Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBROT:2026:5183

Aanneming van werk. Tekortkoming? VvE draagt klusjesman op om dak te verstevigen in verband met doorbuigingen. VvE had eerder al een bouwkundige en constructeur ingeschakeld, die een uitvoerig hersteladvies hebben uitgebracht. Er is geen schriftelijke opdracht aan klusjesman gegeven. Ook zijn hem geen instructies gegeven om hersteladvies op te volgen. In casu moet VvE kosten van herstel voor ei...

Rechtbank Rotterdam 27 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:5183 text/xml public 2026-05-27T12:00:35 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5182 Rechtbank Rotterdam 2026-05-06 C/10/679121 / HA ZA 24-412 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5183 text/html public 2026-05-27T12:00:08 2026-05-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5183 Rechtbank Rotterdam , 06-05-2026 / C/10/679121 / HA ZA 24-412
Aanneming van werk. Tekortkoming? VvE draagt klusjesman op om dak te verstevigen in verband met doorbuigingen. VvE had eerder al een bouwkundige en constructeur ingeschakeld, die een uitvoerig hersteladvies hebben uitgebracht. Er is geen schriftelijke opdracht aan klusjesman gegeven. Ook zijn hem geen instructies gegeven om hersteladvies op te volgen. In casu moet VvE kosten van herstel voor eigen rekening nemen omdat zij zelf nalatig is gebleven. Eigen schuld opdrachtgever.
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/679121 / HA ZA 24-412 (hoofdzaak)

zaaknummer / rolnummer: C/10/690873 / HA ZA 24-1108 (vrijwaringszaak)

Vonnis van 6 mei 2026

in de hoofdzaak van

de vereniging van eigenaars VERENIGING VAN EIGENAARS FLATGEBOUWEN ROTERIJ 34 TOT EN MET 56 (EVEN), DREEF 90 TOT EN MET 120 (EVEN), MOLBORD 1 tot en met 31 (ONEVEN), MOLBORD 2 TOT EN MET 48 (EVEN) EN HOOISCHELF 1 TOT EN MET 15 (ONEVEN),

gevestigd te Hellevoetsluis,

eisende partij,

advocaat: mr. K. Zeylmaker,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam TIMMERBEDRIJF [naam],

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

advocaat: mr. J. Klein Molekamp,

en in de vrijwaringszaak van

[eiser] , handelend onder de naam TIMMERBEDRIJF [naam] ,

wonend te [woonplaats] ,

eiser in vrijwaring,

advocaat: mr. J. Klein Molekamp,

tegen

de naamloze vennootschap

N.V. UNIVÉ SCHADE,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde in vrijwaring,

advocaat: mr. G. Loman

Partijen worden hierna respectievelijk “VvE Molbord” (of “de VvE”), “ [gedaagde] ” en “Univé” genoemd.
<nr>1</nr>De zaken in het kort 1.1.
[gedaagde] heeft in 2014/2015 als zzp’er in opdracht van (de beheerder van) VvE Molbord timmerwerkzaamheden verricht aan de daken van een aantal panden van de VvE, die op diverse plaatsen doorzakkingsverschijnselen vertoonden. Het gaat in dit vonnis om twee procedures, een hoofdzaak en een vrijwaringszaak. In de hoofdzaak vordert de VvE betaling door [gedaagde] van schadevergoeding. Zij stelt dat uit een aan haar in 2017 uitgebracht bouwkundig rapport volgt dat [gedaagde] ondeugdelijk werk heeft afgeleverd, in de eerste plaats omdat hij geen uitvoering heeft gegeven aan de herstelwerkzaamheden die in 2014 aan de VvE door een bouwkundig adviseur geadviseerd waren om uit te voeren. VvE Molbord heeft de herstelkosten laten ramen op € 431.120,- en zij vordert betaling daarvan door [gedaagde] .
1.2.
De rechtbank wijst de vordering van de VvE in de hoofdzaak af. De rechtbank is van oordeel dat niet vaststaat dat VvE Molbord [gedaagde] in kennis heeft gesteld van het door de bouwkundig adviseur in 2014 gegeven hersteladvies. Niet gesteld kan daarom worden dat [gedaagde] op grond van het feit dat [gedaagde] de in dat advies gegeven instructies niet heeft opgevolgd in de uitvoering van zijn opdracht is tekortgekomen. Voor zover VvE Molbord aanvoert dat het dak door het werk van [gedaagde] bouwkundig-constructief ondeugdelijk is gebleven, overweegt de rechtbank dat dit aan de VvE zelf als een gevolg van de eigen handelwijze valt toe te rekenen. De VvE heeft [gedaagde] niet geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek van de bouwkundig adviseur, bijgestaan door een constructeur, en geen instructies gegeven met betrekking tot de wijze waarop de dakconstructie volgens die deskundigen diende te worden hersteld. Zij heeft geen plan van aanpak opgesteld en deze vooraf niet met een aannemer doorgesproken. [gedaagde] is een timmerman en geen aannemer. In de gegeven omstandigheden en in de tussen partijen bestaande verhoudingen moet de VvE de schadelijke gevolgen van het eventueel gebrekkig uitvoeren van het herstelwerk door [gedaagde] daarom zelf dragen.
1.3.
Omdat de vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen, hoeft de vrijwaringszaak inhoudelijk niet te worden behandeld.
<nr>2</nr>De procedures 2.1.
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 mei 2024 met 25 producties;

- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met 1 productie;

- de conclusie van antwoord in het incident;

- het vonnis in het incident van 30 oktober 2024, hersteld bij vonnis van 13 november 2024;

- de conclusie van antwoord met 9 producties;

- de akte overlegging producties 26 t/m 29 van VvE Molbord;

- de akte met overlegging producties 10 en 11 van [gedaagde] ;

- de mondelinge behandeling van 7 april 2025 en de daarbij door de advocaten overgelegde spreekaantekeningen.
2.2.
Het verloop van de procedure in de vrijwaringszaak blijkt uit:

- de vrijwaringsdagvaarding van 3 december 2024 met 5 producties;

- de conclusie van antwoord met 4 producties;

- de akte overlegging van [gedaagde] twee aanvullende producties 6 en 7;

- de mondelinge behandeling van 7 april 2025 en de daarbij door mr. Klein Molekamp overgelegde spreekaantekeningen.
2.3.
De zaken zijn aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen tussen partijen in de hoofdzaak. Uiteindelijk is de datum van het vonnis nader bepaald op heden.
<nr>3</nr>De feiten in de hoofdzaak 3.1.
VvE Molbord is de vereniging van eigenaars van een appartementencomplex dat uit 76 woningen bestaat, verdeeld over 11 of 13 (afhankelijk hoe men telt) woonblokken.
3.2.
In 2013 heeft de toenmalige beheerder van VvE Molbord, Maasdelta VvE Beheer en Makelaardij B.V. (hierna: Maasdelta), BDA Dak- en Geveladvies BV (hierna: BDA Dakadvies) verzocht onderzoek te doen naar de staat van de (platte) daken van de panden van de VvE.
3.3.
BDA Dakadvies concludeert in een rapport van 15 oktober 2013, kort samengevat, dat de daken aan renovatie toe waren en dat de onderconstructie van de daken op enkele oplegpunten ernstig was doorgebogen. Het advies luidde om naar die doorbuiging nader onderzoek te doen, zodat verdergaande uitspraken konden worden gedaan over mogelijke oorzaak, gevolg en herstel.
3.4.
Begin 2014 heeft Maasdelta aan Bouwkundig VvE Advies (verder: VvE Advies) opdracht gegeven het door BDA bedoelde nader onderzoek te verrichten. Dit heeft geresulteerd in twee rapporten van VvE Advies.
3.5.
Het eerste rapport dateert van 20 januari 2014. VvE Advies rapporteert daarin aan Maasdelta over een visuele inspectie die zij had uitgevoerd. Haar conclusies waren, kort samengevat, dat de situatie ter plaatse van het door haar onderzochte hoge dakvlak verontrustend was. De doorbuigingen van het dak waren groter dan volgens de eisen van de bouwvergunning (NEN 3850 TGB 1972 en NEN 3852 TGB-Hout) toegestaan (plaatselijk een maximale doorbuiging van 68 mm waar niet meer dan 13,83 mm nog toelaatbaar is). Zij oordeelde dat bij de te plegen dakrenovatie een aanpassing van de dakconstructie noodzakelijk was. Zij adviseerde de VvE constructief onderzoek door een constructeur te laten uitvoeren, zodat mede aangevuld met de constructieve gegevens van de bouwvergunningstukken, een advies voor die dakreconstructie zou kunnen worden opgesteld.
3.6.
Over het constructieve onderzoek heeft VvE Advies op 31 maart 2014 rapport uitgebracht aan Maasdelta. In de eerste plaats wordt daarin vastgesteld dat de balken van de daken, waaronder de zogenoemde randbalk, qua afmetingen afwijken van de bouwvergunningstukken. Ook maakt zij melding van controleberekeningen die door de door haar ingeschakelde constructeur, constructieadviesbureau Samen advies & engineering, waren uitgevoerd (de rechtbank merkt hierbij op dat noch de bouwvergunningsstukken noch het rapport van de constructeur, die als bijlagen bij het rapport van VvE Advies zouden zijn gevoegd, zich bij de stukken bevinden). De constructeur heeft volgens het rapport van VvE Advies aangegeven dat zowel de standaardbalk als de zogenaamde randbalk meer doorbuigen dan de norm toelaat. De constructeur adviseert om nader gespecificeerde verzwaringen van die balken aan te brengen. VvE Advies beschouwt de situatie op grond van de bevindingen van de constructeur als ‘tamelijk urgent’.
3.7.
Aan het slot van haar rapport van 31 maart 2014 concludeert VvE Advies dat de uitwerking van de constructieverzwaring op basis van het advies van de constructeur nu kan worden bepaald. Zij schrijft:

