Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBROT:2026:7066

Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekers ontvangen AOW en een pensioen van de ABP. Omdat ze hiermee onder het sociaal minimum komen, ontvangen ze van de SVB een AIO-uitkering. In 2025 is de ABP erachter gekomen dat verzoekers over een lange periode te weinig pensioen hebben gekregen. Zij hebben daarom een nabetaling ontvangen. De SVB heeft vervolgens een bedrag aan te veel ontvangen AI...

Rechtbank Rotterdam 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:7066 text/xml public 2026-07-06T11:58:44 2026-06-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-06-16 ROT 26/4287 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7066 text/html public 2026-07-06T11:57:55 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:7066 Rechtbank Rotterdam , 16-06-2026 / ROT 26/4287
Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekers ontvangen AOW en een pensioen van de ABP. Omdat ze hiermee onder het sociaal minimum komen, ontvangen ze van de SVB een AIO-uitkering. In 2025 is de ABP erachter gekomen dat verzoekers over een lange periode te weinig pensioen hebben gekregen. Zij hebben daarom een nabetaling ontvangen. De SVB heeft vervolgens een bedrag aan te veel ontvangen AIO-uitkering van verzoekers teruggevorderd. De voorzieningenrechter vindt dat de SVB nu al mag verrekenen met de lopende AIO-uitkering. Het verzoek wordt afgewezen.

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/4287

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juni 2026 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
<?linebreak?> [verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit [plaatsnaam], verzoekers
en
de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB
(gemachtigde: mr. G.E. Eind).
Inleiding
1. Met het besluit van 8 september 2025 heeft de SVB een bedrag van € 7.064,99 van verzoekers teruggevorderd. Met het bestreden besluit van 17 februari 2026 heeft de SVB het terugvorderingsbedrag verlaagd naar € 5.257,68. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, [naam] (namens verzoekers) en de gemachtigde van de SVB.

3. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?

4. Verzoekers ontvangen AOW en een pensioen van de ABP. Omdat ze hiermee onder het sociaal minimum komen, ontvangen ze van de SVB een AIO-uitkering. Dit is een extra bedrag voor mensen in Nederland die geen volledige AOW ontvangen en verder geen of weinig inkomsten hebben.

5. In 2025 is de ABP erachter gekomen dat verzoekers over een lange periode te weinig pensioen hebben gekregen. Zij hebben daarom een nabetaling ontvangen. De SVB heeft vervolgens een bedrag van € 5.257,68 aan te veel ontvangen AIO-uitkering van verzoekers teruggevorderd. Verzoekers hebben over deze terugvordering een beroepsprocedure lopen bij de rechtbank (ROT 26/2792).

Waar gaat het in deze zaak om?

6. De SVB heeft berekend hoeveel verzoekers per maand terug zouden kunnen betalen. Met het bestreden besluit van 1 mei 2026 heeft de SVB bepaald dat de schuld van verzoekers bij de SVB vanaf juni 2026 wordt verrekend met hun AIO-uitkering, waardoor zij elke maand € 150,- (twee keer € 75,-) minder uitbetaald krijgen. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij willen met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat zij voorlopig niets hoeven terug te betalen, totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak over de terugvordering. De SVB heeft toegezegd dat er niet wordt verrekend totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

8. De voorzieningenrechter heeft nagedacht over de vraag of het verzoek om een voorlopige voorziening samenhangt met het besluit over de terugvordering of met het besluit over de verrekening. Verzoekers hebben bij het indienen van het verzoek verwezen naar de beroepszaak over de terugvordering. Dit is ook het meest praktisch. De SVB hoeft de brief van verzoekers van 5 mei 2026 daarom niet aan te merken als een bezwaarschrift tegen de verrekening.

9. De voorzieningenrechter heeft de mogelijkheid om ook onmiddellijk uitspraak te doen in de beroepszaak, maar doet dat in deze zaak niet. Dit komt omdat hij het dossier over de beroepszaak niet heeft gelezen en hierdoor weet hij niet of verzoekers in de beroepsprocedure nog iets hebben aangevoerd waar hij nog een oordeel over moet geven. De rechtbank zal dus op een later moment de beroepszaak behandelen.

10. De voorzieningenrechter heeft gekeken naar de terugvordering en hij verwacht dat het beroep weinig kans van slagen heeft. Tijdens de zitting is uitgelegd dat het pensioen van de ABP en de AIO-uitkering communicerende vaten zijn. De hoogte van de AIO-uitkering is afhankelijk van de hoogte van het pensioen van de ABP. In 2025 is gebleken dat verzoekers jarenlang te weinig pensioen hebben ontvangen. Dit betekent ook dat verzoekers jarenlang te veel AIO-uitkering hebben gekregen. Verzoekers hoefden er niet op bedacht te zijn dat zij te weinig pensioen kregen. Zij kregen elke maand het pensioen waar zij recht op dachten te hebben. Maar in 2025 werd de situatie anders en hebben zij een nabetaling gekregen van het ABP. In de brieven van het ABP staat de waarschuwing dat de nabetaling gevolgen kan hebben voor toeslagen en andere uitkeringen, en dat een andere uitkering misschien wel terugbetaald moet worden. Verzoekers hebben ervoor gekozen om het geld van de nabetaling te schenken aan hun (klein)kinderen, omdat zij al jaren op het sociaal minimum leven en nooit iets extra’s kunnen geven aan hun (klein)kinderen. De nabetaling was echter een dooie mus, want onder de streep hebben verzoekers geen recht op méér geld dan wat ze in het verleden hebben gekregen. Meer pensioen betekent namelijk minder AIO-uitkering als aanvulling op dat pensioen. Verzoekers hebben de nabetaling al uitgegeven, maar de SVB mocht dit bedrag als te veel betaalde AIO-uitkering wel van verzoekers terugvorderen. En omdat verzoekers het geld niet in één keer kunnen terugbetalen, mag de SVB elke maand een bedrag verrekenen met de AIO-uitkering om het bedrag in delen terug te krijgen. Verzoekers zijn het er niet mee eens dat de SVB de AIO-uitkering over 15 jaar terugvordert, maar als zij een nabetaling krijgen over de afgelopen 15 jaar, dan mag er ook over 15 jaar worden teruggevorderd. De SVB maakt verzoekers geen verwijt, maar eigenlijk hadden zij de nabetaling opzij moeten zetten. Het is vervelend dat verzoekers nu elke maand € 150,- minder AIO-uitkering ontvangen, maar het gaat om gemeenschapsgeld en de SVB moet daar wel zorgvuldig mee omgaan. In wat verzoekers verder op de zitting hebben verteld, ziet de voorzieningenrechter ook geen reden waarom de SVB, ondanks dat het bevoegd is om terug te vorderen, dat tóch niet zou mogen doen. De voorzieningenrechter verwacht dus dat de rechtbank het beroep ongegrond zal verklaren en daarom vindt de voorzieningenrechter dat de SVB nu al mag verrekenen en daarmee niet hoeft te wachten tot de uitspraak in de hoofdzaak.
Conclusie en gevolgen
11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de SVB maandelijks het bedrag van € 150,- mag inhouden op de AIO-uitkering. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

12. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep openstaat.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2026 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te tekenen

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)

De brief van 28 januari 2025 aan verzoekster en de brief van 28 april 2025 aan verzoeker.

Artikel delen