekt om zijn broer en de andere jongens te helpen en ze niet in de steek te laten. [naam 6] heeft ook verklaard dat zijn broer en neven geen ID-kaart hadden, reden waarom hij adviseerde om te zeggen dat ze die niet hadden. Zijn ouders wilden dat zijn broer vanuit Duitsland doorreisde naar Nederland, waarna [naam 6] zou hebben gezegd dat zijn broer door moest reizen. Voordat ze vertrokken heeft [naam 6] contact met de chauffeur opgenomen, waarna de chauffeur zei dat hij de jongens gratis naar Nederland zou brengen. [naam 6] wist dat [naam 2] en [naam 3] illegaal Nederland zijn binnengekomen. Verder heeft [naam 6] verklaard dat hij misschien één of twee keer contact heeft gehad met de smokkelaar die hen naar Nederland bracht. Hij heeft de smokkelaar – en de jongens – verteld dat hij de jongens niet mee mocht nemen zonder een aanzeggingsbrief en dat hij de jongens af moest zetten bij een politiebureau. [naam 6] heeft gezegd dat hij hen zou helpen iets te regelen zodra zij een aanzeggingsbrief kregen, maar zijn broer heeft zelf contact gezocht met de smokkelaar. [naam 6] heeft verklaard dat hij zijn broer en neven heeft geholpen, maar dat hij niet wist dat het strafbaar was. Zijn hulp bestond uit het geven van advies.

[verdachte] heeft op 12 september 2023 verklaard dat [naam 4] (de rechtbank begrijpt [naam 4] ) zijn neef is, dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] van hem was en dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 3] mogelijk van hem was. Verder heeft hij verklaard dat [naam 4] samen met een groep jongens in de bossen bijna dood ging door onder andere honger. Ook verklaarde [verdachte] dat [naam 4] daar twintig dagen zat, dat hij zijn best heeft gedaan om hem te helpen, dat ze in Wit-Rusland/Polen zaten en later in Duitsland aankwamen, dat [naam 4] werd begeleid door een contactpersoon [naam 5] en dat hij en de vader van [naam 4] ook wel contact hadden met deze [naam 5] . Hij heeft [naam 4] op dringend verzoek van diens vader geholpen, omdat [naam 4] met de andere jongens vastzat in de bossen onder gevaarlijke omstandigheden. Hij stuurde de locatie van [naam 4] – van een opvangcentrum in Duitsland – naar [naam 5] , zodat hij [naam 4] daar op kon halen. [naam 4] was onderweg naar [verdachte] toen [naam 4] werd aangehouden. Het was voor [verdachte] niet duidelijk of [naam 4] alleen of met de andere jongens mee zou reizen naar Nederland. Een van de jongens was de broer van [naam 6] . [verdachte] heeft verklaard dat hij en [naam 6] het er vaak over hadden, dat de jongens uiteindelijk in Duitsland zijn beland en dat zij samen meerdere pogingen hebben gedaan om hen te laten redden door contact te zoeken met verschillende ambassades, waarna hij contact heeft gezocht met ‘de organisatie’, zoals het Rode Kruis. [verdachte] heeft verklaard dat hij niet naar Wit-Rusland kon gaan, maar dat hij wel probeerde vanuit Nederland te helpen. Door de ouders van [naam 4] werd vaak gevraagd of [naam 4] naar Nederland of ergens anders in Europa moest reizen. Pas toen [naam 4] in de bossen zat werd hij gevraagd [naam 4] te helpen naar Nederland te komen. Toen [naam 4] in Egypte was werd er ook al aan hem gevraagd hoe [naam 4] verder moest reizen. Naast [naam 4] heeft [verdachte] de anderen ook geholpen met het contact door te bellen met “de organisatie”. Voor [naam 4] heeft hij meer gedaan, maar voor de anderen heeft hij ook gegevens gestuurd en wat instructies gegeven wat ze moesten doen. Omdat ze samen waren hielp hij dan ook hen indirect.

