Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBROT:2026:5242

Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekers woning is met spoed gesloten voor een maand, omdat daarin een seksbedrijf werd geëxploiteerd zonder vergunning. Uit de rapportage van de politie blijkt dat drie vrouwen in de woning zijn aangetroffen, die daar in ieder geval een paar dagen hebben gewerkt en meerdere klanten hebben ontvangen. Verzoeker heeft verwijtbaar gehandeld door geen toezic...

Rechtbank Rotterdam 28 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:5242 text/xml public 2026-05-28T14:53:16 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-05-07 ROT 26/3325 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5242 text/html public 2026-05-28T14:51:54 2026-05-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5242 Rechtbank Rotterdam , 07-05-2026 / ROT 26/3325
Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekers woning is met spoed gesloten voor een maand, omdat daarin een seksbedrijf werd geëxploiteerd zonder vergunning. Uit de rapportage van de politie blijkt dat drie vrouwen in de woning zijn aangetroffen, die daar in ieder geval een paar dagen hebben gewerkt en meerdere klanten hebben ontvangen. Verzoeker heeft verwijtbaar gehandeld door geen toezicht te houden op wat er in zijn woning gebeurde. Hij heeft een minderjarige dochter, maar die heeft haar hoofdverblijf ergens anders. Verzoeker is voor het uitoefenen van het gezinsleven ook niet gebonden aan zijn eigen woning. De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/3325
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2026 in de zaak tussen [verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker
(gemachtigde: mr. M.P. Harten),

en
de burgemeester van Rotterdam
(gemachtigde: mr. C.W. de Jong).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woonbron uit Rotterdam

(gemachtigde: mr. M.W. Kox).
Samenvatting
Verzoekers woning is met spoed gesloten voor een maand, omdat daarin een seksbedrijf werd geëxploiteerd zonder vergunning. Uit de rapportage van de politie blijkt dat drie vrouwen in de woning zijn aangetroffen, die daar in ieder geval een paar dagen hebben gewerkt en meerdere klanten hebben ontvangen. Verzoeker heeft verwijtbaar gehandeld door geen toezicht te houden op wat er in zijn woning gebeurde. Hij heeft een minderjarige dochter, maar die heeft haar hoofdverblijf ergens anders. Verzoeker is voor het uitoefenen van het gezinsleven ook niet gebonden aan zijn eigen woning. De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 17 april 2026 heeft de burgemeester verzoekers woning met spoed gesloten voor een maand, omdat daarin een seksbedrijf werd geëxploiteerd zonder vergunning. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, verzoekers broer ([naam 1]), [naam 2] als tolk, de gemachtigde van de burgemeester en mr. V. Aziz (namens de burgemeester).
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?

3. Verzoeker staat ingeschreven op het adres [adres], samen met zijn jongere broer [naam 1]. Verzoeker huurt deze woning van Stichting Woonbron.

4. De politie heeft op 14 april 2026 de woning gecontroleerd naar aanleiding van een advertentie op de website www.kinky.nl voor het aanbieden van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Er is een afspraak gemaakt met de adverteerster en zo kwam de politie uit bij verzoekers woning. In de woning zijn drie vrouwen aangetroffen die verklaarden werkzaam te zijn in de prostitutie. Twee van hebben verklaard dat zij klanten in de woning hebben ontvangen. Ook is er een klant aangetroffen. Voor verzoekers adres was geen vergunning verleend voor de exploitatie van een seksbedrijf. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 16 april 2026.

Waar gaat het in deze zaak om?

5. De burgemeester heeft de illegale seksinrichting met spoed gesloten voor de duur van een maand. Verzoeker is het niet eens met de sluiting van zijn woning. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat hij weer toegang krijgt tot zijn woning.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af

6. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Is er een spoedeisend belang?

7. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening bestaat, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.