Naar ons oordeel kunnen de maatregelen van bovenaf worden genomen. Daarbij zouden de werkzaamheden in volgorde er als volgt uitzien:

1) Het verwijderen van alle dakbedekkingen en isolatie van het platte dak.

2) De randbalk onderstempelen, daarmee de randbalk te ontlasten en op hoogte te stellen voor zover de constructie dit toelaat.

3) De slopen van het dakbeschot over het gehele dakvlak.

4) De verzwaring van de randbalk aanbrengen. De nieuwe randbalk, direct tegen de bestaande randbalk te stellen en vervolgens volledig door te koppelen met draadeinden in combinatie met kramplaten (Dit op basis van opgave constructeur).

5) Vervolgens het dakvlak uitlijnen en de balklaag opklampen. Hierbij kan naar keuze een klampbalk van 40 x 171 mm of 2 x multiplexstroken dik 18 mm aan weerszijden van de balk te plaatsen en te vernagelen volgens door constructeur aan te geven spijkerpatroon.

6) Aanbrengen van nieuw dakbeschot, isolatie en mastiekranden bij de randaansluitingen.

7) Het afwerken van het dak met een nieuwe bitumineuze dakbedekking van APP-gemodificeerd bitumen. Hierbij met name aandacht voor het verdiept aanleggen van de dakafvoeren.

We raden de Vve Molbord aan om op basis van dit rapport tezamen met aannemer een volledig plan van aanpak op te stellen.
3.8.
VvE Molbord heeft op 15 april 2014 een vergadering gehouden waarin onder andere het meerjarenonderhoud aan de orde is gekomen. In de notulen wordt melding gemaakt van de ontvangst van de rapporten van VvE Advies. Opgemerkt wordt verder:

“Uit de rapportages blijkt dat de doorbuiging van de houten balken teveel is. De 4 hoge daken zijn urgent en moeten directe aangepakt worden.

Voor alle resterende daken moet ook de komende 5 jaar alles hersteld worden. Dit houdt in dat we nieuwe dakbedekkingen aanleggen, zo ook nieuwe isolatie en een nieuwe dakplaat. Deze dakplaat moet zorgdragen voor een herstel in de doorbuiging en stijfheid. Tevens moet er bij de overgang van de platte naar de schuine daken een extra dakbalk bijgelegd worden. Maasdelta VvE Beheer laat naast de aanwezige rapportage nog een aanvullende rapportage maken mbt de juridische zaken. Zodoende kunnen we uitzoeken en onderbouwingen hoe en waarom we Maasdelta (vorige eigenaar) aansprakelijk kunnen stellen.

(…)”

Na de vaststelling van de voorzitter van de VvE dat zij een tweede opzichter benoemd zou willen zien, naast de bestaande opzichter van Maasdelta, en dat zij daarvoor [gedaagde] op het oog heeft, wordt het volgende besluit genomen:

“Besluit: De ALV besluit om de meerjarenonderhoudsbegroting vast te stellen en verleent de beheerder mandaat om hel grootonderhoud 2014+2015 uit te laten voeren binnen het gestelde bedrag in de MJOB en dit te begeleiden tegen 6% directiekosten.

