Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBOVE:2026:5508

Gedaagde stelt dat overeenkomst is afgesloten voor 1 jaar en niet 3 jaar. Stelling niet onderbouwd. In de ondertekende overeenkomst (dwingen bewijs) staat looptijd 3 jaar. Vordering volledig toegewezen.

Rechtbank Overijssel 22 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:5508 text/xml public 2026-09-22T12:00:24 2026-09-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-09-15 12215764 CV EXPL 26-1311 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5508 text/html public 2026-09-14T11:30:25 2026-09-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:5508 Rechtbank Overijssel , 15-09-2026 / 12215764 CV EXPL 26-1311
Gedaagde stelt dat overeenkomst is afgesloten voor 1 jaar en niet 3 jaar. Stelling niet onderbouwd. In de ondertekende overeenkomst (dwingen bewijs) staat looptijd 3 jaar. Vordering volledig toegewezen.

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12215764 CV EXPL 26-1311

Vonnis van 15 september 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CINEFOX BIOSCOOP- EN THEATER RECLAME B.V.,

gevestigd te Wijchen,

eisende partij,

hierna te noemen: Cinefox,

gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf] ,

zaakdoende te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.
<nr>1</nr>De procedure 1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>Het geschil
Wat vordert Cinefox?
2.1
Cinefox vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.973,50, vermeerderd met rente en kosten. Cinefox legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
2.2
Tussen partijen is op 15 augustus 2024 een overeenkomst gesloten voor de duur van drie jaren tot het vervaardigen en plaatsen van reclame-uitingen in twee zalen van bioscoop Kinepolis te Enschede. Op deze overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Op grond van de overeenkomst heeft Cinefox voor het eerste jaar een factuur voor een bedrag van € 1.687,95 aan [gedaagde] gestuurd, te voldoen in tien termijnen. Via automatische incasso heeft Cinefox zes deelbetalingen ontvangen. Van deze factuur staat nog € 675,15 open. [gedaagde] heeft ondanks aanmaningen het restant niet voldaan. Op grond van de artikelen 8b en 8c van de algemene voorwaarden vordert Cinefox ook de resterende termijnen voor de duur van de overeenkomst van in totaal € 3.305,67. Cinefox betwist dat de overeenkomst rechtsgeldig is opgezegd.
2.3
Cinefox heeft zich als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] genoodzaakt gezien haar vordering ter incasso uit handen te geven aan haar gemachtigde. De kosten daarvan bedragen € 597,12 en komen net als de tot 14 april 2026 gevorderde contractuele rente van € 395,56 voor rekening van [gedaagde] .