Op 13 september 2023 heeft [verdachte] verklaard dat de jongens een studievisum voor Rusland probeerden te verkrijgen en dat hij hiervoor informeerde bij [naam 6] . Ook adviseerde hij [naam 4] diens paspoort aan te laten passen omdat hij vermoedde dat het niet goedgekeurd zou worden voor het visum. Hij keek welke dingen [naam 4] nodig had en soms was er ook direct contact tussen de vader van [naam 4] en [naam 6] , want de neef van [naam 6] regelde dingen. [naam 4] stelde [verdachte] vaak vragen over hoe hij gesmokkeld zou kunnen worden en [verdachte] wist dat ze van plan waren om te gaan reizen. [naam 6] hield contact met de mensensmokkelaars, zijn broer en de jongens. Ook de vader van [naam 4] had contact met de mensensmokkelaars. Die mensensmokkelaars namen contact met hen op via een telefoonnummer dat door [verdachte] en [naam 6] werd gebruikt. De rol van [verdachte] was dat wanneer [naam 4] of de andere jongens in de problemen kwamen, hij de vader van [naam 4] waarschuwde. Toen zij in de steek werden gelaten probeerde hij met andere partijen iets te regelen om hen te redden. De mensensmokkelaar nam contact op met [naam 6] en via [naam 6] kregen de jongens instructies. [naam 8] is een mensensmokkelaar die in Rusland verblijft. [verdachte] heeft de contactgegevens van [naam 8] van derden gekregen en heeft deze gestuurd naar [naam 4] , zodat zij hun locatie konden doorgeven.

Op 14 september 2023 heeft [verdachte] verklaard dat [naam 8] in contact stond met de vader van [naam 4] en [naam 6] en vroeg of de jongens zich in twee groepen konden splitsen zodat hij hen kon helpen. [verdachte] en [naam 6] hebben ‘de hoofdgroep’ aangemaakt op verzoek van [naam 8] en hij zou hen verder helpen met de reis als ze de grens gepasseerd waren. [naam 8] stuurde instructies naar hen en vroeg deze instructies door te sturen naar de jongens. Alle instructies die [verdachte] en [naam 6] doorgaven waren van [naam 8] . Zij moesten [naam 8] op de hoogte houden en vroegen om informatie van de groep om aan hem door te geven. [naam 8] belde hen. De vader van [naam 4] maakte geld over naar de mensensmokkelaars in Turkije. [naam 8] belde ook naar de jongens, maar wilde zeker weten dat zij naar de instructies zouden luisteren, zodat hij [verdachte] en [naam 6] vroeg om deze voor de jongens te herhalen. [verdachte] vroeg om locaties omdat zij op verzoek van [naam 8] moesten weten waar de jongens waren. Wanneer de jongens vervoerd zouden worden of [naam 8] iets moest regelen, nam hij contact op.

Op 21 september 2023 heeft [verdachte] over de chatgroep ‘de hoofdpunten met [alias 1] ’ verklaard dat [alias 1] ook een mensensmokkelaar is. [naam 8] deed valse beloften, waarna de vader van [naam 4] en [naam 6] een andere smokkelaar, genaamd [alias 1] , hebben gevonden. [alias 1] heeft toen gevraagd om een appgroep te maken met de jongens. [alias 1] stuurde een locatie naar het Turkse telefoonnummer en de persoon – die op dat moment die telefoon vast had – stuurde het door in de groepsapp ‘de hoofdpunten met [alias 1] ’. Dit waren locaties waar de jongens naartoe moesten. Verder heeft [verdachte] over de groepsapp ‘ [groepsapp 2] ( [groepsapp 2] )’ verklaard dat hij van [naam 6] had gehoord dat [naam 8] de jongens naar de dichtstbijzijnde stad kon brengen.