John [gedaagde] wordt medeopzichter bij groot onderhoud daken en vanuit de 6% directiekosten (inzake beheerder/begeleiding) betaald door VvE beheer Maasdelta. John [gedaagde] zal tevens bij klein onderhoud vinger aan de pols houden net als de voorzitter.”
3.9.
Maasdelta heeft hierna op 3 juni 2014 aan Van Vugt Dakbedekkingsbedrijf B.V. (verder: Van Vugt) opdracht gegeven om de werkzaamheden uit te voeren die zij al eerdere had geoffreerd in een offerte van 30 oktober 2013, te weten “het vervangen van vier hoge daken in de complexen van VvE Molbord” voor in totaal € 34.620 excl. btw. In deze offerte is door Van Vugt bepaald: “Uitgangspunt is, dat de dakbalken van hout zijn en nog in goede staat verkeren en op afschot liggen”. In de opdrachtbevestiging verwijst Maasdelta naar de rapportage van BDA Dakadvies van 2013 alsmede naar de, na de offerte van Van Vugt opgestelde, rapporten van VvE Advies van 2014.
3.10.
Door Van Vugt zijn de desbetreffende werkzaamheden in de zomer van 2014 uitgevoerd. Ook [gedaagde] heeft toen werkzaamheden aan daken uitgevoerd. Hiervoor heeft hij Maasdelta op 8 en 21 juli en 17 september 2014 facturen gestuurd voor materiaal en arbeidsloon (in totaal € 10.875,64) en op 17 oktober 2014 een factuur van € 1.835,39 voor opzichterwerkzaamheden. De eerste drie facturen bevatten telkens de volgende omschrijving van het door hem verrichte werk:

Voor u werkzaamheden verricht inzake het aanbrengen en uitvullen van de daken/het (…) dak te weten: [volgen adres en nummers]. Het oplossen en herstellen, d.m.v. aanbrengen houten balken, van de verzakkingen voor de dakdekker van Vught uit, zodat de dakdekker een egaal en vlak dak heeft om de nieuwe dakbedekking aan te kunnen brengen en de doorgezakte balken weer gestabiliseerd zijn en een goede ondersteunende functie hebben (constructief één geheel zijn).
3.11.
Ook in 2015 hebben Van Vugt en [gedaagde] aan daken van panden van VvE Molbord gewerkt. Van Vugt droeg zorg voor de sloop, het leggen van dakbeschot, isolatie, bedekking, randafwerking, loodafwerking en dakdoorvoeringen. [gedaagde] had op 18 maart 2015 een offerte met een vaste aanneemsom voor zijn werkzaamheden uitgebracht waarin hij zijn werkzaamheden als volgt omschreef:

“Aanneemsom alle daken in 2015 uitvullen, balken vervangen/plaatsen waar nodig is gebleken gezien de verzakkingen, inclusief benodigde materialen en arbeidsloon. Werkzaamheden worden uitgevoerd, in overleg met J.B. [gedaagde] en dakdekker, voor de dakdekker uit.

Op 19 juni 2015 heeft [gedaagde] voor zijn werkzaamheden aan vier woonblokken een factuur van (4 x € 6.000,- =) € 24.000,00 excl. btw aan Maasdelta gestuurd met als omschrijving:

Werkzaamheden voor u uitgevoerd, zoals geoffreerd, per dak in regie uitvullen en balken plaatsen waar nodig is gebleken ivm verzakking/doorzakken bestaande constructie.
3.12.
In 2017 heeft een beheerderswisseling bij VvE Molbord plaatsgevonden. De nieuwe beheerder, P. Kwadraat VvE Beheer & Advies B.V., heeft [gedaagde] meegedeeld geen nieuwe opdrachten meer aan hem te verstrekken en dat onderzoek zou worden gedaan naar de door hem in het verleden uitgevoerde werkzaamheden.
3.13.
De nieuwe beheerder van VvE Molbord heeft VvE Advies benaderd om een bouwkundige inspectie uit te voeren naar aanleiding van “het vermoeden dat de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden aan de dakconstructies niet correct waren uitgevoerd”.
3.14.
Op 5 oktober 2017 heeft VvE Advies hierover gerapporteerd. Zij heeft een inspectie bij een woning verricht en daarbij de dakconstructie van binnenuit beoordeeld. Vervolgens heeft zij haar bevindingen besproken met de eerder al door haar ingeschakelde constructeur.

De bevindingen in het rapport luiden, samengevat, met betrekking tot de balkenlaag als volgt:

- De aannemer heeft de balken van het dak afwijkend van het in 2014 gegeven hersteladvies opgeklampt: hij heeft regels toegepast in de afmeting 46 x 91 mm in plaats een klampbalk met afmeting 40 x 171 mm of het alternatief van twee multiplexstroken in een dikte van dikte 18 mm. De constructeur is van mening dat de bijdrage die de kleinere regels leveren aan de beperking van de doorbuiging maar 20 % is ten opzichte van de waarde van de geadviseerde verzwaring.

