Verzoek om een proceskostenveroordeling. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van tegemoetkomen.
Rechtbank Rotterdam 22 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10728
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-08-2026
Datum publicatie
22-09-2026
Zaaknummer
ROT 26/4184
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBROT:2026:10728text/xmlpublic2026-09-22T08:50:502026-08-27Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-08-31ROT 26/4184UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLRotterdamBestuursrecht; SocialezekerheidsrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10728text/htmlpublic2026-09-22T08:48:122026-09-22Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:10728 Rechtbank Rotterdam , 31-08-2026 / ROT 26/4184 Verzoek om een proceskostenveroordeling. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van tegemoetkomen.
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 26/4184
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster (gemachtigde: [gemachtigde 1] ), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde 2] ). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank een verzoek om veroordeling in de proceskosten na intrekking van een beroep niet-tijdig beslissen. 1.1. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Op 27 juli 2026 heeft het UWV daarop gereageerd. 1.2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. 4.1. Op 4 november 2026 heeft verzoekster een beroep niet tijdig beslissen ingediend. Dit beroep is gericht tegen het uitblijven van een besluit op het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van het UWV van 8 oktober 2024 aangaande de WIA-uitkering van werknemer [persoon A] . Op 3 december 2025 heeft het UWV een dwangsombeschikking genomen en bepaald dat verzoekster recht heeft op € 1.442,- omdat niet tijdig is beslist op het bezwaar van verzoekster. Op 13 mei 2026 heeft verzoekster het bezwaar bij het UWV ingetrokken, omdat na nadere analyse van de stukken van het UWV onvoldoende grondslag was om het bezwaar door te zetten. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep niet-tijdig beslissen ingetrokken met een verzoek om een proceskostenvergoeding. Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee geen sprake van tegemoetkomen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek, om het UWV in de proceskosten te veroordelen, als kennelijk ongegrond af. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).