ECLI:NL:RBOVE:2026:4797text/xmlpublic2026-08-13T12:00:142026-08-06Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Overijssel2026-08-06C/08/348660 / KG ZA 26-138UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigKort gedingNLAlmeloCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4797text/htmlpublic2026-08-06T14:44:202026-08-13Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBOVE:2026:4797 Rechtbank Overijssel , 06-08-2026 / C/08/348660 / KG ZA 26-138 Ontruiming toegewezen, ontruimingstermijn 4 weken.
RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: C/08/348660 / KG ZA 26-138 Vonnis in kort geding van 6 augustus 2026 in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. D.F. Briedé, tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna noemen: de zoon,verschenen in persoon. 1De procedure1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 juni 2026;- het herstelexploot van 1 juli 2026;- de mondelinge behandeling van 23 juli 2026, waarbij de vader is verschenen, bijgestaan door mr. Briedé. De zoon is ook verschenen, bijgestaan door zijn vriendin [naam] en zijn moeder;- de pleitnota van mr. Briedé. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De samenvatting: waar de zaak over gaat In deze procedure vordert de vader dat zijn zoon de woning verlaat. Partijen zijn het er over eens dat de situatie onhoudbaar is en dat zij niet (meer) onder een dak kunnen wonen. De zoon wordt veroordeeld om de woning binnen vier weken na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden. De proceskosten worden gecompenseerd. De motivering van deze beslissing volgt hierna. 3De feiten3.1. De vader is eigenaar van de woning aan de [adres]. 3.2. De zoon verblijft tegen de wil van de vader in de woning aan de [adres]. Ook de vriendin van de zoon, hierna te noemen [naam], verblijft in de woning. 3.3. De afgelopen jaren is de samenwoning gepaard gegaan met escalaties, spanningen en overlast. 3.4. Bij brief van 26 mei 2025 heeft de vader een brief gestuurd aan de zoon, waarin
-samengevat- staat dat de inwoning niet vrijblijvend is en dat de zoon en [naam] zich aan bepaalde voorwaarden moeten houden. 3.5. Bij brief van 10 september 2025 heeft de vader een brief gericht aan de zoon en aan [naam], waarin -samengevat- staat dat de situatie niet is verbeterd. De vader heeft aangezegd dat ze tot 1 april 2026 de tijd hebben andere woning te vinden en te verhuizen. Voor de tussenliggende periode heeft de vader huisregels opgesteld voor iedereen. 3.6. Bij brief van 16 maart 2026 heeft de advocaat van de vader aan de zoon en aan [naam] laten weten dat de huisregels niet zijn nageleefd en dat ze de woning moeten verlaten. De zoon en [naam] hebben de woning niet verlaten. 4Het geschil4.1. De vader vordert samengevat - dat de zoon de woning aan de [adres] moet ontruimen en ontruimd moet houden. 4.2. De zoon heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat hij samen met [naam] een andere woning heeft gevonden. Dit huis moet nog woonklaar worden gemaakt. De zoon kan zelf binnen ongeveer drie weken weg zijn, voor het verhuizen van de spullen heeft hij naar verwachting drie tot vier maanden nodig. 5De beoordeling Spoedeisend belang 5.1. De vader heeft voldoende gesteld dat hij een spoedeisend belang heeft bij de beoordeling van zijn vordering. Vordering tot ontruiming van de woning 5.2. De vader vordert ontruiming van de zoon uit de woning. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een ingrijpende en meestal onomkeerbare maatregel is. Een ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening kan slechts worden uitgesproken, indien het voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter (wanneer zijn oordeel wordt gevraagd) de zoon tot ontruiming zal veroordelen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dat het geval is en hij motiveert dat als volgt. 5.3. Van een huur- of onderhuurovereenkomst tussen de vader en de zoon is niet gebleken, zodat van enige vorm van huurbescherming geen sprake is. De vader wil niet (langer) dat de zoon in zijn woning verblijft en heeft zijn zoon laten weten dat hij de woning moet verlaten. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen het met elkaar eens dat zijn dat zij niet langer samen onder één dak kunnen en willen leven. Vast staat dan ook dat de zoon de woning moet verlaten. De zoon en [naam] hebben bovendien al een andere woning gevonden en zij willen zelf ook zo snel mogelijk bij de vader weg. Partijen zijn het met elkaar nog oneens over de ontruimingstermijn, zodat de voorzieningenrechter daar nog een oordeel over moet geven. De vader vraagt een termijn van 14 dagen, de zoon zegt een termijn van 3 à 4 maanden nodig te hebben. De voorzieningenrechter stelt de ontruimingstermijn vast op vier weken na betekening van het vonnis. Dat moet voldoende tijd zijn om de woning volledig te ontruimen.
Proceskosten 5.4. Gelet op de familierechtelijke band zullen de proceskosten tussen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Uitvoerbaar bij voorraad 5.5. De toegewezen vordering zal, zoals door de vader gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat betekent dat dit vonnis meteen kan worden uitgevoerd als de zoon niet aan de veroordeling voldoet, ook als hoger beroep zou worden ingesteld. 6De beslissing De voorzieningenrechter 6.1. veroordeelt [gedaagde] om de woning (het woonhuis, de tuin en de schuur) aan de [adres] binnen vier weken na betekening van dit vonnis te ontruimen, met al het zijne en de zijnen volledig te verlaten, zijn eigen goederen te ontruimen en de sleutels van de woning, de aanhangers en de afstandsbedieningen van de poort ter algehele beschikking van [eiser] te stellen en de opstallen verlaten te houden; 6.2. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 6.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026.