8. Verzoeker werkt als militair. Hij heeft tijdens de zitting verklaard dat hij elk kwartaal ongeveer twee weken van huis is. Hij heeft niet de mogelijkheid om op de kazerne te slapen, omdat hij dichtbij de kazerne woont en daarom geen recht heeft op een slaapplaats. Verzoeker verklaart op dit moment in zijn auto te slapen en een keer in de schuur bij zijn woning te hebben overnacht. Omdat verzoeker geen vaste slaapplek lijkt te hebben, heeft hij naar het oordeel van de voorzieningenrechter een spoedeisend belang bij het voeren van deze procedure.

Beoordelingskader

9. De burgemeester is op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 bevoegd om een seksinrichting sluiten als deze zonder geldige vergunning wordt geëxploiteerd. Uit de toelichting op artikel 3:9a van de APV volgt dat als de burgemeester een seksinrichting sluit, hij dat doet in het belang van de openbare orde. Dit betekent dat de burgemeester het noodzakelijk mag achten om een pand te sluiten als de openbare orde op het moment dat hij besluit het pand te sluiten nog steeds is of dreigt te worden verstoord. Het is aan de burgemeester om aannemelijk te maken dat daarvan sprake is.

10. Volgens het handhavingskader illegale prostitutie wordt een woning met een illegale seksinrichting bij een eerste constatering versneld gesloten voor een maand.

Bevoegdheid en noodzaak

11. De burgemeester was bevoegd om verzoekers woning te sluiten. Dat is tussen partijen ook niet in geschil.

12. Verzoeker voert aan dat de sluiting van zijn woning niet noodzakelijk is, omdat de illegale situatie is beëindigd, er geen herhalingsgevaar is en er geen acute dreiging is. Ook is er volgens hem geen ernstige verstoring van de openbare orde die een sluiting rechtvaardigt.

13. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester de onmiddellijke sluiting van de woning noodzakelijk heeft kunnen achten. Door het bedrijfsmatig aanbieden van seksuele handelingen in het pand wordt het woon- en leefklimaat van de omwonenden in ernstige mate aangetast. De aanwezigheid van een illegale seksinrichting heeft in het algemeen een aanzuigende werking op het ontstaan van illegale praktijken in de omgeving, versterkt het onveiligheidsgevoel in de omgeving en veroorzaakt maatschappelijke onrust. Daaraan doet naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geval niet af dat geen overlast in of rondom het pand of loop naar het pand is vastgesteld. De voorzieningenrechter weegt daarbij mee dat uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat de politie via een seksadvertentie een afspraak met een sekswerker heeft gemaakt, waarbij het adres van de woning aan de politie is doorgegeven. Daarnaast blijkt uit de bestuurlijke rapportage dat de vrouwen in ieder geval twee dagen in de woning zijn geweest en in die korte periode meerdere klanten hebben ontvangen.

14. De burgemeester spreekt daarom terecht van een illegale, zeer onwenselijke en onveilige situatie. De burgemeester heeft de onmiddellijke sluiting van de woning daarom noodzakelijk mogen achten om de openbare orde te herstellen, verdere verstoring van de openbare orde te voorkomen, een signaal af te geven dat het geconstateerde feit onacceptabel is, de overloop van vergunde naar onvergunde prostitutie een halt toe te roepen en de bekendheid van het pand als prostitutiepand ongedaan te maken.

Evenwichtigheid

15. Verzoeker voert aan dat de sluiting van de woning niet evenwichtig is. Volgens verzoeker heeft hij niet verwijtbaar gehandeld. Tijdens de zitting heeft hij toegelicht dat hij een minderjarige dochter heeft die drie dagen per week bij hem is: in het weekend en op woensdagen in de weken dat hij thuis is. Zijn ex-partner is niet in staat om hun dochter zeven dagen per week op te vangen. Daarnaast heeft verzoeker inmiddels een brief ontvangen van Stichting Woonbron met de vraag of verzoeker de huur vrijwillig wil opzeggen. Verzoeker wil dit niet. Uit het verzoekschrift blijkt dat hij hoopt dat hij met een toewijzing van de voorlopige voorziening een ontbinding van de huurovereenkomst kan voorkomen.