Op 26 september 2023 heeft [verdachte] over de groepsapp ‘ [groepsapp 1] ’ verklaard dat [naam 6] aan hem vroeg tickets te boeken voor de groep die vanuit Duitsland naar Nederland wilde komen, maar dat één van de jongens in de groepsapp degene is geweest die de tickets heeft aangeschaft. [verdachte] gaf instructies door, zodat ze naar [naam 6] konden reizen, zonder de weg kwijt te raken. [naam 6] zei dat de jongens verspreid moesten zitten in de trein om niet te worden gepakt. Op verzoek van [naam 6] heeft [verdachte] gezegd dat ze moesten vertellen dat ze niet in Duitsland wilden blijven en onderweg waren naar Nederland.
3.3.3
Overwegingen en conclusies

Uit de bovenstaande chatberichten en verklaringen van verdachten, blijkt dat hun rollen bij de smokkel van de groep jongens uit Jemen verder gingen dan – zoals zij dat zelf beschouwen – het geven van advies en het aanmoedigen tijdens de reis. Zo hebben [verdachte] en [naam 6] de gesmokkelden aanwijzingen en instructies op eigen initiatief gegeven én doorgestuurd van de mensensmokkelaars ter plaatse, zoals het sturen van locaties en het passeren van een hek. Ook zijn de verdachten samen op zoek gegaan naar een nieuwe mensensmokkelaar, toen de eerste mensensmokkelaar niet beviel en hebben zij de contactgegevens daarvan gedeeld met de gesmokkelden. Daarnaast gaven zij aan familieleden in Jemen door wanneer een smokkelaar moest worden betaald. Verdachten hebben veelvuldig en rechtstreeks contact gehad met de smokkelaars [naam 8] en [alias 1] en zijn vervolgens actief en nauw betrokken gebleven bij de reis van de gesmokkelden naar Nederland, waarbij zij hen voorzagen van advies, instructies en/of inlichtingen met betrekking tot het verdere verloop van de reis, al dan niet op verzoek van de mensensmokkelaar ter plaatse. Hiermee hebben de verdachten de gesmokkelden begeleid tijdens hun reis, hebben zij de gesmokkelden laten vervoeren, hebben zij het vervoer geregeld en hebben zij de betalingen voor die smokkelreizen geregeld, zoals ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging dat [verdachte] slechts zijn neef [naam 4] wilde helpen, volgt de rechtbank niet. [verdachte] heeft immers door het helpen van zijn neef, wetende dat die gezamenlijk reisde met de drie in de tenlastelegging opgenomen familieleden van [naam 6] , geweten, althans minst genomen naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij ook hen behulpzaam zou zijn bij de ten laste gelegde toegang en doorreis.

Bovendien heeft [verdachte] erkent dat hij hen ook indirect heeft geholpen. Hij heeft verklaard dat hij de jongens advies heeft gegeven. Daarnaast wist [verdachte] dat de toegang tot en doorreis door de EU-landen door de vier in de tenlastelegging vermelde personen wederrechtelijk was, nu de reis er juist op gericht was om zonder geldige documenten Nederland binnen te komen. Hij heeft ook in die zin opzettelijk gehandeld, wetende dat de gesmokkelden geen rechtmatige toegang en/of verblijfsrecht hadden in Nederland of een ander EU-land.

Bij [verdachte] was daarom naar het oordeel van de rechtbank sprake van (voorwaardelijk) opzet op de smokkel van de vier ten laste gelegde personen. Uit de chats komt bovendien naar voren dat [verdachte] zich niet enkel richtte tot zijn broer maar tot (meerdere personen in) de groep.

Op basis van de verklaringen van [verdachte] en [naam 6] , in combinatie bezien met de inhoud van de chatgesprekken, acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [naam 6] en de mensensmokkelaars ter plaatse, de vier in de tenlastelegging vermelde personen – die op dat moment geen rechtstitel tot toegang of verblijf hadden – behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot en doorreis door Nederland en een andere lidstaat van de EU, door hen daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te geven als bedoeld in artikel 197a, eerste lid, Sr. Ook het ten laste gelegde medeplegen is daarmee wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel na 8 maart 2022 en zal hem dan ook vrijspreken voor wat betreft de ten laste gelegde periode na die datum.
3.4
De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode 1 november 2021 tot en met 8 maart 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, personen genaamd:

- [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 3] , en

- [naam 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2005 te [geboorteplaats 4] , en

- [naam 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2007 te [geboorteplaats 5] , en

