Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBROT:2026:5295

Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeksters woning is met spoed gesloten voor een maand, omdat daarin een seksbedrijf werd geëxploiteerd zonder vergunning. De woning is tijdens verzoeksters verblijf in het buitenland gedurende langere tijd gebruikt door meerdere sekswerkers. Het pand is bekend in het circuit. Verzoekster moet meer duidelijkheid geven over de gang van zaken en hoe zij di...

Rechtbank Rotterdam 28 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:5295 text/xml public 2026-05-28T14:58:46 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-05-07 ROT 26/3695 Uitspraak Proces-verbaal NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5295 text/html public 2026-05-28T14:57:36 2026-05-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5295 Rechtbank Rotterdam , 07-05-2026 / ROT 26/3695
Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeksters woning is met spoed gesloten voor een maand, omdat daarin een seksbedrijf werd geëxploiteerd zonder vergunning. De woning is tijdens verzoeksters verblijf in het buitenland gedurende langere tijd gebruikt door meerdere sekswerkers. Het pand is bekend in het circuit. Verzoekster moet meer duidelijkheid geven over de gang van zaken en hoe zij dit in de toekomst gaat voorkomen. Verder is de duur van de sluiting bijna achter de rug. De voorzieningenrechter vindt de sluiting op dit moment nog steeds evenwichtig. Het verzoek wordt afgewezen.

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/3695

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2026 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
<?linebreak?> [verzoekster], uit Rotterdam, verzoekster
(gemachtigde: mr. G.A.S. Maduro),

en
de burgemeester van Rotterdam
(gemachtigde: mr. C.W. de Jong).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Havensteder uit Rotterdam.
Inleiding
1. Met het bestreden besluit van 16 april 2026 heeft de burgemeester verzoeksters woning met spoed gesloten voor een maand, omdat daarin een seksbedrijf werd geëxploiteerd zonder vergunning. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, de gemachtigde van de burgemeester en mr. V. Aziz (namens de burgemeester).

3. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?

4. Verzoekster staat ingeschreven op het adres [adres]. Zij huurt deze woning van Stichting Havensteder.

5. Verzoekster verbleef in het buitenland van 31 december 2025 tot en met 26 april 2026.

6. De politie heeft op 14 april 2026 verzoeksters woning gecontroleerd naar aanleiding van een advertentie op de website www.kinky.nl voor het aanbieden van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Er is een afspraak gemaakt met de adverteerster en zo kwam de politie uit bij verzoeksters woning. In de woning zijn twee vrouwen aangetroffen die verklaarden werkzaam te zijn in de prostitutie. Zij hebben verklaard dat zij klanten in de woning hebben ontvangen. Voor verzoeksters adres was geen vergunning verleend voor de exploitatie van een seksbedrijf. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 14 april 2026.

Waar gaat het in deze zaak om?

7. De burgemeester heeft de illegale seksinrichting met spoed gesloten voor de duur van een maand. Verzoekster is het niet eens met de sluiting van haar woning. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat zij weer toegang krijgt tot haar woning.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

9. De burgemeester is op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 bevoegd om een seksinrichting sluiten als deze zonder geldige vergunning wordt geëxploiteerd. Volgens het handhavingskader illegale prostitutie wordt een woning met een illegale seksinrichting bij een eerste constatering versneld gesloten voor een maand.

10. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat er gedurende een langere periode sekswerkers in verzoeksters woning actief zijn geweest. Zo heeft één van de aangetroffen vrouwen verklaard dat zij al twee weken in de woning was. De andere vrouw heeft verklaard dat zij daar een week verbleef en dat zij het adres had doorgekregen van een vriendin, die daar eerder had verbleven. Verder heeft de burgemeester tijdens de zitting verklaard dat het bestreden besluit op 16 april 2026 (dus twee dagen na de politie-instap) is uitgereikt en dat de politie toen vier andere sekswerkers in de woning heeft aangetroffen. Het pand is dus bekend in het circuit. Er is sprake van een ernstige situatie en de burgemeester heeft de noodzaak van de sluiting voldoende aangetoond. De voorzieningenrechter vindt de sluiting ook evenwichtig op het moment dat de burgemeester het bestreden besluit heeft genomen.

11. Verzoekster heeft tijdens de zitting verklaard dat zij haar sleutel in goed vertrouwen heeft afgegeven aan de dochter van een vriendin, die tijdens verzoeksters afwezigheid op haar post zou letten. De voorzieningenrechter ziet geen reden om aan die verklaring te twijfelen, maar er ontbreekt nog een heel stuk van het verhaal en dat maakt dat verzoekster wel een verwijt kan worden gemaakt van de situatie die is aangetroffen. Zo hebben verzoeksters vriendin en dochter geen verklaring gegeven voor de aangetroffen situatie. Ook is het vreemd dat zij na de sluiting tegen verzoekster zouden hebben gezegd dat er niets aan de hand was en dat verzoekster haar woning gewoon kon betreden. Daarnaast heeft verzoekster nog geen uitleg gegeven over wat er precies was afgesproken. Verzoekster heeft een beroep gedaan op een uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, maar de voorzieningenrechter vindt dat er geen sprake is van een vergelijkbare zaak. Er zijn te weinig aanknopingspunten om aan te nemen dat het besluit onevenredig is vanwege een kwetsbaarheid bij verzoekster. Ook heeft de voorzieningenrechter geen informatie dat Stichting Havensteder van plan is om de huurovereenkomst te ontbinden. Verder is van belang dat de duur van de sluiting grotendeels achter de rug is en dat verzoekster de woning in beginsel weer zou kunnen betreden op 16 mei 2026. Als er wordt gekeken naar de omstandigheden van het geval, dan is dat geen onredelijke termijn. De voorzieningenrechter vindt daarom dat de sluiting op dit moment nog steeds evenwichtig is.

12. De burgemeester zal volgende week een besluit nemen of de sluiting verlengd gaat worden of niet. Het ligt op de weg van verzoekster om voor die tijd met extra informatie te komen over hoe zij in de toekomst een dergelijke illegale situatie gaat voorkomen. Ook zal verzoekster moeten uitleggen wie de vriendin en dochter zijn en welke afspraken zij met hen heeft gemaakt met betrekking tot de toegang tot haar woning tijdens haar afwezigheid.
Conclusie en gevolgen
13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning gesloten mag houden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

14. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep openstaat.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 3:9a, eerste lid, van de APV

Nota prostitutie en seksbranche Rotterdam 2015

De uitspraak van 17 april 2026, ECLI:RBROT:2026:4439.

Artikel delen