- De opgeklampte regels van 46 x 91 mm zijn aan de bestaande balk gekoppeld door middel van normale houtschroeven op een afstand van circa 50 cm h.o.h. Dat is in constructief opzicht onvoldoende. Zoals in het hersteladvies van 31 maart 2014 is aangegeven, diende de vernageling plaats te vinden volgens opgave van de constructeur. De constructeur is echter niet door aannemer benaderd voor nader advies. Het is niet bekend of de aannemer een andere constructeur heeft geraadpleegd. Daarnaast zijn de regels te hoog aangebracht waardoor de overlapping met de balk gering is.

- Bij de oplegging van de balken bij bouwmuur en zijgevelwand is de opgeklampte regel door aannemer onvoldoende doorgezet tot het einde van de balk.

- De opgeklampte regels lopen niet in één geheel door over de overspanningslengte. De aannemer heeft gewerkt met handelslengten die te klein waren voor de gehele overspanningslengte. Daarmee wordt de constructieve waarde van de opklampte regel teniet gedaan.

VvE concludeert met betrekking tot de balklaag van het geïnspecteerde dak:

“De uitgevoerde versterkingsmaatregelen voldoen in constructief opzicht niet. Constructeur

geeft aan dat de samenwerking van opgeklampte regel en de bestaande balklaag niet tot

stand is gekomen. De koppeling van het nieuwe dakbeschot aan de balklaag is minder stabiel dan in de oorspronkelijke situatie.”

Met betrekking tot de constructie van de randbalk, op de grens van het platdak met het schuin dakvlak, die zoals al in het eerdere hersteladvies was opgemerkt in oorsprong in afwijking van de bouwvergunningstekening was uitgevoerd, concludeert VvE Advies onder het kopje “Conclusie, knooppunt plat dak/schuin dakvlak”:

“Situatie is geheel anders dan opgenomen in het advies d.d. 31-03-2014. In constructief opzicht is de situatie zelfs nog nadeliger. Naar ons oordeel had aannemer direct de afwijking moeten signaleren en een constructeur in moeten schakelen. De thans uitgevoerde constructieve aanpassing voldoet niet. Als de situatie zoals uitgevoerd bij de woning (de onderzochte woning, adres verwijderd, toevoeging rb) representatief is voor de uitvoering van de andere woningen, dient het hele werk te worden afgekeurd. Aanpassingen kunnen niet langer uitblijven, immers de situatie is in constructief opzicht minder stabiel geworden.”
3.15.
Bij brief van 12 oktober 2017 heeft (VvE Advies namens) VvE Molbord [gedaagde] in gebreke gesteld. Daarin wordt er mede op gewezen, dat is vastgesteld dat bij twee woningen oorspronkelijk onjuiste gordinglassen zijn toegepast waardoor de veiligheid van de dakconstructie niet meer gegarandeerd kan worden. [gedaagde] wordt gesommeerd binnen 24 uur na ontvangst van de brief het gebrek aan de gordinglassen en voor het overige binnen 14 dagen na ontvangst van de brief aan de verplichtingen uit de overeenkomst(en) te voldoen en de gemelde gebreken te verhelpen.
3.16.
[gedaagde] heeft afwijzend op de ingebrekestelling gereageerd. Tussen partijen is hierna zonder resultaat verder gecorrespondeerd. Uiteindelijk is door VvE Molbord TOP Expertise gevraagd de herstelkosten voor het alsnog uitvoeren van herstelwerk aan de dakconstructie te begroten. De raming van TOP Expertise daarvan is later bijgesteld op een bedrag van € 431.120,- incl. btw.
<nr>4</nr>De vorderingen in de hoofdzaak 4.1.
VvE Molbord vordert, zakelijk, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Van [gedaagde] zal veroordelen om aan VvE Molbord te voldoen:

1. terzake vervangende schadevergoeding € 431.120,00 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 359.120,00 vanaf 20 juni 2020 en over € 72.000,00 vanaf de datum van de dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening;

2. terzake aanvullende schadevergoeding € 6.339,48 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2020 tot de dag der algehele voldoening;

3. terzake expertisekosten € 1.887,60 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.452,00 vanaf 20 juni 2020 en de wettelijke rente over € 290,40, vanaf de datum der dagvaarding;

