ECLI:NL:RBROT:2026:7223text/xmlpublic2026-07-03T08:45:172026-06-22Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Rotterdam2026-05-20C/10/712974UitspraakBeschikkingNLRotterdamCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7223text/htmlpublic2026-07-03T08:44:372026-07-03Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBROT:2026:7223 Rechtbank Rotterdam , 20-05-2026 / C/10/712974 verlenging machtiging uithuisplaatsing, gefaseerde terugplaatsing
RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/712974 / JE RK 26-32
Datum uitspraak: 20 mei 2026 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht,
hierna te noemen de GI, over
[naam 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [naam 1] ,
[naam 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [naam 2] ,
[naam 3]
,
geboren op [geboortedatum 3] 2024 in [geboorteplaats 3] ,
hierna te noemen [naam 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 4]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. F. Pool uit Rotterdam,
[naam 5]
,
hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank onbekend adres. De kinderrechter merkt als informanten aan:
[naam 6] en [naam 7],
hierna te noemen de gezinshuisouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1Het verdere verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van de kinderrechter van 17 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; de briefrapportage met bijlagen van de GI van 13 mei 2026;
- een brief met bijlagen van mr. F. Pool van 15 mei 2026. 1.2. Op 20 mei 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar waarnemend advocaat mr. M.S. Krol;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 8] ;
- de gezinshuismoeder [naam 7] . 1.3. De gezinshuisvader [naam 6] is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de gezinshuisvader [naam 6] juist is opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan [naam 9] , werkzaam als begeleider bij Dwarsdoen. 2De feiten2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . 2.2.
[naam 1] , [naam 2] en [naam 3] verblijven in het gezinshuis van de gezinshuisouders. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] verlengd tot 24 februari 2027. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 februari 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] in een gezinsgerichte voorziening verlengd tot 1 juli 2026. De behandeling is voor het overig verzochte aangehouden. 3Het aangehouden verzoek3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] te verlengen
voor de duur van een jaar. Dit verzoek is al geheel toegewezen. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (de kinderrechter begrijpt: een gezinsgerichte voorziening) te verlengen voor de duur van negen maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op dit moment moet nog een beslissing genomen worden over het resterende deel van het verzoek, namelijk een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 24 november 2026. 3.2. De GI heeft het resterende deel van het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zal met alle betrokkenen een plan worden opgesteld met betrekking tot een gefaseerde terugplaatsing. Het ligt voor de hand dat de oudste twee kinderen als eerste worden teruggeplaatst. Dat hangt echter ook af van de kwetsbaarheid per kind. Het is maatwerk en het proces zal continu worden gevolgd. Het is nog onduidelijk wat maximaal haalbaar is. De intentie is er, maar er is geen garantie.
Er wordt gefaseerd en per kind bekeken wat zij nodig hebben en welke stappen gezet kunnen worden in overleg met de gezinshuisouders. Er moet ook hulpverlening worden ingezet en eventueel moet een hechtingsonderzoek worden verricht.
De GI is positief gestemd over de houding van de moeder. Het contact met de vader verloopt moeizaam. De vader zit in een moeilijke situatie waarin veel van hem wordt gevraagd op zijn werk. Hij is daardoor minder beschikbaar. De GI zal samen met de vader gaan kijken naar een goed moment om verder kennis te maken en te zien welke stappen verder genomen kunnen worden. 4De standpunten4.1. De advocaat van de moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat het resterende deel van het verzoek kan worden toegewezen. In die periode moet worden gewerkt aan een terugplaatsing van de kinderen bij de moeder. De moeder heeft vertrouwen in de jeugdbeschermer en voelt zich gehoord. Ook heeft de moeder goed contact met haar begeleider van Dwarsdoen. De afgelopen tijd heeft de moeder goede stappen gezet en voldaan aan de gestelde voorwaarden. De komende tijd zal worden ingezet op het terugwerken naar huis. Samen met de moeder en de andere betrokkenen zal de GI een plan opstellen over hoe dat er precies uit gaat zien. De terugplaatsing moet gefaseerd gebeuren. Er zijn stukken aangeleverd voor een moeder- en kindvoorziening. Het is voor de moeder belangrijk dat er een duidelijke beschikking komt waarin is opgenomen dat er gefaseerd moet worden teruggewerkt naar huis.