- [naam 4] , geboren [geboortedatum 5] 2005 te [geboorteplaats 6] ,

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en doorreis door Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie, en die bovengenoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door voornoemde personen, al dan niet via een tussenpersoon,

- tijdens de reis te begeleiden, en

- voornoemde personen te laten vervoeren en/of te laten begeleiden en/of

- het vervoer/transport van die personen te regelen en/of te organiseren, en/of

- de betalingen/financiën met betrekking tot die reizen te doen en/of te regelen,

terwijl hij, verdachte en zijn medeverdachten wisten dat die toegang of doorreizen wederrechtelijk waren.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
<nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 197a Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

het misdrijf: mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere

personen.
<nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van

[verdachte] uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat [verdachte] strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.
<nr>6</nr>De op te leggen straf of maatregel 6.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, met daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de zaak, gelet op de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en de overschrijding van de redelijke termijn, afgedaan dient te worden met de toepassing van artikel 9a Sr. Na verloop van een bepaalde termijn is het opleggen van een straf niet meer opportuun. Het is lastig om een straf op te leggen, wetende dat dit mogelijk leidt tot verblijfsbeëindiging.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht om aan [verdachte] , rekening houdend met vergelijkbare uitspraken en de persoonlijke omstandigheden, een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest, een voorwaardelijk strafdeel met een

proeftijd van twee jaren, eventueel gecombineerd met een taakstraf.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De aard en de ernst van het feit

[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensensmokkel. [verdachte] heeft zijn neef en de familieleden van [naam 6] tijdens de reis van Jemen naar Nederland (telefonisch) begeleid, op een wijze zoals in de bewezenverklaring opgenomen. Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake de bestrijding van illegaal verblijf en de illegale toegang tot Nederland en andere landen van de EU doorkruist. De handelwijze van [verdachte] ondermijnt dit beleid en veroorzaakt onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. [verdachte] heeft kennelijk niet stilgestaan bij het ontwrichtende karakter van zijn handelen. Hij heeft het belang van enkele familieleden, stamleden dan wel landgenoten zwaarder laten wegen. Dat is wellicht begrijpelijk, maar doet niet af aan de strafbaarheid van het feit. Voor de strafwaardigheid en de strafmaat is het wel van belang. Het is evident dat de op zichzelf strafbare hulp aan één of enkele familieleden minder zwaar gestraft wordt, dan bijvoorbeeld georganiseerde smokkel van grote aantallen ongedocumenteerden tegen betaling van forse geldbedragen. Die laatste vorm is veel kwalijker, zeker als daarbij (levens)gevaar van de gesmokkelde personen heeft bestaan. De aard en ernst van het door verdachte geschonden rechtsbelang maken echter dat niet kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf, zoals door de verdediging bepleit.

De persoon van de verdachte

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van

[verdachte] van 13 oktober 2025. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en behoudens een geldboete in 2024 wegens een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 ook sindsdien niet is veroordeeld voor een strafbaar feit. De rechtbank zal rekening houden met artikel 63 Sr vanwege die recente strafoplegging wegens de genoemde overtreding. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met ter zitting gebleken verblijfs-, gezins- en gezondheidsomstandigheden van verdachte en zijn gezinsleden.

De straf of maatregel

Bij de keuze voor de op te leggen straf en het bepalen van de hoogte daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen zijn opgelegd en op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Deze LOVS-oriëntatiepunten indiceren voor mensensmokkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden per gesmokkelde persoon. Bij meerdere gesmokkelden volgt in beginsel een lineaire verhoging, dus wordt het oriëntatiepunt vermenigvuldigd met het aantal gesmokkelden. Dit impliceert voor de vier gesmokkelden dat als uitgangspunt heeft te gelden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden.

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn is aangevangen op 12 september 2023 op het moment van inverzekeringstelling. Gelet op dit vonnis van 27 januari 2026 is er sprake van een beperkte overschrijding van de redelijke termijn.