4. terzake buitengerechtelijke incassokosten € 3.971,74 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente van art. 6:119 BW vanaf 20 juni 2020 dan wel vanaf de datum der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na vonnisdatum tot de dag der algehele voldoening.
4.2.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd en tot afwijzing van de vorderingen geconcludeerd, met, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van VvE Molbord in de kosten van het geding, met nakosten.
<nr>5</nr>De beoordeling in de hoofdzaak 5.1.
Dit geschil gaat over de vraag of [gedaagde] een tekortkoming in de nakoming van een door hem met VvE Molbord gesloten aannemingsovereenkomst kan worden verweten.
5.2.
In de eerste plaats is tussen partijen in geschil of de gestelde tekortkoming kan worden gebaseerd op het feit dat [gedaagde] niet de instructies heeft gevolgd voor het te verrichten herstelwerk zoals opgenomen in het rapport van VvE Advies van 31 maart 2014. Deze instructies hadden betrekking op de maatvoering van de aan te brengen verstevigingsbalken, de wijze waarop deze dienden te worden bevestigd en bevatten de instructie dat de constructeur daarover bij de uitvoering van het werk nader moest worden geraadpleegd (zie hiervoor onder 3.7).
5.3.
De rechtbank overweegt dat in het dossier geen aanknopingspunten te vinden zijn op grond waarvan kan worden aangenomen dat [gedaagde] ervan op de hoogte was dat VvE Advies instructies had gegeven over de wijze waarop het herstel diende te worden uitgevoerd. De rechtbank is van oordeel niet dat vast staat dat [gedaagde] bekend was met het rapport van VvE Advies van 31 maart 2014.
5.4.
Anders dan VvE Molbord aanvoert, kan uit de notulen van de vergadering van de VvE van 15 april 2014 niet worden afgeleid dat [gedaagde] met genoemd rapport en de daarin opgenomen herstelinstructies bekend was. In de notulen van die vergadering wordt weliswaar de ontvangst van de twee door VvE Advies in 2014 uitgebrachte rapporten vermeld, waaronder het rapport van 31 maart 2014, en staat vermeld dat [gedaagde] op die vergadering aanwezig was, omdat hij toen aan de leden van de VvE werd voorgesteld, maar dat is onvoldoende om te concluderen dat [gedaagde] daadwerkelijk bekend was met de inhoud van het rapport. [gedaagde] was zelf geen lid van de VvE en uit de notulen blijkt niet dat het advies daadwerkelijk met hem is gedeeld. VvE heeft tegenover de nadrukkelijke betwisting van [gedaagde] dat hij van de door VvE Advies geadviseerde herstelwerkzaamheden op de hoogte was, het tegendeel niet aangetoond. De rapporten van VvE Advies zijn toegestuurd aan VvE-beheerder Maasdelta, maar niet blijkt dat zij vervolgens naar [gedaagde] zijn doorgestuurd. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de aanwezigheid van [gedaagde] bij de door VvE Advies uitgevoerde tweede visuele inspectie op 28 februari 2014 ten behoeve van het rapport van 31 maart 2014 evenmin worden afgeleid dat hij op de hoogte was van laatstgenoemd rapport, alleen al omdat dit later is uitgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan de stelling van VvE Molbord dat [gedaagde] bekend was of moet zijn geweest met het rapport ook niet worden gebaseerd op de suggestie van VvE Molbord dat [gedaagde] in de relevante periode een relatie had met de voorzitster van de VvE. Wat hiervoor over het rapport van VvE Advies van 31 maart 2014 is opgemerkt, geldt ook voor het eerste rapport van VvE Advies van 20 januari 2014.
5.5.
Vast staat dat de VvE aan [gedaagde] geen schriftelijke opdracht heeft gegeven voor het uitvoeren van herstelwerk aan de daken van de panden van de VvE. Ook daaruit kan dus niet worden afgeleid dat [gedaagde] is meegedeeld dat hij de herstelwerkzaamheden zoals omschreven in het rapport van VvE Advies diende uit te voeren.
5.6.
De vraag rijst wat aan [gedaagde] dan wel is opgedragen te doen. Dat kan worden afgeleid uit wat [gedaagde] daarover zelf heeft opgeschreven in zijn facturen van 2014, de offerte die hij in 2015 heeft uitgebracht en de factuur uit 2015. Uit die stukken volgt dat [gedaagde] is verzocht de dakconstructie van de daken vlak te maken (voor de dakdekker) maar ook dat hij deze zodanig te verstevigen dat deze niet meer, althans niet zo ernstig als voorheen, zouden doorbuigen.
5.7.
Voor zover [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij alleen maar een egaal ondervlak hoefde te maken voor de dakdekker, volgt de rechtbank hem daarin niet. Uit de omschrijving die hij zelf van het door hem verrichte en het nog te verrichten werk in zijn facturen van 2014 (zie onder 3.10) en zijn offerte van 2015 geeft, blijkt, zoals hij zelf schrijft, dat hij houten balken zou aanbrengen, niet alleen om het dak uit te vlakken maar ook om de bestaande, doorgezakte balken te stabiliseren zodat zij een goede ondersteunende functie zouden hebben, wat niet anders begrepen kan worden dan dat hij de dakconstructie constructief zou herstellen, welk woord hij zelf ook gebruikt.