De vader is niet ontvankelijk in zijn ter zitting gedane verzoek, aangezien het verzoek van de GI voor ligt en de GI geen vermeerderingsverzoek doet. 4.2. De vader heeft ter zitting verzocht de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van een jaar. De kinderen kunnen altijd eerder worden teruggeplaatst als dat haalbaar is. De terugplaatsing van de kinderen is een goed plan, maar moet worden gemonitord in het belang dat van de kinderen. De vader vraagt zich af of de hechtingsfase niet al voorbij is. Wellicht zitten de jonge kinderen goed op de plek waar ze nu zitten. De moeder is de beste moeder die er is, maar de vader vraagt zich af waarom hij als vader niet wordt betrokken. De vader vindt het kwalijk dat de nieuwe jeugdbeschermer hem niet heeft geprobeerd te bellen. Hij heeft zijn kinderen als sinds december 2025 niet meer gezien. De vader wil er zijn voor de kinderen. In vorige beschikkingen is een wekelijkse bezoekregeling bepaald, maar die regeling is vaak niet nagekomen. 4.3. De gezinshuismoeder heeft ter zitting verklaard dat het in grote lijnen goed gaat met de kinderen. [naam 3] heeft veel (medische) zorg nodig. Zij heeft pas nog in het ziekenhuis gelegen, omdat zij benauwd was. Ook heeft zij het nodig regelmatig buiten de groep te zijn, omdat zij de drukte niet aan kan. Verder is zij een vrolijk meisje. [naam 2] is een heel gevoelige jongen en hij moet ontzien worden. Hij heeft veel last van spanningen rondom de bezoeken. Buiten de bezoeken om gaat het goed met hem. De gezondheid van [naam 2] is ook wat gevoeliger. [naam 1] vraagt veel om duidelijkheid. Laatst is er een bezoek geweest met de twee grote half-broers [naam 10] en [naam 11] . [naam 1] heeft een goede connectie met hen. De kinderen wonen een jaar en drie à vier maanden in het gezinshuis. De kinderen kunnen de komende maanden nog in het gezinshuis blijven wonen. 5De beoordeling5.1. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] in hun jonge leven veel hebben meegemaakt. Zij hebben een belast verleden. [naam 3] is nu anderhalf jaar oud en heeft nog nooit bij haar ouders gewoond. Bij zowel de moeder als de vader is sprake van forse persoonlijke problematiek, een instabiele situatie en een verleden van verslaving en huiselijk geweld. De afgelopen tijd heeft de moeder zich positief ontwikkeld en stappen in de goede richting gezet. De positieve ontwikkeling is echter nog pril, na een lange periode dat het niet goed ging. Er moet nog blijken dat de moeder de positieve ontwikkeling weet vast te houden, opdat zij in de toekomst de kinderen een stabiele, veilige en opvoedkundig verantwoorde omgeving kan bieden. Op dit moment kunnen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] nog niet worden teruggeplaatst bij de moeder, mede omdat de moeder binnenkort zal bevallen. Voor dit moment is het noodzakelijk dat het verblijf van de kinderen in het gezinshuis wordt voortgezet. 5.2. De insteek is dat er de komende periode zal worden gewerkt aan een gefaseerde terugplaatsing van de kinderen bij de moeder. In overleg met alle betrokkenen zal een plan worden opgesteld waarbij de belangen van de kinderen te allen tijde voorop zullen staan. Ook is het belangrijk dat er pas uitvoering aan het plan wordt gegeven op het moment dat de moeder is bevallen van haar nu nog ongeboren kind en er ruimte zal zijn voor thuisplaatsing van een of meer van de 5 minderjarige kinderen van de moeder die nu niet bij haar wonen. Er zal met name aandacht voor moeten zijn dat de draagkracht van de moeder en ieder van de kinderen de thuisplaatsing van een of meer kinderen toelaat. Positief is dat er op dit moment een goede samenwerking lijkt te zijn tussen de moeder, haar hulpverlening en de GI. 5.3. De vader moet op passende wijze bij het plan betrokken worden. Daartoe wordt van de vader verwacht dat hij zich samenwerkend opstelt in het belang van de kinderen. 5.4. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , zoals verzocht, noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding. De moeder heeft dat op zitting ook niet weersproken. 5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.6. De vader heeft ter zitting mondeling verzocht de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van een jaar. Doordat het verzoek ter zitting is gedaan, hebben de belanghebbenden zich hierop niet kunnen voorbereiden. Wat hiervan de consequentie zou moeten zijn, kan onbeantwoord blijven, gezien het volgende: de huidige ondertoezichtstelling loopt nog tot 24 februari 2027. Op dit moment valt niet te voorzien hoe de situatie zal zijn tegen het einde van deze lopende ondertoezichtstelling. Daarnaast biedt de wet geen mogelijkheid aan een ouder om de uithuisplaatsing van zijn eigen kind te vragen. Gelet op dit alles zal de kinderrechter de verzoeken van de vader afwijzen. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] in een gezinsgerichte voorziening tot 24 november 2026; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.