16. De voorzieningenrechter vindt de gevolgen van de sluiting vooralsnog niet onevenwichtig.

17. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker een verwijt kan worden gemaakt van de aangetroffen situatie. Hij is als hoofdbewoner verantwoordelijk voor wat er in de woning gebeurt. Volgens verzoekers broer was verzoeker afwezig in verband met werk toen een voetbalvriend op een avond aanbelde met het verhaal dat hij door zijn ouders op straat was gezet en dat hij onderdak zocht. Verzoekers broer zou vervolgens contact hebben opgenomen met verzoeker, die met enige aarzeling toestemming heeft gegeven dat deze persoon voor één of twee dagen in de woning kon verblijven. Wat vervolgens niet te begrijpen is, is dat verzoekers broer zijn sleutel heeft afgegeven aan deze persoon en zelf uit de woning is vertrokken om – naar de voorzieningenrechter aanneemt – bij zijn vriendin te verblijven. Er was dus geen enkel toezicht in de woning aanwezig. Dit is verzoeker aan te rekenen.

18. De politie heeft in de bestuurlijke rapportage opgemerkt dat er in de woning geen signalen waren dat deze (permanent) bewoond werd. Verzoeker heeft daarvan gezegd dat op één van de foto’s schoenen te zien zijn en dat die van hem zijn. Daarnaast zou zijn kleding opgeborgen zijn in de (dichte) kast. De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen aanleiding om te twijfelen aan verzoekers verklaring dat hij daar woont. Zo heeft één van de vrouwen in de woning verklaard dat er kleding van andere mensen in de woning aanwezig is. Verder zullen de koffers en douchespullen die op de foto’s zichtbaar zijn van de vrouwen zijn die in de woning zijn aangetroffen. Dit maakt echter niet dat verzoeker er niet zou wonen. Het is overigens wel opvallend dat er op de foto’s geen kinderspullen te zien zijn, terwijl verzoekers dochter daar wel drie dagen per week zou verblijven. Er kan echter niet worden uitgesloten dat de politie alleen foto’s heeft gemaakt van spullen die de illegale situatie ondersteunen en niet van spullen die niets te maken hebben met de illegale seksinrichting.

19. Verzoekers minderjarige dochter staat niet ingeschreven op zijn adres en verblijft het merendeel van de week bij verzoekers ex-partner. Zij heeft dus geen hoofdverblijf bij verzoeker en loopt dus ook geen risico om dakloos te worden. Daarnaast zou verzoeker ook op een andere locatie het gezinsleven met zijn dochter kunnen uitoefenen; hij is hiervoor niet gebonden aan zijn eigen woning. Bovendien gaat het vooralsnog om een tijdelijke sluiting voor een relatief korte periode.

20. Daarnaast is niet gebleken dat Stichting Woonbron al stappen heeft gezet om te komen tot ontbinding van de huurovereenkomst. Zoals de situatie nu is, zou verzoeker na de sluiting kunnen terugkeren naar zijn eigen woning.

21. De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester van plan is om de woningsluiting te verlengen naar drie maanden. Hierover is nog geen definitief besluit genomen. De voorzieningenrechter geeft de burgemeester mee dat het nog maar de vraag is of een dergelijke verlenging bij de rechter stand zal kunnen houden. Uit de bestuurlijke rapportage lijkt naar voren te komen dat er sprake was van een kortdurende illegale situatie van een paar dagen. De burgemeester zal bij een verlenging moeten motiveren waarom het voor het herstel van de openbare orde van belang is dat de woning nog langer gesloten moet blijven.
Conclusie en gevolgen
22. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning gesloten mag houden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel (TMM)

Artikel 3:9a, eerste lid, van de APV

Nota prostitutie en seksbranche Rotterdam 2015

Artikel delen