5.8.
Het enkele feit dat [gedaagde] niet de maatvoering van de balken, die zouden worden gebruikt om de bestaande balken van het dak te verzwaren, heeft aangehouden zoals omschreven in het rapport van VvE Advies, is onvoldoende om te concluderen dat [gedaagde] in de uitvoering van zijn opdracht tekort is geschoten. De gestelde tekortkoming van [gedaagde] kan echter ook worden gebaseerd op het feit dat hij zijn werkzaamheden niet heeft uitgevoerd op een wijze die bouwkundig-constructief voldoende was en dat hij daarmee (herstel)werk heeft opgeleverd dat constructief onder de maat was. Uit de rapportage van VvE Advies van 5 oktober 2017 kan niet anders worden afgeleid dan dat het werk van [gedaagde] constructief niet goed was. Die rapportage is inhoudelijk door [gedaagde] onvoldoende bestreden.
5.9.
De vraag die dan resteert is of het bouwkundig onvoldoende juist uitvoeren door [gedaagde] van het herstelwerk (en de daaruit voortvloeiende schade) als (een gevolg van) een tekortkoming aan [gedaagde] kan worden toegerekend. In het verweer van [gedaagde] ligt besloten dat hij dat tegenspreekt. Op grond van de volgende overwegingen beantwoordt de rechtbank die vraag ook ontkennend.
5.10.
[gedaagde] was een timmerman en geen aannemer. Dat was de VvE bekend. Dat de opdracht van VvE Molbord aan [gedaagde] als een overeenkomst van aanneming moet worden gekwalificeerd doet hieraan niet af. [gedaagde] werd tot dan toe slechts ingeschakeld voor het uitvoeren van (kleine technische) klusjes.
5.11.
De VvE heeft [gedaagde] , zoals hiervoor is vastgesteld, geen duidelijke instructies gegeven hoe het herstelwerk aan de daken diende te worden uitgevoerd. Vast staat wel dat VvE Molbord (althans haar toenmalige beheerder, Maasdelta) over het hersteladvies met specifieke voorschriften op dat punt van VvE Advies van 31 maart 2014 beschikte. Niet blijkt dat met dat hersteladvies daadwerkelijk iets is gedaan. VvE Advies adviseert in haar rapport van 31 maart 2014 aan het slot nadrukkelijk om op basis van het rapport “in samenspraak met aannemer een plan van aanpak” op te stellen. Niet gebleken is dat de VvE daaraan uitvoering heeft gegeven.
5.12.
VvE Molbord heeft [gedaagde] zonder schriftelijke opdracht aan het werk gezet. [gedaagde] werd voor zijn werk voor de dakrenovatie door de VvE op uurbasis betaalt, op dezelfde wijze als hij eerder voor andere klusjes die hij uitvoerde werd betaald.
5.13.
Het moet ervoor worden gehouden dat [gedaagde] niet op de hoogte was van het feit dat VvE Advies in haar rapport van 31 maart 2014 had vastgesteld dat de onderliggende balken van het dak al in oorsprong afweken van de bouwvergunningsvoorschriften. Tot die vaststelling kwam VvE Advies na onderzoek van de bouwvergunningsstukken. Zoals hiervoor aan de orde is gekomen, is niet komen vast te staan dat [gedaagde] van dit rapport (of de bijlagen, die ook in deze procedure niet zijn overgelegd) op de hoogte is gesteld.
5.14.
Het ligt niet voor de hand dat [gedaagde] de instructies voor het hersteladvies van VvE Molbord bewust heeft genegeerd. Het zou voor hem veel eenvoudiger zijn geweest als hij voor het herstelwerk zou hebben kunnen terugvallen op voorschriften over de maten van de aan te brengen nieuwe balken en de manier waarop deze aan de oude balken moesten worden bevestigd.
5.15.
Tegen de achtergrond van zijn positie ten opzichte van de VvE, die werd bijgestaan door een professioneel beheerder, valt het [gedaagde] niet ernstig kwalijk te nemen dat hij niet, zoals hij wel zou hebben moeten doen, een constructeur heeft ingeschakeld om voor hem uit te rekenen welke balken moesten worden gebruikt en op welke wijze deze dienden te worden gekoppeld aan de bestaande balkenconstructie om te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit of bij VvE Molbord te informeren of die berekeningen niet al door een constructeur waren gemaakt. Voor zover [gedaagde] op dat punt wel een verwijt kan worden gemaakt, kan daarvan naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid niet worden gezegd dat deze een van belang zijnde bijdrage heeft gehad aan het ontstaan van de schade, aangezien de bijdrage die de handelwijze van de VvE heeft gehad aan het ontstaan van die schade, door geen duidelijke werkinstructies aan [gedaagde] te geven en hem niet te informeren over de bevindingen van het onderzoek van VvE Advies en haar constructeur, waar zij vervolgens zelf ook geen uitvoering heeft gegeven door geen plan van aanpak op te stellen, in die mate overwegend is dat de bijdrage van de tekortkoming van [gedaagde] in het niet valt.
5.16.
Uit een en ander concludeert de rechtbank dat [gedaagde] niet aansprakelijk is voor een hem toe te rekenen tekortkoming. De vorderingen van VvE Molbord worden daarom afgewezen.