Wat vindt [gedaagde] ?
2.4
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt dat er een overeenkomst is gesloten voor één jaar en dat hij de overeenkomst na negen maanden heeft opgezegd. Bij de opzegging is hij erachter gekomen dat de overeenkomst voor drie jaar was. [gedaagde] stelt dat hij door Cinefox is opgelicht dan wel misleid omdat hij de Nederlandse taal niet machtig is. Hij kon de overeenkomst niet lezen en tegen hem is gezegd dat hij gewoon kon tekenen en dat hij uiterlijk drie maanden voor het einde van de overeenkomst telefonisch de overeenkomst kon beëindigen. [gedaagde] heeft gesteld dat hij door slechte ervaringen in het verleden alleen maar overeenkomsten sluit met een looptijd van één jaar. Volgens [gedaagde] is Cinefox gestopt met het uitvoeren van haar werkzaamheden uit de overeenkomst. [gedaagde] betwist daarom de verschuldigdheid van de resterende termijnen van € 3.305,67.
2.5
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
<nr>3</nr>De beoordeling 3.1
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] met Cinefox een overeenkomst heeft gesloten. Het geschil richt zich vooral op de duur en de uitvoering van de overeenkomst. [gedaagde] heeft in ieder geval erkend dat hij voor één jaar een overeenkomst heeft gesloten en hij heeft niet betwist dat hij het restant van de factuur voor het eerste jaar van € 675,15 verschuldigd is. Dit deel van de hoofdsom staat daarmee vast en zal worden toegewezen.
3.2
Cinefox heeft in haar conclusie van repliek uitdrukkelijk betwist dat de overeenkomst voor slechts één jaar is afgesloten. Zij verwijst daarbij naar de door [gedaagde] ondertekende overeenkomst die zij als productie 2 bij dagvaarding heeft overgelegd. Hierin staat duidelijk vermeld dat de overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van drie jaren. Tevens betwist Cinefox dat [gedaagde] niet bekend is geweest met de inhoud van deze overeenkomst. De inhoud van de overeenkomst is in het Engels aan [gedaagde] uitgelegd. Dat [gedaagde] zelf geen Nederlands kan lezen, komt voor zijn eigen rekening en risico als hij een overeenkomst ondertekent.
3.3
[gedaagde] heeft enkel gesteld dat hij een overeenkomst heeft getekend voor één jaar en vervolgens na negen maanden heeft opgezegd. De door [gedaagde] ondertekende overeenkomst is een aan te merken als een onderhandse akte die tussen de partijen die de akte hebben ondertekend, dwingende bewijskracht heeft. De kantonrechter is verplicht om de inhoud als waarheid aan te nemen, tenzij [gedaagde] dit onderbouwd kan weerleggen. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd dat de overeenkomst niet voor drie jaar is gesloten.
3.4
Tevens is niet vast komen te staan dat [gedaagde] de overeenkomst daadwerkelijk heeft opgezegd. Cinefox heeft in de conclusie van repliek wel aangegeven dat [gedaagde] telefonisch te kennen heeft gegeven dat hij de overeenkomst wilde beëindigen. Volgens de van toepassing zijnde algemene voorwaarden dient de overeenkomst echter schriftelijk per aangetekend schrijven te worden opgezegd. [gedaagde] heeft niet met stukken onderbouwd gesteld dat hij de overeenkomst schriftelijk heeft opgezegd. Voor de beoordeling van de vordering maakt dit overigens niet zoveel verschil omdat de kantonrechter al heeft vastgesteld dat de overeenkomst een looptijd heeft van drie jaar en niet is gesteld of gebleken dat de overeenkomst tussentijds kan worden opgezegd.
3.5
De kantonrechter is verder van oordeel dat [gedaagde] niet heeft onderbouwd dat hij door Cinefox is misleid of opgelicht. Na de betwisting van deze punten in de conclusie van repliek was het aan [gedaagde] om zijn stellingen te onderbouwen. [gedaagde] heeft dit niet gedaan. Dit betekent dat in beginsel sprake is van een overeenkomst voor drie jaren en dat beide partijen hun verplichtingen uit de overeenkomst dienen na te komen.
3.6
Cinefox doet wat betreft haar aanspraak op de termijnbedragen voor het tweede en derde jaar van de overeenkomst een beroep op het bepaalde in artikel 8c in combinatie met het bepaalde in artikel 8b van de algemene voorwaarden. Hierin is onder meer bepaald dat, indien de wederpartij van Cinefox nalaat een factuurbedrag of een gedeelte daarvan binnen de daarvoor gestelde termijn te voldoen, Cinefox zonder verdere ingebrekestelling van de wederpartij ook te vorderen heeft de nog niet vervallen jaarlijkse betalingen – vide de duur van de overeenkomst – verhoogd met eventuele rente en kosten.
3.7
De kantonrechter heeft de producties die gevoegd zijn bij de dagvaarding bestudeerd, maar heeft hierbij niet de factuur dan wel facturen aangetroffen waarmee de termijnbedragen voor het tweede jaar en derde zijn gefactureerd bij [gedaagde] . Wel wordt door Cinefox in de producties 5b en 5e erop gewezen dat die mogelijkheid zich volgens Cinefox voordoet, maar van een daadwerkelijk factuur van de gehele tweede en derdejaars termijn is de kantonrechter niet gebleken. Uit productie 5e, gedateerd 4 november 2025, is enkel af te leiden dat de tweede termijn van de tweejaarstermijn openstaat, zijnde een bedrag van € 172,17, meer niet. Dit betekent dat voor de vordering van de volledige tweejaarstermijn geen grondslag is aangetroffen in de stukken. Dit geldt ook voor het derde jaar van de overeenkomst.
3.8
Volledigheidshalve overweegt de kantonrechter nog het volgende. Uit de dagvaarding begrijpt de kantonrechter dat Cinefox de overeenkomst niet heeft ontbonden en dat deze dus (kennelijk) blijft voortduren tot de overeengekomen tijdsduur. Dat betekent dat ook Cinefox zich aan haar verplichtingen met betrekking tot de reclame-uitingen dient te houden. Of Cinefox dat ook doet, is niet duidelijk. De dagvaarding en overige stukken melden hiervoor niets. Bovendien gaat het dan om verplichtingen die voortduren tot september 2027. Indien en voorzover Cinefox de jaartermijnen al in rekening heeft gebracht, zoals al gezegd blijkt dat niet uit de overgelegde producties, dan zou Cinefox op basis van haar algemene voorwaarden al aanspraak kunnen maken op alle termijnen tot het einde van de overeenkomst en daarop bovendien nog aanspraak hebben op een contractuele rente van 1,5% per maand, terwijl haar daartegenover staande verplichtingen nog niet opeisbaar zijn, immers die strekken zich uit over een periode tot september 2027. De kantonrechter is van oordeel dat een dergelijk beding de toets van artikel 6:233 sub a BW waarschijnlijk niet zou kunnen doorstaan. In dit artikel is bepaald dat een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar is indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijdse kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij.
3.9
Indien Cinefox vanwege de niet nakoming van de betalingsverplichting van [gedaagde] de overeenkomst voortijdig zou hebben beëindigd en in verband hiermee schadevergoeding zou hebben gevorderd, zou het oordeel anders kunnen luiden (mits de vordering goed is onderbouwd), maar dat is niet wat in de procedure ter beoordeling voorligt.
3.10
Het voorgaande betekent dat van de vordering een bedrag van € 675,15 + € 172,17 = € 847,32 € aan hoofdsom toewijsbaar is. De gevorderde contractuele rente ad € 395,56 acht de kantonrechter niet toewijsbaar. Cinefox heeft volgens het gestelde in de dagvaarding de rente berekend vanaf 8 mei 2024. Hiervoor ontbreekt elke grondslag aangezien de overeenkomst dateert van 15 augustus 2024. De contractuele rente van 1,5% per maand is wel toewijsbaar vanaf de dag van dagvaarding. Ook dient [gedaagde] incassokosten te vergoeden en wel tot een bedrag van 15% van het verschuldigde bedrag (artikel 9b van de algemene voorwaarden), zijnde een bedrag van € 127,10.
3.11
Omdat de vordering slechts voor een deel wordt toegewezen, zullen de proceskosten gecompenseerd worden in die zin dat ieder partij haar eigen kosten draagt.
<nr>4</nr>De beslissing
De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Cinefox te betalen een bedrag van € 974,42, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1.5% per maand met ingang van 14 april 2026 over € 847,32, tot de dag van volledige betaling,
4.2
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar kosten draagt,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en op 15 september 2026 in het openbaar uitgesproken.

Het moge duidelijk zijn dat [gedaagde] geen voortzetting van de overeenkomst wil na afloop van de drie jaren.

Artikel delen