Verder neemt de rechtbank in zijn voordeel in ogenschouw dat [verdachte] klaarblijkelijk heeft gehandeld vanuit compassie en plichtsbesef jegens familie en niet vanuit financiële of andere criminele motieven. Ook zal de rechtbank rekening houden met het tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde pleegperiode, de hierboven genoemde beperkte overschrijding van de redelijke termijn (vier maanden) en de onzekerheid die deze strafzaak veroorzaakt voor de verblijfstatus van verdachte en zijn gezin. Deze omstandigheden, alsook het gegeven dat verdachte eerder en ook sindsdien geen strafbare feiten heeft gepleegd in Nederland, wegen naar het oordeel van de rechtbank in dit geval dermate zwaar dat wordt afgeweken van de LOVS-oriëntatiepunten en geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd maar met een geheel voorwaardelijke taakstraf van 150 uur wordt volstaan, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd (46 dagen) die [verdachte] in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.
6.4
De in beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de telefoon van [verdachte] verbeurd verklaard dient te worden.

De raadsman heeft beoogd dat de in beslag genomen telefoon terug kan naar [verdachte] , nu hij deze telefoon niet uitsluitend heeft gebruikt en aangeschaft ten behoeve van het ten laste gelegde feit.

De rechtbank zal de teruggave aan [verdachte] gelasten van de aan hem toebehorende op de beslaglijst vermelde telefoon, aangezien niet is gebleken dat de telefoon specifiek voor het plegen van het strafbare feit bedoeld en gebruikt is en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
<nr>7</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c Sr.
<nr>8</nr>De beslissing
De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;

- bepaalt dat deze taakstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

de in beslag genomen voorwerpen

- gelast de teruggave van de in beslag genomen telefoon ( PL2700-27FCA220005_14641 ) aan verdachte;

opheffing geschorste bevel voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. M. van Berlo en

mr. L.M. de Zeeuw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van der Hulst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.

Hoge Raad 7 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD001, NJ1998, 558, overweging 5.5.

Overzichtsarrest HR 2 februari 2014:ECLI:HR:2014:3474, NJ 2015/39.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het procesdossier behorende bij het onderzoek 27NIROM / 27FCA220005. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Het proces-verbaal van bevindingen van 21 juni 2023 (pagina 171).

Het proces-verbaal van bevindingen van 17 mei 2023 (pagina’s 1423 tot en met 1427) en het proces-verbaal van bevindingen van 17 mei 2023 (pagina’s 1552 tot en met 1556).

Het proces-verbaal van bevindingen van 9 juni 2023 (pagina 1565).

Het proces-verbaal van bevindingen van 9 juni 2023 (pagina’s 93 en 94).

Het proces-verbaal van bevindingen van 10 augustus 2023 (pagina’s 413 tot en met 428).

Het proces-verbaal van bevindingen van 10 augustus 2023 (pagina’s 429 tot en met 438).

Het proces-verbaal van bevindingen van 10 augustus 2023 (pagina’s 439 tot en met 454).

Het proces-verbaal van bevindingen van 10 augustus 2023 (pagina’s 455 tot en met 463).

Het proces-verbaal van bevindingen van 10 augustus 2023 (pagina’s 221 tot en met 235).

Het proces-verbaal van bevindingen van 20 juli 2023 (pagina’s 236 tot en met 246).

Het proces-verbaal van bevindingen van 19 augustus 2023 (pagina’s 405 tot en met 412).

Het proces-verbaal van bevindingen van 19 augustus 2023 (pagina’s 395 tot en met 404).

Het proces-verbaal van bevindingen van 20 juli 2023 (pagina’s 313 tot en met 317).

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 6] van 12 september 2023 (pagina’s 1577 tot en met 1592).

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 6] van 13 september 2023 (pagina’s 1594 tot en met 1616).

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 12 september 2023 (pagina’s 1455 tot en met 1464).

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 13 september 2023 (pagina’s 1466 tot en met 1481).

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 14 september 2023 (pagina’s 1482 tot en met 1497).

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 21 september 2023 (pagina’s 1502 tot en met 1511).

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 21 september 2023 (pagina’s 1512 tot en met 1520).

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 26 september 2023 (pagina’s 1521 tot en met 1530).

Artikel delen