Proceskosten
5.17.
VvE Molbord zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten voor zover gevallen aan de zijde van [gedaagde] worden veroordeeld (art. 237 Rv). Die proceskosten worden begroot op € 2.626,00 aan griffierecht, € 7.446,00 aan salaris voor de advocaat (2 punten x € 3723,00) en € 178,00 aan nakosten, plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing. Dat is in totaal € 10.250,00.
5.18.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [gedaagde] dat heeft gevorderd en daartegen door VvE Molbord geen bezwaar is gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis op dit punt meteen mag worden uitgevoerd, ook als hoger beroep zou worden ingesteld.
<nr>6</nr>De beoordeling van de vrijwaringszaak 6.1.
[gedaagde] heeft Univé in vrijwaring opgeroepen. Hij eist dat Univé aan hem moet betalen waartoe hij in de hoofdzaak (eventueel) wordt veroordeeld. Dat baseert hij op een CAR- en AVB-verzekering die hij bij Univé heeft afgesloten. Univé betwist dat zij gehouden is [gedaagde] vrijwaring te verlenen. Zij voert aan dat de verzekering pas na 1 januari 2016 in werking zijn getreden, dus na het schadevoorval en dus geen dekking geven en een zogenoemd inlooprisico niet bij de verzekeringen is meeverzekerd.
6.2.
Nu de vorderingen van VvE Molbord tegen [gedaagde] in de hoofdzaak worden afgewezen en geen veroordeling van [gedaagde] in de hoofdzaak plaatsvindt, is er geen grond of belang voor toewijzing van de vordering van [gedaagde] in vrijwaring. Die vordering wordt daarom afgewezen.
6.3.
[gedaagde] zal als in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de vrijwaring, tot op heden aan de zijde van Univé begroot op: € 6.617,00 aan griffierecht, € 1.306,00 salaris voor de advocaat (2 punten x € 653,00 per punt, tarief II) en € 178,00 aan nakosten, plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing. Dat is in totaal € 8.101,00. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals

vermeld in de beslissing.
6.4.
Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat Univé dat heeft gevorderd en daartegen door [gedaagde] geen bezwaar is gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als hoger beroep zou worden ingesteld.
<nr>7</nr>De beslissing
De rechtbank:

in de hoofdzaak
7.1.
wijst de vorderingen van VvE Molbord af;
7.2.
veroordeelt VvE Molbord in de proceskosten, aan de kant van [gedaagde] begroot op € 10.250,00, te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis. Als VvE Molbord niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet VvE Molbord € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
7.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de vrijwaringszaak
7.4.
wijst de vordering van [gedaagde] af;
7.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van Univé begroot op € 8.101,00, te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis. Als [gedaagde] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet hij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening; een en ander met

de wettelijke rente hierover als bedoeld in artikel 6:119 BW bij niet tijdige betaling.
7.6.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Molenaar. Het is door de rolrechter ondertekend en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Artikel delen