ECLI:NL:RBOVE:2026:3803text/xmlpublic2026-07-06T15:00:432026-07-04Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Overijssel2026-06-2312259672 EJ VERZ 26-101UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLAlmeloCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:3803text/htmlpublic2026-07-06T15:00:152026-07-06Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBOVE:2026:3803 Rechtbank Overijssel , 23-06-2026 / 12259672 EJ VERZ 26-101 Erfrecht, verzoek 4:192 lid 2 BW stellen termijn
RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 12259672 EJ VERZ 26-101 Beschikking van de kantonrechter van 23 juni 2026 in de zaak van mr. [verzoekster],kandidaat-notaris, kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
zelfstandig procederende tegen 1 [verweerder 1] , wonende te [woonplaats 1] ,
verweerder sub 1,
2. [verweerder 2]wonende te [woonplaats 2] ,
verweerder sub 2,
3. [verweerder 3] ,wonende te [woonplaats 3] ,
verweerder sub 3,
4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats 4] ,
verweerder sub 4,
5. [verweerder 5],wonende te [woonplaats 5] ,
verweerster sub 5,
6. [verweerder 6],wonende te [woonplaats 6] ,
verweerster sub 6, hierna ook wel samen te noemen: verweerders. Verzoekster heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van belanghebbende in de nalatenschap van mevrouw [erflaatster], overleden op [overlijdensdatum] 2025, laatst wonende te [woonplaats 7] . 1De procedure1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van het op 1 juni 2026 ter griffie ingekomen verzoekschrift ingevolge artikel 4:192 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) inzake de nalatenschap van mevrouw [erflaatster], overleden op [overlijdensdatum] 2025, laatst wonende te [woonplaats 7] , hierna te noemen erflaatster. 2De feiten2.1 Erflaatster heeft blijkens het uittreksel uit het Centraal Testamentenregister geen testament gemaakt. 2.2 Bij brieven van 9 maart 2026 en 20 april 2026 heeft verzoekster de erfgenamen verzocht om een keuze te maken omtrent de nalatenschap. 3Het verzoek en de beoordeling3.1 Verzoekster verzoekt de kantonrechter om een termijn te stellen aan de erfgenamen om een keuze te maken inzake de nalatenschap van erflaatster. Verzoekster verzoekt de kantonrechter de proceskosten ten laste van de nalatenschap te brengen van de nalatenschap. 3.2 In het verzoekschrift staat vermeld dat de erfgenamen niet hebben gereageerd op de brieven van 9 maart 2026 en 20 april 2026 en zij, ondanks de brieven van 9 maart 2026 en 20 april 2026 van verzoekster) nog geen keuze hebben gemaakt of zij de nalatenschap van erflaatster verwerpen of (zuiver dan wel beneficiair) aanvaarden.
Verzoekster merkt op dat de nalatenschap van erflaatster moet worden afgewikkeld en dat zij als notaris belast is met deze taak. 3.3 Het verzoek strekt ertoe om elk van de verweerders voornoemd als wettelijk erfgenamen van [erflaatster] voornoemd een termijn te stellen waarbinnen zij zich moeten uitlaten omtrent het verwerpen dan wel zuiver of onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarden van de nalatenschap. 3.4 De kantonrechter overweegt dat verzoekster een belang heeft bij afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster. Als notaris is zij belast met de afwikkeling van de nalatenschap. Erflaatster is overleden op [overlijdensdatum] 2025. Geen van de verweerders heeft kennelijk een keuze uitgebracht. 3.5 Overwogen wordt dat, gezien hetgeen door verzoekster naar voren is gebracht, er voldoende grond is om verweerders een termijn te stellen waarbinnen zij zich dienen uit te laten over aanvaarding en de wijze van aanvaarding dan wel verwerping van de nalatenschap. 3.6 Van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten, is niet gebleken. De kantonrechter acht het redelijk de termijn te stellen op acht weken, ingaande op de dag nadat verzoekster deze beschikking aan verweerders heeft doen betekenen en de beschikking onder vermelding van de gedane betekening heeft doen inschrijven in het boedelregister. 3.7 De kantonrechter wijst erop dat indien verweerders deze termijn van acht weken laten verlopen zonder inmiddels een keuze te hebben gedaan, zij geacht worden de nalatenschap zuiver te aanvaarden (artikel 4:192 lid 3 BW) Kosten 3.8 Volgens vaste jurisprudentie is het uitgangspunt dat de kosten wegens handelingen die objectief noodzakelijk zijn bij de afwikkeling van een nalatenschap en die verricht worden ten behoeve van een algemeen belang, en dus niet ten behoeve van het individuele belang van een erfgenaam, als kosten in de zin van artikel 4:7 lid 1 aanhef en onder sub c BW kunnen worden aangemerkt. 3.9 De kantonrechter oordeelt dat de kosten van deze procedure kunnen worden aangemerkt als kosten die noodzakelijk zijn voor de afwikkeling van de nalatenschap en zal daarom het verzoek om de proceskosten ten laste te brengen van de nalatenschap toewijzen als hierna te formuleren. 4De beslissing De kantonrechter: 4.1 stelt [verweerder 1] , [verweerder 2] , [verweerder 3] , [verweerder 4] , [verweerder 5] en [verweerder 6] een termijn van acht weken voor het maken van een keuze ter zake het wel of niet aanvaarden van de nalatenschap en in geval van aanvaarding de manier waarop die aanvaarding plaatsvindt, welke termijn ingaat op de dag nadat verzoekster deze beschikking aan elk van de verweerders voornoemd heeft doen betekenen en de beschikking onder vermelding van de gedane betekening heeft doen inschrijven in het boedelregister; 4.2 bepaalt dat de kosten van de onderhavige procedure ten laste van de nalatenschap van erflaatster mogen worden gebracht; 4.3 wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. A. Smedes, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026. (JHd(O)