Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBOVE:2026:5061

Het college van burgemeester en wethouders heeft een omgevingsvergunning verleend voor het deels vervangen van het dak. Eiser heeft niets aangevoerd dat ziet op de verlening van de omgevingsvergunning en aan de regels in het omgevingsplan is voldaan. Het college heeft de omgevingsvergunning daarom terecht verleend en het beroep is ongegrond.

Rechtbank Overijssel 21 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:5061 text/xml public 2026-08-21T12:00:27 2026-08-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-08-14 ZWO 25/2233 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5061 text/html public 2026-08-18T12:30:41 2026-08-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:5061 Rechtbank Overijssel , 14-08-2026 / ZWO 25/2233
Het college van burgemeester en wethouders heeft een omgevingsvergunning verleend voor het deels vervangen van het dak. Eiser heeft niets aangevoerd dat ziet op de verlening van de omgevingsvergunning en aan de regels in het omgevingsplan is voldaan. Het college heeft de omgevingsvergunning daarom terecht verleend en het beroep is ongegrond.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/2233
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats 1]
en
het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland
(gemachtigde: mr. M.A. Hoven).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] uit [woonplaats 2] .
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning die het college heeft verleend aan [derde belanghebbende] . [eiser] is het hier niet mee eens om hem moverende redenen. De rechtbank beoordeelt op grond van de ter plaatste geldende regelgeving de verlening van de omgevingsvergunning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend. [eiser] krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. [derde belanghebbende] heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het vervangen van het onderste deel van het rieten dak door dakpannen op de noordgevel van het achterhuis aan [adres 1] en [adres 2] in [plaats] . Hierbij is de omgevingsplanactiviteit bouwen aangevraagd.
2.1.
Met het besluit van 3 maart 2025 heeft het college de omgevingsvergunning verleend aan [derde belanghebbende] .
2.2.
[eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
2.3.
Met het bestreden besluit van 9 juli 2025 is het college bij de verlening van de omgevingsvergunning gebleven.
2.4.
[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.5.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] , de gemachtigde van het college en [derde belanghebbende] .
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader

3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden alsook de bestemmingsplannen die na 2024 zijn vastgesteld, maar waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd.
3.1.
Op het perceel van [derde belanghebbende] was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan “ [plaats] ” (hierna: bestemmingsplan) van kracht. Dit bestemmingsplan maakt dus onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente [plaats] (hierna: omgevingsplan). Volgens het bestemmingsplan gelden op het perceel de bestemming “Wonen-1”, de dubbelbestemmingen “Waarde-Archeologie 2” en “WaardeZuideinde [adres 1]” en de gebiedsaanduiding overige zone-beschermd dorpsgezicht [plaats] .
3.2.
Onder een omgevingsplanactiviteit wordt onder meer verstaan een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan. Dit wordt de binnenplanse omgevingsplanactiviteit genoemd. Voor het (deels) vervangen van het dak is op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit vereist.
3.3.
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels vormen het toetsingskader dat geldt wanneer het college een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit beoordeelt. In het Bkl staat dat de omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning.
3.4.
Uit het omgevingsplan volgt dat het bouwwerk niet in strijd mag zijn met de in het omgevingsplan gestelde regels over bouwen en ook niet in strijd mag zijn met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota.

De verlening van de omgevingsvergunning

4. [eiser] voert aan dat tussen hem en [derde belanghebbende] in 2021 afspraken zijn gemaakt en op papier zijn gezet, waarbij is afgesproken dat ieder zich op zijn eigen erf richt, maar dat [derde belanghebbende] ondanks deze afspraken handhavingsverzoeken bij het college heeft ingediend die betrekking hebben op het erf van [eiser] . Dit doet sterk afbreuk aan het woongenot van [eiser] en is dan ook de reden dat hij bezwaar heeft gemaakt en beroep heeft ingesteld tegen de verleende omgevingsvergunning.
4.1.
De rechtbank stelt vast dat wat [eiser] aanvoert niet ziet op de verlening van de omgevingsvergunning, maar slechts op de verstandhouding met zijn buren en de gevolgen daarvan. [eiser] heeft ter zitting zelfs expliciet gesteld dat hij geen problemen heeft met (de omgevingsvergunning voor) het deels vervangen van het dak.
4.2.
Uit het hiervoor geschetste toetsingskader volgt dat het college moet toetsen of het bouwwerk niet in strijd is met de in het omgevingsplan geldende regels over bouwen en of het niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Uit artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning wordt verleend als de omgevingsplanactiviteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld. Daaruit volgt dat sprake is van een gebonden beschikking. Zoals ter zitting is gebleken is tussen partijen niet in geschil dat is voldaan aan de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld. De rechtbank deelt deze opvatting. Er is sprake van een gebonden beschikking. Daarom heeft het college de omgevingsvergunning terecht verleend.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend en dat de omgevingsvergunning in stand blijft. [eiser] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, in aanwezigheid van mr.E. Diele, griffier, uitgesproken in het openbaar op

De rechter is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zie artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.

Dit volgt uit bijlage A, behorend bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.

Artikel 22.26 jo. artikel 22.29 van het omgevingsplan, in samenhang met artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.

Artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl.

Artikel 22.29 van het omgevingsplan.

Artikel delen